Architectuur mag dan wel de tijd trotseren, de architectuurpraktijk doet dat allerminst en verandert mee met de tijdgeest. De huidige uitdagende context verplicht architecten nieuwe werkwijzen te ontwikkelen, soms in het verlengde van de bestaande beroepspraktijken, maar soms ook in tegenspraak ermee. Politiek engagement is hier een goed voorbeeld van. In dit artikel kijken we naar de stedelijke conflicten van vroeger en nu, om beter te begrijpen hoe de nieuwe generatie architecten zich politiek engageert. Waarin zit het verschil tussen openluchtzwemmen met Pool is Cool, de begeleide wandelingen van l’Architecture qui dégenre en de voorlichtingscampagnes op sociale media van Belgian Architects United?

Volgens onderzoekster Isabelle Doucet is het engagement van Brusselse architecten een wezenlijk onderdeel van het Belgische architecturale landschap. Dit engagement ontstond als reactie op de brute modernisering van de hoofdstad vanaf het einde van de jaren 1960. Die ingrijpende veranderingen ontketenden golven van verzet, erop gericht het recht op de stad voor elke stadsbewoner te vrijwaren. Zo waren er, onder meer, de strijd om de Marollen, de protesten tegen de sloop van de Noordwijk en tegen de transformatie van het Leopoldskwartier in de Europese wijk. Deze protestbewegingen werden destijds ondersteund door de oprichting van organisaties zoals L’Atelier de Recherche et d’Action Urbaines (ARAU), Inter-Environnement Bruxelles (IEB) en BRAL (1974), die hun schouders zetten onder de strijd en ervoor zorgden dat burgers de krachten konden bundelen en hun slagkracht konden verhogen. Deze organisaties organiseerden persconferenties en schrokken er ook niet voor terug om bouwterreinen af te sluiten of inspraak te eisen in overlegcomités. Ook architecten namen eraan deel en stelden hun expertise ten dienste van de strijd. Historisch gezien is Brussel dus een plek waar mensen actief opkomen voor het gedeelde recht op de stad. Maar door de jaren heen kreeg het engagement van de architecten een breder karakter, meer in lijn met initiatieven van het maatschappelijke middenveld. Zo zetten sommige architecten zich in voor de bescherming van milieu en natuur (zoals in het Wielsmoeras), voor het recht op wonen (zoals Angela D.), tegen vastgoedspeculatie (zoals Lietje Bauwens en Wouter De Raeve met hun film WTC A Love Story), voor de toegankelijkheid van openbare ruimtes voor iedereen (zoals Filter Café Filtré), of kwamen ze met dekoloniale en feministische eisen (zoals Fémïya).