Terug naar het gezond verstand

Karbon' architecture & urbanisme
gepubliceerd op 20.03.2017 | tekst Cécile Vandernoot
© Matthieu Delatte

© Matthieu Delatte

Toen hij zijn eigen woning bouwde, wilde Matthieu Delatte, een van de oprichters van het bureau Karbon’, niet zomaar blindelings de nieuwe regels van de passieve woning toepassen. Het energieverbruik verlagen, ja, maar zonder de essentie – het goed gevoel – uit het oog te verliezen.

‘Als architect ontwerpen wij ruimten en niet een prestatievermogen’, zegt Matthieu Delatte. ‘Door vragen rond een gevoel van welbehagen over te laten aan speciale technieken, schuiven wij de verantwoordelijkheid volledig van ons af. Kunnen we geen gebouwen ontwerpen die zich bevrijden van de technologische dwang die door de regels wordt uitgeoefend? Er zijn andere manieren om tot comfort te komen, die niet afhankelijk zijn van een gemechaniseerd systeem.’

Voor het ontwerp van zijn eengezinswoning in Ukkel op een sterk hellend terrein, baseerde hij zich op een reflectie over ruimtelijke kwaliteit en op het bioklimatologische principe. Dit principe dat altijd contextueel is bepaald, kan worden aangepast aan alle soorten gebouwen. Een aantal keuzes vloeide als vanzelf voort uit de toestand van het terrein: de optie voor bouwmethodes aangepast aan de complexiteit van de bouwgrond, het zoeken naar optimale uitzichten, de aanleg van een zuidgericht terras dat uitgeeft op het landschap dat de straat afsluit. Andere, al even essentiële keuzes zijn aangepast aan de affiniteiten van de toekomstige bewoners, zoals materialen van biologische oorsprong, het gebruik van een tegelkachel als enige warmtebron en een natuurlijke ventilatie. Al die overwegingen betreffende energieverbruik, het streven naar comfort en het beperken van de milieu-impact speelden een rol in het bouwproces en in de bewuste keuze om in de stad te gaan wonen met toegang tot openbaar vervoer in de directe omgeving. ‘Al te veel gebouwen die beweren ecologisch te zijn, hebben architecturaal niets te betekenen of zijn zo geïsoleerd dat ze alleen met de wagen bereikbaar zijn. Voor de administratie is het gezond verstand van een architectuurontwerp altijd minder gemakkelijk te controleren. Dat heeft te maken met de beperkingen van de wet die geen grondige studie van elk gebouw apart mogelijk maken. Wat is dan het nut van een reglement rond duurzaamheid dat de vrijheden beperkt om een betere controle mogelijk te maken en dat zich veeleer concentreert op een geheel van details dan op het resultaat?’

Een resultaat dat niet alleen van een goede opvolging van de regels mag afhangen. De kosten voor het naleven van de regels van een passief gebouw slokken trouwens een groot deel van het budget op. Deze post ontbreekt meestal in een globale langetermijnvisie. ‘Hoe moeten we de levenscyclus van de materialen en technieken bekijken? In het Brussels Gewest begint men er rekening mee te houden. In het Waalse Gewest daarentegen, legt het EPC het gebruik op van mechanische technologieën (warmtepompen, fotovoltaïsche cellen enzovoort). Het is vrijwel onmogelijk om geen gebruik te maken van technologische producten, die dus na verloop van tijd vernieuwd moeten worden.’ 

Het is absoluut nodig om het vanuit een breder perspectief te bekijken: de negatieve impact van grijze energie op het milieu kan gemakkelijk verzwegen worden. In zijn streven naar de bouw van performante woningen die weinig verbruiken, sluit het Waalse Gewest de ogen voor de investeringskosten en de productie van snel verouderende elementen. ‘Al deze systemen die recentelijk werden ontwikkeld in overeenstemming met de wetgeving, bestendigen op een absurde manier de consumptiemaatschappij, terwijl ze bedoeld zijn om de energiekosten te verlagen.’

Op het vlak van ontwikkeling bevordert het gebruik van materialen van biologische oorsprong de creatie van lokale tewerkstelling. ‘In vergelijking met conventioneel bouwen, vergt ecologisch bouwen meer handarbeid, maar de prijs voor de materialen is lager.’ Er komen trouwens meer en meer geschikte materialen op de markt. In dit geval werd gekozen voor beton van hennepkalk, geprefabriceerde houtskeletwanden, opgevuld met stro en daarna bepleisterd met klei of kalk (Paille-Tech) met een totale dikte van 50 cm. Isolatiematerialen die de vochtigheid regelen, de lucht zuiveren en ademen – ze verspreiden de waterdamp door het hele gebouw – dragen ongetwijfeld ook bij aan het comfort. Een terugkeer naar het gezond verstand maakt het mogelijk om een woning – of elk ander gebouw – op te vatten als een globaal systeem dat op maat kan worden aangepast. Stilaan komt een mentaliteitswijziging op gang, maar wat de jacht op labels en subsidies betreft, is er nog veel werk aan de winkel om gebruikers en beleidsmakers bewust te maken van de mogelijke alternatieven. ‘Er is bijvoorbeeld geen subsidie voorzien voor diegenen die uit ecologisch oogpunt besluiten om in een bescheiden woning te gaan wonen.’

download pdf
Karbon' architecture & urbanisme
Ukkel | 2017
A+.
pagina's .

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief