50 jaar geleden stichtten Paul en Wivina Demeester het ‘zorglandschap’ Monnikenheide in een bos aan de rand van Zoersel. De twee eerste gebouwen boden een tijdelijk verblijf voor jongeren met een mentale beperking. In 1980 volgden een centrum voor volwassenen én een huis waar mensen met een beperking zelfstandig konden wonen. Vanaf 1994 groeide de enclave onstuimig, met ontwerpen van het kruim van de Vlaamse architecten. Monnikenheide ontwikkelde zich zo tot een zowel sociaal als architecturaal toonaangevend experiment om mensen met een beperking een volwaardig leven, op hun voorwaarden, te laten leiden. Wonen in Monnikenheide. Zorg, inclusie en architectuur, een boek onder redactie van Gideon Boie, documenteert de bijzondere opvatting over zorg én architectuur waar dit project voor staat.

Monnikenheide ontstond door een confronterend voorval. Het eerste kind van Paul en Wivina Demeester had het syndroom van Down. Dokters voorspelden dat het zijn leven in instellingen zou doorbrengen. Dat weigerden de ouders: ze wilden voor hun kind een ‘normaal’ leven, in een warme, huiselijke sfeer. Zo ontstond het eerste home, niet alleen voor hun zoon maar ook voor andere kinderen. Naarmate ze opgroeiden en de ouders de noden van de bewoners beter begrepen, rijpten nieuwe ideeën. In de jaren 2000 bouwde de organisatie twee huizen in het centrum van Zoersel waar mensen met een beperking zelfstandig konden wonen, net als iedereen.