Kuregem is historisch gezien een toegangspoort voor nieuwkomers, een anker- of transitplek waar mensen op betere economische en sociale omstandigheden wachten. De wijk en de bewoners zijn lange tijd door de overheid en het stedelijk beleid verwaarloosd. Pas eind jaren 1990 kwamen de eerste wijkcontracten en daarmee de belofte van stadsvernieuwing. In het kader van het vierde wijkcontract, Kompas, werd vorig jaar op het Lemmensplein een buurthuis ingehuldigd, ontworpen door Réservoir A. 

Een septemberochtend in de Brusselse wijk Kuregem. Het is nog vroeg, maar het kwik klimt al tot 27 graden. In de lommer van een boom kijkt een groepje vrouwen toe hoe hun kroost de poort van de basisschool binnenloopt. Een eindje verderop, aan de rand van het Alphonse Lemmensplein, nemen een paar arbeiders een pauze. Ze observeren een jongeman die vol overgave aan zijn pull-ups bezig is. Met zijn sporttoestellen, petanquebaan en hoge platanen heeft de plek de sfeer van een dorpsplein. Maar de bankjes zijn leeg. De dorpelingen lijken het plein verlaten te hebben. Ooit was het Lemmensplein een levendige plek, omzoomd met winkels en cafés. Vanaf de jaren 1960 sloten de omliggende fabrieken en werkplaatsen en ging het bergafwaarts. Brouwerijen, leerlooierijen en textielateliers, veel industrie verliet de wijk en nam de middenklasse met zich mee, wat het economische en sociale weefsel van de wijk rake klappen toebracht.