Hylé benadert de gebouwde ruimte met veel nederigheid. Wat nieuw is of al daar was, valt moeilijk van elkaar te onderscheiden in de gerenoveerde, oude schrijnwerkerij. Ruimtelijke en ecologische bekommernissen krijgen hier gestalte.
Een bestaande structuur leesbaar maken, de nobele eenvoud van een materiaal waarderen en tot zijn recht laten komen, en methodes in vraag stellen: ziehier de eerste drie krachtlijnen waaraan je de aanpak van Romina Dargenton en Valentin Thévenot zou kunnen ophangen. Maar als je het hen zelf vraagt, komt vooral de empathische kant van hun architectuur doorschijnen. Het recupereren, aanpassen en hergebruik van materialen waarvan de eigenschappen of kleuren boeien, gaat voor hen samen met het plezier de bewoners te kennen en een ruimte te ontwerpen op hun maat. Tegen de beeldcultuur in met de grootse gebaren van architecten, weigert Hylé om zich een stijl aan te meten. Het is aan de klant om die te bepalen. “Voor ons is de architect een bemiddelaar. Hij geeft de ruimte vorm, maar de toe-eigening ervan is pas mogelijk als je de werking van het gebouw begrijpt.” Achter een wand of onder een luik werden systemen en afvoeren vlot toegankelijk gemaakt voor onderhoud, maar ook om met de tijd mee te evolueren. Deklagen of niet-demonteerbare elementen werden om dezelfde reden vermeden.