Wanneer een architect overweegt om te vluchten, is dat één ding. Het effectief doen is nog iets anders. We kunnen niet geheel zeggen dat Voorspoels en Daem het écht deden, het was eerder hun bouwheer die de sprong waagde. Al was het geen vlucht om ver verwijderd te zijn van elkaar, neen. Ze droomden ervan te vertoeven in een elementaire houten cabanne. Uiteindelijk werd het iets minder bescheiden in omvang, maar des te meer een plek om als familie bij elkaar te komen. Wat is er mooier dan een zwerm vogels samen te zien vliegen, op weg naar beloftevolle oorden? De zee werd het landschap waarin ze hun nest bouwden. Sint-Idesbald om precies te zijn.
Ergens in een wijkje tussen de duinen toont zich geen wit huis maar komt een groene hut opduiken. Het volume liet zijn inplanting inspireren op dat van zijn nabije buur; ingebed en geborgen tussen de duinen beweegt het mee met het bestaande zanderig reliëf. Gelegen op een hoek waar meerdere straten samenkomen, heb je als voorbijganger zin om even te vertragen en rond de woning te lopen. Niet om binnen te gluren, eerder uit verwondering, aangezien het huis zich stapsgewijs toont. Van binnenuit brengt het een nabijheid teweeg, waarbij je als bewoner het gevoel krijgt dat de buurt tot aan je keukentafel komt. Niet als voyeur, maar als metgezel. Een bijzonder gebeuren dat mede mogelijk wordt gemaakt door het niveauverschil met de hoger gelegen straatkant. Startend met de overdekte inkompartij op het gelijkvloers, maakt de betonnen sokkel trapsgewijs een neerwaartse beweging. Het doet een gelaagdheid ontstaan, gesterkt door de nauwkeurige compositie van het lattenwerk dat zich in twee lagen rond de buitenmuren wentelt.