Een tiental faculteiten en hogescholen in België, waarvan maar liefst vijf architectuurfaculteiten, plannen momenteel, onder druk van exponentieel stijgende studentenaantallen en verouderde gebouwen, een substantiële uitbreiding. Deze staan niet op zichzelf, maar kaderen vaak in een groter langdurig plan voor de herorganisatie, herwaardering en vernieuwing van het patrimonium van de universiteit. Als je weet dat de meeste universiteiten en hogescholen grootgrondbezitters zijn in de stad waarin ze werden opgericht, valt deze renovatie en uitbreidingsgolf niet te onderschatten: de manier waarop het hoger onderwijs haar gebouwenbe-stand aanpakt, maakt of kraakt de stad.

Enkele projecten springen meteen in het oog. Zo is het wel erg uitzonderlijk dat drie belangrijke architectuuropleidingen – de vakgroep architectuur en stedenbouw van de UGent, en de architectuurfaculteiten van de ULB en ULiège – bijna simultaan een wedstrijd uitschrijven voor de uitbreiding van hun gebouwen. Alle drie kampen ze met een ernstig plaatsgebrek. Bij de ULB en de ULiège komt daar nog eens een fusie bij tussen verschillende voormalige hogescholen die samen inkantelden in de universiteit. De hiermee gepaarde academisering creëerde, boven op de verdubbeling van de studentenaantallen, nieuwe ruimtelijke behoeften voor wetenschappelijk onderzoek. Een nieuw pedagogisch project zag het licht en de wedstrijd moest hierop het ruimtelijk antwoord bieden. De in totaal vijftien ingediende projecten geven, als een les in hedendaagse architectuurtheorie, inzicht in hoe architecten vandaag de opleiding die ze zelf ooit genoten, willen vormgeven. Voorbij de inspirerende diversiteit van de ruimtelijke, technische en pedagogische voorstellen, zijn de projecten met elkaar verbonden door dezelfde tweeledige ambitie: de universiteit als voorbeeldproject binnen een klimaattransitie, open naar en voor de stad.