Landelijke expressie

Arcadus architect
gepubliceerd op 22.01.2015 | tekst Christine Roels niet-residentieel

De vereniging Via Lactea betrok de 18e-eeuwse boerderij van het kasteel Beauregard in Froyennes om zichzelf meer ruimte te gunnen en het contact met het grote publiek te vergemakkelijken. Arcadus architecte tekent voor een project met een minimale impact op het bestaande, en een grote flexibiliteit in het gebruik.

 

©Serge Brison

©Serge Brison

 

Via Lactea is een vzw die wereldmuziek en regionale cultuur ondersteunt. Ze wil in ‘La Petite Fabriek’ een activiteiten- en residentieplek uitbouwen voor kunstenaars met producties in de cultuurcentra van de Eurometropool Doornik-Kortrijk-Rijsel. Omdat de gebouwen rond een centrale binnenplaats verspreid liggen, kunnen er verschillende activiteiten tegelijk plaatshebben. Gemeenschappelijke binnen- en buitenruimten stimuleren de interactie tussen de huurders.

Arcadus architecte stond erop de boerderij te restaureren, de landbouwsfeer te behouden en de nieuwe ingrepen duidelijk zichtbaar te maken, ook al is de boerderij niet beschermd. Op de binnenplaats vinden we vandaag een podium op de plaats waar de mestput was, met een geïntegreerde opbergruimte en afgeboord met een waterpartij. Dat water herinnert aan een noodzakelijk element voor het landbouwbedrijf, maar versterkt tegelijk ook de theatersymboliek en eist de aandacht op van de bezoekers die het voorportaal betreden.

De vleugel van de boerderij tegenover het voorportaal moest opnieuw gebouwd worden. Dat nieuwe volume volgt exact dezelfde contouren van het oude. De beglaasde gevels maken van dit ontvangstlokaal en de kantoren van de vereniging lichte ruimten. Het donkere en ruwe aspect van het rooster van geschilderd hout dat deze gevel omvat, zorgt voor een goede visuele integratie van dit nieuwe element. Links werd het vroegere woongedeelte, dat in verbinding staat met het ontvangst- en administratiepunt, omgebouwd tot bar, eetkamer en gemeenschappelijke keuken; onder het dak werd er een seminariezaal ingericht. De muren zijn aan de binnenkant geïsoleerd en bekleed met gerecupereerde houtplanken uit Zweedse zoutziederijen. De vloertegels zijn typisch voor wat vroeger in de regio geproduceerd werd en komen uit een stock van tweedehandsmateriaal.

 

©Serge Brison

©Serge Brison

 

In de zijvleugel links van het voorportaal werd de schuur, die de binnenplaats afsluit, omgebouwd tot een zaal voor optredens, die onderdak kan bieden aan diverse expressievormen. De vroegere varkensstal, aan weerszijden van het voorportaal, en de duiventoren met polygonale spits werden omgevormd tot gîte, met een appartement op de verdieping en twee polyvalente lokalen beneden. Hier kunnen toeristen ontvangen worden, gescheiden van de kunstenaars in residentie.

In de oude paardenstal rechts van het portaal werd een atelier ingericht. Langs deze zaal bereik je een ontvangstruimte voor kindergroepen. Die bevindt zich onder het dak van de koeienstal die aan de eveneens toegankelijk gemaakte paardenstal grenst: centraal sanitair blok, twee nachtzones en een vertelruimte met een kleine toneelbak in de plankenvloer, onder het originele houten gebinte. Er werd geen enkele nieuwe opening gemaakt, zodat de zoldersfeer goed bewaard blijft.

In de oude koeienstal zijn zes kamers voor kunstenaars in residentie ondergebracht, waarvan twee voor mensen met een beperkte mobiliteit. Ze werden bedacht in de stijl van Le Corbusier, als minimale cellen met geïntegreerde sanitaire voorzieningen en badkamer. Binnen werd de rust van een klooster nagestreefd; de bestaande, piepkleine ramen werden omgewerkt tot kijkgaten die dienst doen als lichthappers. Elke cel schuift als een ‘schoendoos’ onder het plafond met kleine gewelfstenen; zo werd de integriteit van de ruimte bewaard en verschilt de nieuwe indeling niet zo veel van die van de oorspronkelijke stal.

Een oude hangar, die losstaat van de gebouwen in het vierkant, werd omgebouwd tot tweede atelier. De zijwanden zijn volledig beglaasd, net zoals de monumentale vroegere poorten van de schuren en de stal. Deze openingen bieden doorkijken en maken de bezoeker attent op de aanwezigheid van de beschermde molen, de weide, de waterloop en het naburige onderhout.

Voor de beheerders maakt de boerderij integraal deel uit van Froyennes en zullen de deuren altijd open blijven. Hoewel het artistieke centrum privé is, staan de muziekvoorstellingen en de andere artistieke producties volledig open voor het publiek. En dat publiek heeft het recht om het productieproces mee te beleven en er zelfs aan deel te nemen…

 

©Serge Brison

©Serge Brison

 

 

 

 

download pdf
Arcadus architect
Froyennes | 2015
A+248
pagina's 34

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief