Edito

Lisa De Visscher
Hoofdredacteur

A+304 Afgelopen zomer vond in Kopenhagen het UIA World Congress of Architects plaats, waar ontwerpers en onderzoekers van over de hele wereld vier dagen lang samen in discussie gingen over hoe we door een beter ontwerp van de gebouwde ruimte het hoofd kunnen bieden aan de klimaatverandering, kunnen bijdragen aan een groeiende biodiversiteit en bovenal een omgeving kunnen creëren voor sociale inclusie. Het centrale thema dit jaar was ‘Sustainable futures – leave no one behind’. Het congres werd afgesloten met de lancering van 10 principes voor een snelle en radicale verandering in de gebouwde omgeving – gebaseerd op de SDG, de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN – om dit thema te concretiseren. Het eerste principe zette meteen de toon: ‘Dignity and agency for all people is fundamental in architecture, there is no beauty in exclusion.’

Inderdaad, er is niets moois aan uitsluiting, en toch lijkt de architectuurwereld ervan vergeven te zijn. De architectuuren bouwsector blijft hardnekkig mannelijk en wit. Hoewel er in de afgelopen decennia grote stappen genomen zijn, blijft het zoeken met een vergrootglas naar architectuurbureaus geleid enkel door vrouwen of personen van kleur. Het recent opgerichte Platform voor Architectuur & Feminisme (PAF) wijdt er een reeks activiteiten aan om dit verder onder de aandacht te brengen, en ook Apolline Vranken timmert met het platform ‘L’architecture qui dégenre’ al jaren aan de weg voor een grotere zichtbaarheid van vrouwen in de architectuur(geschiedenis).

“Als je zo inclusief mogelijk wilt bouwen”, zegt Ann Heylighen, hoogleraar aan de KU Leuven, “heb je inzicht nodig in hoe een gebouw en zijn omgeving vanuit verschillende perspectieven beleefd worden. Dat geldt zowel voor architecten als voor opdrachtgevers.” Je hebt dus niet alleen diversiteit nodig bij de ontwerpers van een project, maar ook een diepgaand begrip van het gebruik ervan. Bepaalde programma’s hebben gebruikers met specifieke noden, denk 5 maar aan alle vormen van zorg en bijzonder onderwijs, maar ook gevangenissen, psychiatrische instellingen, migratiecentra of gebruiksruimtes voor drugsverslaafden.

En laat dit nu net het soort programma’s zijn dat maar al te graag weggemoffeld wordt aan de rand van de stad. Het lijkt moeilijk je in te leven in bevolkingsgroepen die volop deel uitmaken van de maatschappij maar waar je, door een ruimtelijk beleid waar alles wat niet wenselijk is uit het zicht wordt geduwd, in het dagelijkse leven nooit mee te maken krijgt. Toch is het juist dat inlevingsvermogen dat de sleutel vormt voor het ontwerp van doordachte architectuur, van inclusieve plekken die lokaal verankerd zijn en geïntegreerd in het stedelijke weefsel. Het lijkt wel een vicieuze cirkel. Verschillende organisaties proberen die te doorbreken. Zo richtte de stad Leuven een commissie van ervaringsdeskundigen op waarin mensen met een zintuiglijke, mentale of motorische beperking direct in gesprek gaan met de architecten over hun ontwerp om hen te ondersteunen en meer inzicht te geven in de noden van de gebruiker.

Het team van de Brussels Bouwmeester Maître Architecte probeert beter te anticiperen op toekomstige noden en pleit voor experiment en tijdelijk gebruik ter voorbereiding op het eigenlijke project als instrument voor een meer inclusieve stad. “Door te bestendigen wat voortkomt uit de tijdelijke invulling”, schrijft Elsa Marchal van het Team BMA, “laten we het project evolueren en dragen we bij aan een transitionele en daardoor ook meer inclusieve stedenbouw.”

Op die manier worden architectuur en stedenbouw geen instrumenten van uitsluiting, maar juist een manier om bepaalde bevolkingsgroepen zichtbaar te maken dankzij projecten die inzetten op integratie en connectie.

Theme

All in – Inclusive Architecture

Hoe kan architectuur zorgen voor sociale inclusie? Gevangenissen, psychiatrische instellingen of migratiecentra maken volop deel uit van de maatschappij. Dankzij doordachte architectuur zijn deze inclusieve plekken ook lokaal verankerd en geïntegreerd in het stedelijk weefsel. Kan architectuur die inspeelt op integratie en connectie ons anders doen kijken naar dit soort programma’s? En hoe bewaak je de grenzen tussen privaat en publiek, tussen veiligheid en toegankelijkheid? A+ onderzoekt welke dynamiek deze programma’s genereren en welke esthetiek ze met zich meebrengen.

See all themes

Table of contents

EDITO
Lisa De Visscher

 

OPINIE – Manneken Pis

Nicolas Hemeleers, Léolo Lawinski

 

UITGELICHT


Archiweek: Brussels Architecture Prize

Lara Molino

 

Twijfels delen: Platform voor Architectuur & Feminisme

Arnaud De Sutter

 

Symposium Housing is Caring

Apolline Vranken

 

Alles en niets: boek Included

Veronique Boone

 

Etalage van zorgarchitectuur: boek Wonen in Monnikenheide

Pieter T’Jonck

 

Meesterproef Vlaams Bouwmeester

Marie Swyzen

 

ALL IN-INCLUSIVE ARCHITECTURE


&bogdan

Amal Amjahid, Sint-Jans-Molenbeek

 

Interview – Ann Heylighen

Lisa De Visscher

 

Collectief Noord

Ganspoel, Huldenberg

 

Interview – NU architectuuratelier

Eline Dehullu

 

Tijdelijk gebruik geeft inzicht

Elsa Marchal

 

Réservoir A

Place Lemmens, Anderlecht

 

StudioPaolaViganò – vvv

Place Marie Janson, Sint-Gillis

A+ 50 jaar archief: Hoopvolle verontwaardiging

Bart Tritsmans

 

Robuust thuis

Pieter T’Jonck

 

unik-id

Speelplaats, Sint-Lambrechts-Woluwe

 

Daniel Delgoffe – Pigeon Ochej

IPPJ, Fraipont

 

Geen gevangenis zonder inclusie

Gideon Boie

 

Wedstrijd – La Roseraie, Sint-Gillis

Matthieu Delatte

 

STUDENT


Jokerweek

Lisa De Visscher

 

PORTRAIT


Osar

Lisa De Visscher

 

Archipelago

Lisa De Visscher