Baksteen zit overal. Niet alleen in onze maag, of verankerd in de identiteit van onze lokale bouwtradities, het is ook letterlijk het meest gebruikte bouwmateriaal, zowel constructief als architecturaal, voor onze steden, kerken of verkavelingen, en dit sinds de middeleeuwen. De Industriële Revolutie bracht vanaf de 19de eeuw de productie en het gebruik van baksteen in een stroomversnelling. Bevolkingstoename en de sterke groei van de steden vroegen meer bouwmateriaal dan ooit. Baksteen leende zich dankzij zijn geringe afmetingen, eenvoudige hanteerbaarheid, modulariteit en lokale productie uitermate goed voor deze bouwexplosie.
Waar in de 19de en de vroege 20ste eeuw de baksteen een ambassadeur was van vakmanschap en dankzij complexe metselverbanden en detaillering de esthetische drager van de heersende bouwstijlen was, speelde hij in het naoorlogse België plots een veel functionelere rol. Industriële productie, de opkomst van beton, de intrede van de spouwmuur, de uitrol van de verkavelingen en toenemende regelgeving herijkten de rol van baksteen, zowel constructief als cultureel.