Het begon allemaal op 24 juni 1983 bij de Furkapas in de Zwitserse Alpen, op een hoogte van 2429 meter, niet ver van de Rhônegletsjer, met een performance van James Lee Byars. Vanaf de volgende zomer en tot in 1996 nodigde Marc Hostettler, een Zwitserse uitgever en galerist, telkens 63 kunstenaars uit in het oude Hotel Furkablick (1893). In de korte periode in de zomer waarin de bergpas open was, veranderde het hotel in een artistiek laboratorium, een plaats waar zowel duurzame als efemere kunstwerken ontstonden.1 1 Naast Panamarenko, die het bijgebouw betrok en er zijn eerste ‘vliegrugzakken’ realiseerde, waren er ook werken te zien van onder anderen Daniel Buren, Marina Abramović en Ulay, Richard Long, Per Kirkeby en Lawrence Weiner. Rem Koolhaas voegde eind jaren 1980 een restaurant en keuken (verbonden met een bijzondere servicerobot), toegangshal en uitkijkterras toe aan het hotel.
Een afnemende belangstelling voor binnenlands toerisme en de harde winter in dit hooggelegen gebied leidden tot de sluiting van Hotel Furkablick. De nieuwe eigenaar, de Alfred Richterich Stiftung, bewaart en beschermt vandaag het stukje Zwitsers erfgoed. De voormalige dependance van het hotel staat sinds 2022 ter beschikking van Jan De Vylders leerstoel Architecture an(d) Attitude van de Eidgenössische Technische Hochschule (ETH) Zürich. Jan De Vylder en Inge Vinck installeerden er een residentieprogramma. Architectuurstudenten kunnen er tien dagen verblijven om er te observeren en te onderzoeken, de ruimte en de materie te leren kennen. A+ bracht twee zomerdagen in de bijzondere residentie door en ging in gesprek met de initiatiefnemers.