Woon- en zorgcentrum OCMW

360 architecten
gepubliceerd op 17.12.2012 | tekst Cécile Vandernoot collectief wonen

Ontstaan uit een diepgaande reflectie over wat een woonomgeving voor senioren is – of zou moeten zijn – mondde het project van 360 architecten en Bas Smets uit in een voorstel dat het rusthuis tot in de fundamenten opnieuw bedacht. Ze bieden oplossingen die de woonomgeving intrinsiek verbeteren.

De projectoproep voor de bouw van het rusthuis Kapittelhof wordt in 2005 gelanceerd door het OCMW van Lommel. De ligging, in het hart van de stad, is het gevolg van een politieke beslissing die de herintegratie van de derde leeftijd ondersteunt. Het terrein bevindt zich achter het stadhuis (een gebouw uit 2005 van Crepain Binst) en door deze toenadering tot de stad kan de sterk groeiende verouderende bevolking verbonden blijven met de culturele activiteiten in Lommel en een naar buiten gericht sociaal leven blijven hebben.
360 architecten, winnaar van de wedstrijd, associeert zich met het Bureau Bas Smets en begint het ontwerp door een denkoefening gebaseerd op de observatie van bestaande gevallen. De belangrijkste wens: een andere realiteit creëren, een nieuwe leefomgeving voor bejaarden die de vooroordelen overstijgt. In een rusthuis ondergebracht worden is zelden een persoonlijke beslissing en op gevorderde leeftijd in een gemeenschap leven is een gedachte die moeizaam aanvaard wordt door jongere generaties. De architecten proberen daarom de oorzaken van dit weerstandsgevoel te begrijpen.

Buitenplaatsen verbinden
Alvorens te werken aan het ontastbare, schikt de architectuur zich naar een reeks normen. In programmabewoordingen omvat de opdracht een zorgcentrum, 80 bedden in het rusthuis, 15 plaatsen in het dagverzorgingscentrum en 20 serviceflats. De oppervlakten die in acht genomen moeten worden, leggen een strikte ruimtelijke structuur op, die later een beperking wordt waarmee de architecten graag spelen. Eens de reglementeringen geïntegreerd zijn, begint de echte compositie, met veel oog voor de ‘overgebleven’, lege ruimte. De kwaliteit van de architectuur bevindt zich immers buiten het strikte kader. Haar antwoord respecteert de minimale afmetingen van een kamer, de reglementaire oppervlakten van de ruimten voor kantoren, rehabilitatie, verzorging enz., maar ook de proportionele verhouding tussen de oppervlakten, zoals bijvoorbeeld de ontspanningsruimte per verdieping die afhangt van het aantal kamers op deze verdieping.
De architecten beslissen om het volledige perceel te bebouwen en in dit beschikbare volume buitenplaatsen te verbinden met de publieke ruimte: nu eens open, op de benedenverdieping en afgegrensd door een verschuifbare afrastering, dan weer gesloten, door een muurtje op manshoogte dat de blik naar de kruinen van de bomen leidt. Daartussen installeren zich transparanties en een porositeit die plaats laten voor een open en gulle dialoog tussen het rusthuis en zijn context, tussen privaat en publiek.
Het Bureau Bas Smets neemt vier patio’s onder handen, van verschillende grootte en met verschillende functies, maar met hetzelfde landschapsbeeld: vier variaties op hetzelfde thema. Dit landschap prikkelt de vijf zintuigen en speelt met de continuïteit van de materialen en de boomsoorten om een totaalcoherentie te doen ontstaan. Alle minerale ruimten zijn uitgevoerd in hardsteen uit Henegouwen. Hij neemt verschillende vormen aan, afhankelijk van de functie van de patio’s en het water, waarmee subtiel wordt gewerkt als een vredig, speels en sonoor element, en aan de Ginkgo biloba, een oude plantensoort afkomstig uit Japan, gekozen voor haar rijzige voorkomen maar ook voor de symboliek van hoop en een lang leven. De planten zijn geselecteerd omwille van hun kleuren en geuren, met een heel bijzondere aandacht voor de harmonie van elk seizoen.

Functioneel werken aan waardigheid
Ruimtelijk gezien is het architecturale antwoord in drie aparte delen opgesplitst. De ingang ligt in het centrale gedeelte, de serviceflats en het rusthuis zijn in de vleugels aan weerskanten ondergebracht.
Er tekent zich een voorplein af, een hoek opent lichtjes en nodigt bewoners, personeel en bezoekers uit om het complex te betreden. Deze toegang leidt naar de receptie en de hoofdpatio, een uitbreiding van de publieke ruimte als de afrastering open is. Deze gemeenschappelijke ruimte nodigt uit om de kamerruimte te verlaten en andere bewoners op te zoeken, een koffie te drinken, je familie te ontvangen. Door de aanpassing van de confrontatie van de intimiteit – die al te vaak onnatuurlijk is – met de publieke ruimte, kun je hier tot een weldadige interactie komen. Deze situatie komt rechtstreeks voort uit een sensibel organisatieschema, waarbij de naar voren geschoven hypotheses in het dagelijkse leven blijken te kloppen. De medische kabinetten liggen bijvoorbeeld rond de stille patio, waar grote blokken hardsteen rust en eerbied uitstralen. Een gang die langs deze ruimte loopt, biedt een verademing voor je terug in de kamers van het rusthuis komt. Die zijn straalvormig verspreid rond een van de patio’s, waar her en der ginkgo’s staan. Op elke verdieping hebben de senioren een verschillend uitzicht, van binnen in het gebouw of vanaf de balkons of terrassen. De kamerinrichting in zones brengt een kleine salonhoek in contact met deze buitenwereld, waardoor het mogelijk is om zonder gêne de deuren naar de gang open te laten en waardoor de groene omgeving van de patio op de achtergrond zichtbaar is.
Als alles tot op de millimeter nauwkeurig berekend is, ligt de kracht van de architectuur erin tussen de regels te kunnen lezen, vooral als het bestek dat de bouwheer overhandigt bijna 300 pagina’s telt. De menselijkheid waarmee het project aangepakt is, zowel in het werk van de architecten als in dat van de landschapsarchitecten, brengt sereniteit in deze bijzondere leefomgeving.

download pdf
360 architecten
Lommel | 2012
A+239
pagina's 44-46

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief