Aglaia Konrad: from A to K

gepubliceerd op 20.06.2016 | tekst Pieter T'Jonck
Aglaia Konrad. Tokyo (2010) & Osaka (1994) © 2016 KK / www.document-architecture.com

Aglaia Konrad. Tokyo (2010) & Osaka (1994) © 2016 KK / www.document-architecture.com

De Oostenrijkse fotografe Aglaia Konrad (°1960) woont en werkt al langere tijd in Brussel, maar het is vooral in Leuven dat ze van een bijzondere belangstelling geniet. Na de tentoonstelling ‘Frauenzimmer’ in Stuk Leuven (2013) is ze nu met ‘From A to K’ te gast in Museum M. Beide tentoonstellingen overlappen elkaar enigszins, maar de selectie in M is ruimer. Ze overspant ruwweg de periode tussen 1995 en nu, ook al gaat het zelfs dan maar om een minieme selectie uit een overdonderend groot beeldarchief.

‘From A to K’ getuigt in elk geval weer van Konrads fascinatie voor architectuur in zijn meest brutale gedaante. Ze fotografeert architectuur niet als een bevallig, zorgvuldig vormgegeven object maar als iets waar je op stoot,  of dat je overvalt, soms als een raadsel, maar vaker nog als een brute natuurkracht, een rotsformatie die ontstond na een seismische schok. In Konrads ogen worden architectuur en stad inderdaad een tweede natuur.

Konrads fascinatie voor de kracht van architectuur kan je al afleiden uit de titel van de tentoonstelling: ‘From A to K’ zinspeelt niet enkel op haar initialen, maar snijdt ook even willekeurig een stuk uit het alfabet als architectuur inhakt op de wereld en er zijn eigen wetten en grenzen aan oplegt. Konrad wordt het niet moe om dat te documenteren, bijvoorbeeld in de serie  van 12 cahiers ‘Copy Cities’ (2003-2004). Het zijn deels portretten van steden, met een overdaad aan luchtfoto’s van metropolen als Seoul of Dakar.

De menselijke figuur is in die beelden afwezig: je ziet enorme steenmassa’s die in een even dwingende als, alles welbeschouwd, triviale orde bij elkaar staan. In die cahiers inventariseert ze ook eigenaardige fenomenen als tweelinggebouwen. Het is inderdaad verbazend om te merken hoe vaak kolossale bouwblokken meteen twee keer, vlak naast elkaar gebouwd worden, vaak  met totale minachting voor hun omgeving. Konrad legt dat fenomeen vast zonder enige pathetiek, op bijna journalistieke wijze, met korrelige, licht onscherpe beelden.

Tegenover die beelden staan de ‘China Rushes’ (2009) . Op aanwijzing van Konrad werd een kast in multiplex met een edelfineer toplaag gebouwd waarin 20 beeldschermen verwerkt zijn. Op die schermen zie je stadsbeelden van Chinese steden als Beijing, Shanghai of Chongqing. Ze focussen op de mensen in die steden, maar wel steeds nadrukkelijk tegen de achtergrond van de soms verpletterende architectuur en infrastructuur van die steden.

Konrad documenteert echter niet alleen de allergrootste schaal van de megasteden, maar onderzoekt de impact van architectuur even goed op de kleine schaal van het individuele gebouw. Konrad legt een voorliefde aan de dag voor experimentele betonarchitectuur uit de laten jaren 1950 en vroege jaren 1960, die door Reyner Banham als ‘brutalisme’ omschreven werd. In zaal 24 toont ze een film over ‘la scala’, het huis dat de Italiaanse architect Vittoriano Vigano bouwde voor de Franse kunstenaar André Bloc . (Konrad zoomt in de wandhoge collage  ‘Shaping Stones’ (2016) overigens ook in op Blocs monumentale architecturale sculpturen).

‘La scala’ is een onwaarschijnlijke constructie: de villa zweeft  boven de afgrond. Ze blijft slechts in evenwicht door enkele imposante kolommen en balken. De overkragingen van het licht hellende dak en de terrassen blijven ook nu nog verbluffend. Even verbluffend is de eindeloos lange trap die naar de rand van het meer voert: ze is opgebouwd uit een 40 m lange betonwand waar stalen treden in ingestort zijn.  Die overbrugt het steil aflopende natuurlijke talud aan de waterrand.

De film bestaat uit twee parallelle opnames die simultaan getoond worden. Ze neemt een eerder ongewoon standpunt in: je ziet het gebouw nooit  als een geheel. De camera neemt het standpunt in van de bezoeker wiens oog dwaalt door de ruimte; Die loopt haast onzichtbaar van binnen naar buiten door dankzij vernuftige raamconstructies en de vloeren die ongewijzigd doorlopen. Op dezelfde manier blijft de camera dicht bij de trap die naar het meer voert, zodat je eerder getroffen wordt door de materialiteit van de constructie dan door de functionele rol ervan. Het is een bijzondere esthetische ervaring,  omdat je zo merkt dat de relatieve eenvoud van het plan tot een duizelingwekkende kinesthetische ervaring leidt.

Die ervaring wordt verder aangezwengeld door het subtiele houten schrijn dat rond het dubbele projectiescherm werd gebouwd. Het is over de middellijn licht geknikt, en ook de bovenrand vertoont een lichte opwaartse knik. Op die manier vormt het schrijn een analogie van het dak van de woning. Konrad drijft de zaak echter wel heel ver als ze hier en daar experimenteert met dubbelprojecties van bijvoorbeeld vloerpatronen. Ook de dubbelprojectie heeft geen grote meerwaarde. Maar het is wel een fascinerend document van een vergeten meesterwerk.

Sterker nog dan deze villa is de Wotrubakerk (1974-1976)in een voorstad van Wenen. Dit ontwerp van de beeldhouwer Fritz Wotruba ziet eruit als een schijnbaar achteloze, cyclopische stapeling van betonnen volumes. Zowel binnen als buiten levert ze een overrompelende ervaring op, die Konrad hier in een film (2009) vastlegt. Die film koppelt ze aan een tweede film (2010) over de marmergroeven in Carrara, waar een berg letterlijk verzaagd wordt tot marmerblokken. Dat levert onbedoeld de meest fantastische pseudo-architecturale landschappen op. Reële, tijdelijke werfloodsen zitten ertussen verstopt, en verraden zo de onwaarschijnlijke schaal van dit landschap. In ‘Carrara cut’ (2013), een fotocollage op een aluminiumpaneel verkent Konrad hetzelfde thema. Door beide films achter elkaar op hetzelfde scherm te vertonen, vertelt Konrad iets over Wotruba’s  drang naar een zelfde overrompelend effect.

De hemelbestormende hubris van de (beton-) architectuur die in de naoorlogse periode een nieuwe wereld leek te scheppen, en wat dat teweeg bracht,  aan teleurstellingen, vergissingen en misstappen maar ook aan onversneden exaltatie, lijkt zo het belangrijkste thema van het oeuvre van Konrad.  Dat blijkt ook uit vele andere installaties. Konrad voegt daar hier voor het eerst echter ook een aantal ‘kunstobjecten’ aan toe. Zo zijn er de ‘Rückbaukristalle’ (2015), brokken materiaal uit afbraak die als natuurelementen rondgestrooid worden. Die voegen weinig toe aan het verhaal dat in de foto’s verteld wordt, om niet te zeggen dat ze, door hun nadrukkelijke enscenering net de lichte verbijstering van de foto’s en films onderuit halen.

Hetzelfde geldt ook voor de ‘Frauenzimmer’ (2016). ‘Frauenzimmer’ is een Oostenrijkse metafoor voor een absurde, chaotische toestand, maar hier is het nu net een erg zorgvuldig vormgegeven kamertje. De wanden van edelfineer zijn afgewerkt met een precieuze lambrisering en kroonlijst. Aan de ene kant staat een bankje, aan de andere een groep spiegelende glaspanelen van de afgebroken Astro Tower uit Brussel. De idee is dat je vanaf de bankjes je eigen spiegelbeeld kan aanschouwen, maar ook, en vooral, de waanzin van de moderne grootstad –waar constructie en destructie elkaar in steeds kortere cycli opvolgen. Dat is een nogal simpele boodschap.  In haar foto’s en films doordringt Konrad ons van het doordringende effect van de wereld van beton, staal en glas die wij weliswaar zelf geschapen hebben maar desondanks als een tweede, artificiële natuur onze gedachten en gevoelens vorm geeft. Deze ‘Frauenzimmer’ suggereert echter dat je daar ook contemplatief afstand van kan nemen. Dat lijkt me twijfelachtig, en het verzwakt ook de ervaring die in het andere werk zo sterk bovendrijft .

 

Expo – Aglaia Konrad: from A to K
tot 18 september 2016
Museum M, Leuven
www.mleuven.be

schrijf je in voor de nieuwsbrief