Afgelopen zomer vond in Kopenhagen het UIA World Congress of Architects plaats, waar ontwerpers en onderzoekers van over de hele wereld vier dagen lang samen in discussie gingen over hoe we door een beter ontwerp van de gebouwde ruimte het hoofd kunnen bieden aan de klimaatverandering, kunnen bijdragen aan een groeiende biodiversiteit en bovenal een omgeving kunnen creëren voor sociale inclusie. Het centrale thema dit jaar was “Sustainable futures – leave no one behind”. Het congres werd afgesloten met de lancering van tien principes voor een snelle en radicale verandering in de gebouwde omgeving – gebaseerd op de SDG, de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN – om dit thema te concretiseren. Het eerste principe zette meteen de toon: “Dignity and agency for all people is fundamental in architecture, there is no beauty in exclusion.”

Inderdaad, er is niets moois aan uitsluiting, en toch lijkt de architectuurwereld ervan vergeven te zijn. De architectuur- en bouwsector blijft hardnekkig mannelijk en wit. Hoewel er in de afgelopen decennia grote stappen genomen zijn, blijft het zoeken met een vergrootglas naar architectuurbureaus geleid enkel door vrouwen of personen van kleur. Het recent opgerichte Platform voor Architectuur & Feminisme (PAF) wijdt er een reeks activiteiten aan om dit verder onder de aandacht te brengen, en ook Apolline Vranken timmert met het platform “L’architecture qui dégenre” al jaren aan de weg voor een grotere zichtbaarheid van vrouwen in de architectuur(geschiedenis).