Seraing: Waar blijft de feniks?

Reichen & Robert & Associés
gepubliceerd op 16.06.2015 | tekst François Schreuer publieke ruimte
© Elodie Ledure | FWB

Georges Dedoyard, sociaal centrum van de Société anonyme d’Ougrée Marihaye, 1952 © Elodie Ledure | FWB

De stad Seraing heeft een ambitieus masterplan laten uitwerken. Hoewel de recente openbare realisaties geen onverdeeld succes kunnen worden genoemd, getuigt de (re)constructie van haar stadskern in bijzonder moeilijke financiële en economische omstandigheden van een veelbelovende bekommernis voor hoogwaardige architectuur.

Twee eeuwen geleden werd Seraing door de industrialisatie een van de eerste ‘booming cities’ van het continent. De sporen van die ongeremde groei zijn tot op de dag van vandaag duidelijk merkbaar in het stadsbeeld: waar je ook kijkt, zie je resten van het ‘metaaltijdperk’ en botsingen tussen zeer uiteenlopende bouwzones. De neerwaartse trend die al enkele decennia aan de gang is, is echter al even ongeremd. Aan de ijzer- en staalwinning ‘langs vloeibare weg’ is definitief een eind gekomen. Het is alom kaalslag en roest. Regen en wind hebben vrij spel op honderden hectaren uiterst vervuild industriegebied. De gesel van de werkloosheid heerst over de wijde omstreken. De gemeente heeft nood aan ruime inkomsten, maar die zijn in vrije val.

Tegen die barre achtergrond is Seraing begonnen zichzelf (weer) op de kaart te zetten. En daar moet veel voor gebeuren: een stadskern creëren in een uiterst disparaat stedelijk geheel dat het resultaat is van de nog niet geheel verteerde gemeentelijke fusie van 1977, een nieuw economisch project formuleren zonder het oude helemaal te laten vallen, en de stad ontdoen van haar imago van saaiheid, dat van die aard is dat veel architecten niet eens inschrijven op haar nochtans belangrijke aanbestedingen.

Ambitieus masterplan 

De grondslagen van dit proces werden gelegd door een masterplan dat in 2006 gefinaliseerd werd (A+198, A+205) door een team onder leiding van de Franse stedenbouwkundige Bernard Reichen. Het document werd enthousiast onthaald en is een vreemde eend in de Luikse en Waalse bijt, waar ze niet gewend zijn aan plannen die een hele stad betreffen en over een hele generatie lopen. Eriges, de autonome gemeenteregie die werd opgericht om dit plan in goede banen te leiden, stuurt nu een groot deel van de urbanistische ingrepen in dit ruim bemeten gebied aan. Die activiteiten zijn soms dubbelop met die van het gemeentebestuur, dat daardoor naar het achterplan dreigt verdrongen te worden.

Reiches et Robert Associés, Stedenbouwkundige studie voor Seraing, 2006

Reiches et Robert et Associés, Stedenbouwkundige studie voor Seraing, 2006

Het programma van het masterplan is gestructureerd rond een T-vormige ‘stadsboulevard’ met drie hoogtepunten. Op het eerste daarvan, in het noorden, in de bocht van de Maas, naast het voormalige zomerpaleis van de prins-bisschoppen van Luik, komt de nieuwe stadskern. Het tweede is Val Saint-Lambert, in het westen, en het derde Ougrée, in het oosten. Tenzij de voorstanders van het bewaren van één van de twee overgebleven hoogovens als getuige van het arbeidersverleden van de stad het pleit winnen, zullen beide donkere totems moeten wijken voor zones van hoofdzakelijk economische activiteiten. De meest vervuilde site, het enorme gebied van de cokesfabriek, heeft men netjes terzijde gelaten. Zo heeft de volgende generatie ook iets te doen.

Het is niet altijd duidelijk, om het zacht uit te drukken, welke plaats de architectuur bij dit alles inneemt. Duidelijk is wel dat de recente openbare realisaties geen onverdeeld succes kunnen worden genoemd en niet beantwoorden aan de initiële stedenbouwkundige ambities.

Lees meer in A+254.

download pdf
Reichen & Robert & Associés
. | 2015
A+254
pagina's 66-68

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief