De Britse architectuurcriticus Ellis Woodman, jurylid van de Brussels Architecture Prize 2025, volgt de architectonische ontwikkeling in België al jaren op de voet. Vaak doet hij dat met bewondering – en een zweem van jaloezie. De benoeming van de eerste Brusselse Bouwmeester Maître Architecte in 2009 markeerde volgens hem een keerpunt dat een transformatie van de ruimtelijke ordening en de architectonische kwaliteit in gang zette. De Brussels Architecture Prize, die sinds 2021 wordt uitgereikt, is een bekroning van deze heropleving. De inzendingen voor de editie van 2025, het jaar waarin de invloedrijke ambtstermijn van Kristiaan Borret afloopt, laten een rijk en divers oeuvre zien dat een cultuur van openheid, samenwerking en internationale uitwisseling weerspiegelt. Brussel heeft zichzelf op de kaart gezet als een bruisende architectuurstad die zich met de Europese top kan meten.
Als Britse architectuurcriticus met een internationale blik reis ik al bijna twintig jaar naar België om over nieuwe gebouwen te schrijven. Telkens voelde ik daarbij bewondering, met een lichte steek van jaloezie: de overweldigende overvloed in België aan hedendaagse architectuur van hoge kwaliteit en de doordachte manier waarop de ruimtelijke ordening en de toekenning van opdrachten wordt benaderd, staan al lange tijd in een ontmoedigend contrast met de situatie in mijn eigen land. Jarenlang leek de architectonische heropleving echter bijna uitsluitend een Vlaamse aangelegenheid. Brussel leek opvallend weinig ambitieus; hoewel de stad geldt als de thuisbasis van een aantal van de meest gerenommeerde bureaus van het land, was hun beste werk doorgaans elders te vinden.