Overal ter wereld wordt tegenwoordig onderzocht hoe we courante bouwmaterialen als beton, maar ook textiel, voedsel en brandstof, kunnen vervangen door minder energie-intensieve, CO2-neutrale alternatieven met vergelijkbare prestaties. En dat liefst op basis van natuurlijke, lokaal gewonnen materialen zoals planten, wol, algen en zouten die geen verwoestende impact hebben op de natuur. De groeiende dreiging van een klimaatcrisis, uitputting van hulpbronnen en afnemende biodiversiteit dwingen ons inderdaad tot handelen. De vraag is of we door kunnen gaan zoals we bezig zijn of radicaal anders moeten denken over de verhouding tussen mens en natuur. In een gesprek laat de Belgische productontwikkelaar Jan Boelen zijn licht schijnen op die vraag. Hij is artistiek directeur van het ontwerp- en onderzoekslaboratorium Atelier Luma in Arles (Frankrijk), dat zich richt op de regionaal georiënteerde productie van materialen en voorwerpen als antwoord op de ecologische, sociale en economische uitdagingen waar we vandaag de dag voor staan.
Recent startte heel wat onderzoek naar low carbon concrete, waarbij onder meer wordt geëxperimenteerd met hydraulische bindmiddelen waarvan de productie minder energie vergt dan die van cement, maar ook met bindmiddelen op basis van algen. Het zou inderdaad een revolutie betekenen als die productie kon worden opgeschaald, want algen zijn onuitputtelijk, hernieuwbaar en alomtegenwoordig. Zo’n onderzoek poogt doorgaans echter vooral ecologische en economische problemen het hoofd te bieden met technologie, zodat alles in de bouwindustrie business as usual kan blijven.