Bij de renovatie van Technicum 4 voor de vakgroepen Architectuur en Stedenbouw, en Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen kiest de Universiteit Gent niet alleen radicaal voor behoud en hergebruik, maar ook voor een provocerende generositeit. Het team rond Havana, Karuur en Wim Cuyvers opent de machinehal theatraal naar de stad en treedt in de voetsporen van Magnel.

De samenvloeiing van Leie en Schelde neemt in Gent, ooit een moeras, zowat het hele stadscentrum in beslag. De Muinkschelde is een van de waterlopen die daarvoor nodig is. Op de ene oever, discreet achter een rij kastanjebomen, verrijzen de statige gevels van woonhuizen. De andere oever is de steile flank van de Blandijnberg, met aan het laagste eind kunstenhuis De Vooruit en aan het hoogste eind de Sint-Pietersabdij. Beide bouwwerken keren hun bevallige achterkant naar de Schelde toe. Nabij de abdij zijn er nog tuinen en wijngaarden, maar het grootste deel van de flank wordt ingenomen door een dichtbebouwde universiteitscampus. Vroeger stonden daar fabrieken, en daar lijkt het nog steeds op. ‘Technicum’, zo heten de gebouwen in het midden: zakelijke schijven in lange, oranje, horizontaal gevoegde baksteen met kantoren, laboratoria en leslokalen, ingeplant volgens opklimmende hoogtelijnen. De namen van de toenmalige hoogleraren Cloquet, zoon van, en Magnel, pionier van het voorgespannen beton en trots van de universiteit, hangen eraan vast. De renovatie van de campus is al vele jaren aan de gang. Het sluitstuk wordt Technicum 4, het langste van vijf, dat achter zijn Scheldevleugel, één verdieping hoger gelegen, een even lange hal met zaagtanddak verbergt. Daarna zal het aangrenzende Technicum 3 gesloopt worden, om de campus wat lucht te geven. De renovatieopdracht voor Technicum 4, voor de vakgroepen Architectuur en Stedenbouw, en Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, werd vorig jaar via een Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester toegewezen.