In het buitenland wordt met bewondering gekeken naar het publieke opdrachtgeverschap in België. Instellingen zoals de Vlaamse Bouwmeester, het Brussels Bouwmeesterschap en de Cellule architecture van de Fédération Wallonie-Bruxelles worden internationaal geprezen om hun rol als kwaliteitsbewakers en procesbegeleiders. Dankzij ontwerpwedstrijden, kwaliteitskamers en een actieve dialoog met ontwerpers en opdrachtgevers slagen ze erin om ruimtelijke kwaliteit centraal te stellen bij publiek opdrachtgeverschap.
Toch ligt de ruimtelijke ontwikkeling in België voor een aanzienlijk deel in handen van private actoren. In geen enkel ander Europees land hebben die zo’n grote impact op het landschap als hier. Die invloed is historisch gegroeid, diepgeworteld en veelzijdig. Door de decennialange terughoudende rol van de overheid in de ruimtelijke ordening en het huisvestingsbeleid, kregen vastgoedontwikkelaars en particuliere bouwheren veel ruimte om het stedelijke en dorpse landschap te bepalen. Daardoor zijn private initiatieven niet aanvullend, maar vaak leidend in de ruimtelijke transformatie van ons land. Juist die dominante positie vraagt om een kritische reflectie, want de kwaliteit van private projecten varieert sterk. Sommige blinken uit in architecturale en stedenbouwkundige doordachtheid, terwijl andere blijven hangen in banaliteit of loutere winstmaximalisatie.