Edito
Lisa De Visscher
Hoofdredacteur
Een hut in een boom, een kamp achter de sofa, een tent in de tuin: elk kind ontsnapt al spelend uit de wereld om op een kleine, verscholen plek een nieuw universum te scheppen. Het gebrek aan ruimte en attributen is de rijkdom die de verbeelding voedt. Afwezigheid wordt inspiratie. Dat kind, en de bijbehorende droom van een geheime verborgen kamer, zit in elk van ons.
‘Une fois franchis les terreurs du couloir, nous avons tous, nous aussi, aimé à rêver dans la chambre du fond’, schrijft de Franse filosoof Gaston Bachelard. ‘C’est parce que vit en nous une maison onirique, que nous étions un coin sombre de la maison natale, une pièce plus secrète. (…) Tout rêveur a besoin de retourner à sa cellule.’ [1] Bachelard stuurt de dromer terug naar de cel, een plek van sobere afzondering waar de verbeelding de vrije loop krijgt.
De onlangs afgelopen tentoonstelling Inner Travels van de Belgische kunstenaar Rinus Van de Velde, in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, toont iets gelijkaardigs: je ziet hoe de kunstenaar zichzelf afbeeldt, in exotische landschappen, onder water, in de ruimte, en tegelijkertijd aangeeft zijn atelier zo min mogelijk te verlaten. Hij verbeeldt als geen ander de ruimtelijke paradox van de afgesloten kamer als metafoor voor de vrijheid, waar architectuur de vluchtroute vormt naar een plek om beter te kunnen denken en werken. De emancipatorische kracht die uitgaat van zo’n ‘lockable’ room of one’s own, zoals Virginia Woolf ze beschrijft als een plek ‘to idle’, om helemaal niets te doen en net zo heel productief te kunnen zijn, is vandaag sterker dan ooit, in een wereld waar verstrooiing een verslaving en focus een verdienmodel geworden is.
‘De zoektocht naar een ruimte om mentaal en fysiek te kunnen ontsnappen is erg actueel’, schrijft Bart Tritsmans in een artikel waarin hij vier ‘schuilplaatsen’ analyseert. Van luchtige tuinkamer tot betonnen poolhouse, van sobere blokhut tot geraffineerde studieruimte, telkens opnieuw zochten de architecten een manier om via een ogenschijnlijk kleine toevoeging aan het bestaande een antwoord te bieden op een grootmenselijk verlangen: de zoektocht naar de essentie.
Maar wat gebeurt er als architecten die zoektocht aangaan voor eigen gebruik? Véronique Patteeuw legde vier ontsnappingsplekken van architecten naast elkaar en besloot dat ook daar het afwerpen van ballast de rode draad vormde in hun architectuur. Hoezeer ontwerpen ook het eindeloos uittesten van een oneindig aantal mogelijkheden kan zijn, in de cabane, serre of vakantiewoning die ze beschrijft, is de minimale oppervlakte aanleiding tot een maximaal gestripte ontwerpvraag. Het experiment komt er vanzelf bij.
Opvallend is dat elke ontsnappingsplek een ostentatieve relatie aangaat met de buitenruimte, de tuin, de natuur. Is het omdat de natuur ons helpt de vertraging te omarmen? Staat leven in en met de natuur garant voor ontsnappen? Wim Cuyvers helpt ons uit de droom en zijn antwoord is duidelijk: neen. ‘Een van de weinige manieren om in een landschap geen toerist te zijn’, schrijft hij, ‘is eraan werken.’ Of was dat net waaraan we wilden ontsnappen?
[1] Gaston Bachelard, La terre et les rêveries du repos (1948). Paris, Corti, 1984, p.102–103
Theme
Small Escapes
Ook de architect wil er soms even uit. De concurrentie binnen de wedstrijdcultuur, de toenemende regelgeving of de omvangrijke administratie bij publieke opdrachten doen architecten naar meer eenvoud verlangen. In dit nummer publiceert A+ kleinschalige projecten met een speciale focus op de eigen (tweede) woning van de architect: kleine refuges, terugtrekplekken, cabanons voor vrije tijd. Ontwerpen voor zichzelf is een zoektocht naar traagheid, lichtheid, vrijheid en bovenal experiment. Met projecten van Tom Thys, Vers.a, Bovenbouw, Central en een eigen bijdrage van Wim Cuyvers.
See all themesTable of contents
EDITO
Lisa De Visscher
OPINIE
Kan een leek meepraten over de kwaliteit van architectuur? [Voor]
Nicolas Hemeleers
Kan een leek meepraten over de kwaliteit van architectuur? [Tegen]
Pieter T’Jonck
UITGELICHT
Ultimas 2021
Lisa De Visscher
Sick Architecture
Eline Dehullu
Visitatie Bouwmeester maître architecte (BMA)
Els Vervloesem en Nicolas Hemeleers
SMALL ESCAPES
Bovenbouw
Weekendhuis, Bazel
Laboratoire
La Roseraie, Modave
Office
Art room, Ukkel
Atelier Scheldeman, Cabane, Berlare / Atelier vík, Tuinkamer, Kortrijk / Gestalt, Bureaukamer, Kapellen / NWLND, Refuge, Bonheiden
Grommen – Royakkers
House for Seasonal Neighbours, Borgloon
Vers.a
Sauna M, Ronse
Wim Cuyvers
Le Montavoies, Montavoix (FR)
Tom Thys, Aristo House, PalmoliIT / Crit., La Roche qui Pleure, FécampFR / Carl Bourgeois, Uitwijkplek, Wibrin / Theo De Meyer – Stefanie Everaert, Serra, Gentbrugge
Voorspoels – Daem
Sparre, Sint-Idesbald
Bruum – Thibaut Brogneaux
Infrastructure nature, Braives
Central
Président, Brussel
WEDSTRIJD – Trema.A Museum voor Oude Kunst, Namen
Hervé Bouttet
STUDENT
Over circulaire materialen en processen
Lisa De Visscher
Herpositionering van de cabine
Eline Dehullu
Een dakloze atlas
Eline Dehullu
PORTRET
Trans
Eline Dehullu
Centraal
Lisa De Visscher
HERBEZOCHT
Jacques Boseret
Sven Sterken