Inclusief denken in termen van detentie, het lijkt een vreemde gedachte. De locatiekeuzes voor nieuwe gevangenissen spreken voor zich. In het geval van Brussel werd de nieuwe gevangenis van Haren in ieder geval zo ver mogelijk verwijderd van de bewoonde wereld. Op de uiterste noordgrens van het Brussels Gewest presenteert de gevangenis zich als een stad-in-de-stad. Het had niet veel gescheeld of de gevangenis van Haren was over de gewestgrens gebouwd, dat is althans een mythe die de ronde doet in Brussel. De regel dat een arresthuis op het eigen territorium moet liggen, heeft anders beslist. De parking ligt alsnog op Vlaams grondgebied.
Even bevreemdend is het inclusieve ontwerpdiscours waarin de gevangenis van Haren verpakt werd. Er wordt gesproken over een gevangenisdorp met kleinschalige eenheden, een gemeenschapsregime en een vloeiende perimeter. Een vrouwenafdeling werd ingepland op de perimeter zodat ze kan functioneren als sociale voorziening voor de buurt; het plan was om er een industriële wasserij in onder te brengen. Het inclusieve discours staat haaks op de omvangrijke schaal van de gevangenis, die plaats biedt aan 1190 gedetineerden – dat zijn de gevangenissen van Brugge en Lantin samen. De actiegroepen spraken indertijd terecht over de megagevangenis ofte maxi-prison d’Haren.