Jo Coenen, de Nederlandse architect en voormalig Rijksbouwmeester (2000–2004), haalde tijdens de openingsceremonie van de openbare bibliotheek van Amsterdam in 2007 twee cruciale punten aan die de discussie over publieke opdrachten voor architecten in het licht stellen. Zijn eerste statement ging over de SR 1997, de zogenaamde Standaard Regeling voor architecten, die een vaste berekening van het honorarium voor een ontwerpopdracht vaststelde. Hiermee werd het startschot gegeven van een keuze op basis van inhoud. Concurrentie op ereloon werd uitgeschakeld, kwaliteit kwam op de eerste plaats.

In Antwerpen hanteren we sinds de opstart van de ontwerppools in 2006 eveneens een vast ereloonpercentage voor architectuuropdrachten. Dit werd recent ook aangepast aan de huidige normen qua indexering en bijkomende taken en verplichtingen van de architect. Dat in de keuze van een ontwerper ook hier de ontwerpkwaliteit primeert, is dus al geruime tijd ingeburgerd in de stedelijke procedures.