De WTC paradox

gepubliceerd op 27.11.2018 | tekst Gideon Boie

IMG_1607

Het tijdelijk gebruik in de WTC loopt in december 2018 af. De technische installaties worden uitgeschakeld en de vloeren worden terug leeg gemaakt. Ook de Faculteit Architectuur KU Leuven, campus Sint-Lucas Brussel, mag op zoek naar een nieuwe locatie. Hoog tijd dus om de balans op te maken van WTC24. Heeft de aanwezigheid van een faculteit op WTC24 iets kunnen betekenen binnen de grote verandering van de Noordwijk? En wat is de betekenis van WTC24 voor de toekomst van architectuuronderwijs in Brussel?

Er is al veel gezegd en geschreven over de tegenstrijdigheden in de poging om de Noordwijk te heroveren. Het blijft mistig waarom eigenaar Befimmo een tijdelijk cultureel programma faciliteert. Evengoed blijven vragen omtrent ongemakkelijke huwelijk tussen JaspersEyers en 51N4E. En wat te doen met de IABR die zegt de wereld te veranderen, terwijl in de Noordwijk alles bij het oude blijft. Allemaal waar – maar laat ons even stilstaan bij de interne tegenstrijdigheid in de aanwezigheid van de Faculteit Architectuur binnen de Noordwijk.

Een belangrijke motivatie voor de tijdelijke verhuis naar WTC was de onvrede met de infrastructuur in de Paleizenstraat, de voormalige Meurop meubelwinkel. De renovatie gebeurde in 1996 door Goris & Coussée met de kenmerkende ‘ruwbouw is afbouw’ stelregel, maar kampt met bakken kritiek. De klachtenregen wijst niet alleen op een sick-building-syndrome onder gebruikers, maar op een infrastructuur die haaks staat op een hedendaagse pedagogie. De transparante benedingverdieping is tenslotte symbool komen te staan voor een school die met de rug naar de buurt leeft.

De paradox is dat de ruimtelijke infrastructuur van WTC24 wellicht nog meer aftands, afgeleefd en geïsoleerd is dan het Meurop gebouw en toch iedereen onverdeeld positief blijft. De huisvesting van een school gebeurde op een casco-vloer op de 24ste verdieping van de leegstaande toren. De vloer kent geen enkele compartimentering. Een hoeveelheid tafels op schragen was het zo’n beetje als voorziening. De elektriciteit-draden hingen los uit de muur, de luchtkwaliteit was ronduit slecht, de akoestiek belabberd, de afwas bleef altijd achter voor de pineut en de buurtgemeenschap nog nooit zo ver uit het zicht.

Er zijn enkele factoren die het enthousiasme verklaren:

  1. De ‘walk-out’: het verlaten van het trouwe honk in de Paleizenstraat voelde als een transgressie. De nieuwe schoolomgeving in WTC24 was ‘ontschoold’ door het gebrek aan klaslokalen, schoolborden, onthaalpersoneel, … Het was nooit duidelijk wanneer er een les of lezing doorging of het toch gewoon een receptie was. Recepties bleken op de koop toe de ideale momenten van kennisoverdracht.
  2. De idee om deel te zijn van de echte wereld: ontwerpstudio’s organiseerden zich in WTC24 als een ‘echt’ ontwerpbureau. Sommige studenten claimden een vaste werkplek. Het geloof was in te breken op de torenhoge ambities van de projectontwikkelaars en zo een bijdrage te leveren aan het algemeen welzijn. Ook stond de toren centraal in het sociale drama van het Maximilliaanpark en de politieke strijd van Theo Francken.
  3. De school als common: de minimale schoolinfrastructuur van WTC24 maakt institutiekritiek onmogelijk. Zelforganisatie was het devies. Er was geen backoffice. Evenmin een raadkamer. Alle onhebbelijkheden gebeurde open en bloot. De organisatievorm van de school was de optelsom van alle activiteiten. Een kleine groep studenten diende zich spontaan aan om de school draaiende te houden.
  4. Het uitzicht op Brussel: het 360° panorama vanuit WTC24 functioneerde als attractiepool, zeker bij de organisatie van publieke events. Plots was het uitnodigen van gasten een element van trots, eerder dan schaamte. De grote werven in de Noordwijk werden vanuit de hoogte geïnspecteerd. De urbicide van de Noordwijk kon aan de lijve gevoed worden en laadde elke uitspraak of handeling op met betekenis.

De vraag is wat de toekomst zal brengen. De toon lijkt alvast gezet voor een permanent nomadisch bestaan van architectuurscholen in Brussel. Als nieuwe tijdelijke locatie komt KANAL in het vizier, nu met nog meer scholen erbij, tot ook daar de werf losbarst. Of schuiven we door naar de sokkel van WTC 3 en 4, waar Befimmo ook bouwplannen klaarstoomt voor een nieuwe toren? En wat doen we met de leegstaande ruimte van het CNN/Noordstation? De tijdelijke locatie van een architectuurschool mag niet enkel gezien worden als een logistieke kwestie, maar als een opportuniteit om de plaats van de school in de stad te heroverwegen. In dat licht moeten we de genoemde succesfactoren ook kritisch durven benaderen. Laat ons in omgekeerde volgorde beginnen.

Op het panoramisch uitzicht van WTC24 valt weinig kritiek te geven, behalve dan dat het mooie achtergrondtafereel niet noodzakelijk aanleiding is voor een kritische verhouding van het onderwijsgebeuren tot de stad. De verleideling was groot om gezellig te nestelen in het arendsnest hoog en droog.

De ‘school als common’ bleef binnen WTC24 vooral beperkt tot de organisatie als zodanig. Interactie ontstond in de strijd voor m² vloeroppervlakte, respect voor elkaars materiaal, lawaaierige buren, de vraag ‘wie doet de afwas?’, etc. Deze aardse zaken vormen cruciale discussies in het proces van commoning, maar kunnen niet verbergen dat er uiteindelijk weinig inhoudelijke interactie ontstond tussen ontwerpstudio’s.

Ook heeft WTC24 de brug met praktijk niet kunnen slaan. De studenten droegen bij aan de feestelijkheden op straat en het dakterras, maar impact genereren op de Noordwijk vergt een langere adem dan een schoolopdracht. Sprekend is dat er geen enkele relatie bestond met de mysterieuze 15de verdieping waar het werkvolk van Jaspers-Eyers en 51n4e in discretie werken aan de toekomst van de toren. Zo nabij en toch veraf.

Tenslotte, heeft WTC24 haar schoolse juk niet kunnen afwerpen. Sprekend is het verschil tussen het servicecontract voor AWB en 51n4e en het huurcontract van de Faculteit Architectuur. Het toont dat het onderwijs gezien werd als een louter consumptie van ruimte. De bijdrage van de school aan de toekomst van de Noordwijk werd gezien als nihil. Misschien heeft de school niet eens iets willen bijdragen?

De fundamentele vraag is welke plaats de stedelijke complexiteit van Brussel toegemeten krijgt binnen het architectuuronderwijs en omgekeerd. Vooralsnog rijst het vermoeden dat de Faculteit Architectuur vooral gedoogd werd in Jaspers Town. En omgekeerd, lijkt het onderwijsinstituut al tevreden met het verlenen van de studiepunten.

WTC24-1

schrijf je in voor de nieuwsbrief