Midden maart opende in de Japan Society in New York de tentoonstelling When Practice Becomes Form: Carpentry Tools from Japan in een scenografie van Sou Fujimoto en Popular Architecture. Tientallen beitels, vijlen, zagen, maar ook allerlei soorten mallen en prachtige 1/1-maquettes van houtverbindingen staan er in een bijna militaire slagorde opgesteld. Ze vertellen het verhaal van de houtbewerking in Japan en hoe vakmanschap hierin structureel aan de betekenis van de architectuur bijdraagt. Ook dichter bij huis getuigen lezingen en tentoonstellingen van onder meer het Vlaams Architectuurinstituut en Archipel van de connectie die er bestaat tussen Japanse en Belgische architecten waarbij ambacht, de liefde voor detail en maatwerk verbindende factoren vormen. De houten structuur voor het onthaalpaviljoen van Schenk Hattori in Zillebeke is hier een veelbesproken voorbeeld van.
Geïndustrialiseerde bouwprocessen en het gebruik van gestandaardiseerde materialen zijn al decennia ingeburgerd. Bij grotere publieke gebouwen knipt de openbare aanbesteding de directe verbinding tussen ontwerper en uitvoerder door. Toch kent België, in vergelijking met zijn buurlanden, dankzij het grote aandeel van de particuliere bouwsector, nog steeds een relatief bloeiende voedingsbodem voor ambachtelijke uitvoeringen. Bovenop deze eerder traditionele visie op uitvoering, kreeg het ambacht ook de wind in de zeilen dankzij de groeiende ambitie van steeds meer architecten om met spaarzame, lokale, natuurlijke en herbruikbare materialen te bouwen. Dit mondde dan weer uit in materiaalonderzoek en nieuwe experimenten in het bouwen. Hiervan getuigen de woning in Ternat van Blaf architecten waarin zelfontworpen bakstenen werden gebruikt of het project Hen in ’s-Gravenbrakel waar Karbon’ een nieuwe wandopbouw in stro ontwikkelde. Ambacht en de directe relatie met de uitvoerder leidden hier tot nieuwe uitdrukkingsvormen binnen de architectuur, voorbij het puur technische aspect van het materiaal of de romantiek van het ingenieuze detail.