‘Where to build?’ en ‘What to keep?’: dat zijn de centrale vragen in het ontwerponderwijs van Urban Architecture aan de TU Delft. Dit jaar richtte de afstudeerstudio die vragen op Bressoux en Droixhe, twee complexe wijken in Luik.
Het stadslandschap van Luik is evenzeer door de natuur als door de mens gevormd. Infrastructuren wurmen zich door een vallei, en hoewel Luik na het verscheiden van de mijn- en staalindustrie de facto een post-carbon city is, blijven de Maasoevers bezet door autoverkeer. Ons studiegebied lag op de rechteroever, aan weerszijden van de Atlasbrug. Ze is de as van een park, een relikwie van de wereldtentoonstelling van 1930. Van Groupe EGAU’s modernistische stad in het park bleef slechts de helft overeind. Daaromheen strekt zich de alledaagse bouwblokkenstad uit, overlangs gekliefd door een spoorweg. Bezuiden daarvan stoot de stad tegen een beboste heuvelflank aan, met op het plateau erboven, voordat de voorstad begint, een uitgestrekt veld van volkstuinen.