Straatfeest

BOB361 architecten
gepubliceerd op 17.02.2016 | tekst Martin van Schaik niet-residentieel publiek
© Stijn Bollaert

© Stijn Bollaert

‘GATE 15’ door het Brusselse architectenbureau BOB361 architecten werd onlangs bekroond met de Belgische Prijs voor Architectuur 2015. De jury loofde het holistische karakter van dit project: de complexiteit van de gevel en snedes, de detaillering, de manier waarop het het omliggende stedelijke weefsel herorganiseert en de relatie die het ermee aangaat, het behoud van een bestaand gebouw…

 

Gate 15 is een relatief bescheiden project in de levendige studentenbuurt van Antwerpen: het ligt aan een smalle straat aan de rand van het middeleeuwse stadshart; kleinschalig stadsweefsel wordt hier doorspekt met fragmenten van universiteit en academie; de wijk is een afwisselende mix van oude ‘rues corridors’ en verrassende openingen naar groene binnentuinen. Het project herbergt een klein maar divers programma: een informatiecentrum voor binnen- en buitenlandse studenten met enkele ‘back offices’, een werk- en ontmoetingsplek, een polyvalent zaaltje en een dertigtal studentenkamers.

Pal ertegenover staat een immens aula-complex dat zich nogal ongemakkelijk voegt naar het oudere stadsweefsel: de aula breidt de straatruimte uit met een volledig open plint die toegang biedt tot de achtergelegen collegezalen: een genereuze geste die grotendeels teniet wordt gedaan door batterijen fietsenstallingen omgeven door hoge hekken. De achterkant van een te groot programma zuigt het leven uit de straat.

© Stijn Bollaert

© Stijn Bollaert

Ruimtespel

Gate 15 neemt een duidelijke positie in tegenover deze ruimtelijke basisgegevens en bespeelt ze kundig. Het kleine complex bestaat uit een viertal op zichzelf staande gebouwde elementen die samen de stedelijke ruimte hertekenen. Centraal in het plan staan de restanten van een 17e-eeuws rijhuis, waarvan enkel de buitenmuren bewaard en opgeknapt zijn met ernaast een pleinachtige ruimte op een opengelaten straathoek tegenover de dikke aula. De nieuwe volumes nestelen zich aan weerszijden van het historische pand. Iets terugliggend kraagt een eenvoudig, haast banaal grijs bakstenen volume uit boven het nieuw gecreëerde pleintje, steunend op twee ranke betonnen kolommen als een olifant op spitzen; het volume is netjes uitgelijnd met een naastliggend, elegant onderwijsgebouwtje uit de jaren ’60 waardoor de twee blokken, over de ruimte van het hoekplein heen, een prettig weerwoord bieden aan het aulacomplex. Aan de noordzijde zijn een drietal bestaande percelen ingevuld met een geleed volume in ruw bekist zichtbeton: twee balken op een sokkel, haaks op de rooilijn, waardoor zijdelings daglicht de smalle straat animeert. De compositie is precies, de schikking van volumes ontspannen, de ontstane ruimtes zonnig en prettig. Op het pleintje ontbreekt vooralsnog de boom die in photoshop beloofd leek.

De programmatische verdeling binnen het complex is onavontuurlijk: in de plint bevinden zich de publiekelijk toegankelijke functies achter grote glaspartijen, op de verdiepingen vinden studenten hun meer intieme onderdak; het behouden huisje herbergt op zijn nieuw geconstrueerde verdieping enkele kantoren. Op ongedwongen wijze straalt het publieke programma af op de ruimte van de straat en het plein.

© Stijn Bollaert

© Stijn Bollaert

Afwerking

Het materiaalgebruik is veelzeggend. In de meeste binnenruimtes overheerst industriële chic met veel ruwbouw, luchtkanalen en technieken in het zicht; de studentenvertrekken op de verdiepen zijn sober en functioneel. Grappige details keren op verschillende schalen terug: kruisvormige stalen kolommen onder het ‘bakstenen’ volume – niets is zo simpel als het lijkt – komen terug in de kruisvormige betonnen draagstructuur binnen de muren van het historische pandje. Alles is smaakvol, zeer van deze tijd, soms op het modieus correcte af; de middelen worden uiterst gedoseerd en intelligent ingezet. Het met planchetten bekiste zichtbeton van het noordelijke volume – dat terugkeert aan de onderzijde van het bakstenen blokje op het plein – is verbluffend strak uitgevoerd en, in combinatie met het tropische hardhout van het schrijnwerk, van een haast Zwitserse precisie en zinnelijkheid. Brievenbussen, handgrepen, dorpels: de liefde voor het detail bij zowel ontwerpers als uitvoerders is alomtegenwoordig. En het mooiste van zichzelf geeft dit gebouw gewoon mee aan de opmerkzame passant.

© Stijn Bollaert

© Stijn Bollaert

Prijs

Toekenning van een prijs aan een nog jong, pas opgeleverd ‘eindproduct’ is, bij gebrek aan leeftijd van het gebouwde ding (en vaak zonder al te veel insiderkennis omtrent de totstandkoming) eigenlijk een farce. Vanuit een architectuurkritisch oogpunt is een prijs volmaakt contraproductief: hij smoort debat en baart akelige tautologie: gebouw is goed want immers bekroond. Een prijs dekt onmogelijk veel toe; de noeste strijd en het kleine en grote falen blijven meestal buiten beeld. De beste gebouwen zijn uiteindelijk gewoon goed gelukt; andere gebouwen hadden niet zoveel fortuin.

Met de keuze voor Gate 15 – nomen est omen – als super-laureaat van de Belgische Prijs voor Architectuur speelt de jury op safe. Dit is geen architectuur die bergen verzet maar kleine wonden heelt en dapper meebouwt aan de 21e-eeuwse stad. Het creëert een bevredigend maar fragiel evenwicht. Respectvol en bemiddelend toont het project wegen naar een prettig hybride stedelijkheid. Het schopt niet tegen schenen en is als dusdanig voorbeeldig. De kwaliteit van dit gebouw ligt op straat, waar het een vrolijk feestje bouwt.

download pdf
BOB361 architecten
Antwerpen | 2016
A+257
pagina's 68-72

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief