Institut Technique Professionnel

A229
gepubliceerd op 20.02.2012 | tekst Benjamin Pors niet-residentieel

De provinciale school duikt op langs de steenweg van Waver naar Nijvel, in een landschapssequentie waar de opeenvolgende individuele woningen onderbroken worden door een lappendeken van constructies van groter formaat. Het panorama bestaat uit een provinciaal administratief centrum, een robuust schoolgebouw bekleed met crépis en de resten van een park met een meer, waarop een eclectisch 19e-eeuws kasteel uitkijkt. Het technisch instituut ligt een eindje van de steenweg verwijderd en wordt in de eerste plaats gekenmerkt door een lang gebouw in het midden van de site. Het is rechthoekig van vorm en heeft een functionalistische taal die typisch is voor de ‘golden sixties’, gebaseerd op een regelmatig ritme van modules uit lichte wanden. Het gebouw wordt aangevuld met diverse bijgebouwen die in verschillende fases opgetrokken zijn. De hybride visuele sequentie die dit biedt, is compact en zonder duidelijke structuur, zowel stilistisch als qua inplanting.
Het project van A229 speelt met de uitbreiding om de organisatie van het complex opnieuw te kwalificeren. De voorgestelde optie is eenvoudig en beantwoordt aan de bestaande constructie. Waar het hoofdgebouw abrupt eindigde op een blinde puntgevel, wordt het nu verlengd door een nieuw volume en op één lijn met de straat geplaatst, waardoor een duidelijke bebouwde voorzijde naar het park ontstaat die de toegang tot de campus markeert. Door de plaatsing van dit nieuwe volume kan de campus ook in twee duidelijk onderscheiden agorae verdeeld worden : een plein aan de westkant is bedoeld als spel- en recreatiezone, aan de oostkant vinden we de bezoekerstoegang, de leverancierstoegang en de parking. Qua vorm lijkt de uitbreiding een vertaling van de volumetrie van de oorspronkelijke constructie.
In het programma moest het project de bestaande school uitbreiden met een sportzaal en praktijkklassen en ook de keuken moest worden gereorganiseerd. Een eerste volume van een niveau, in het verlengde van de bestaande refter, herbergt de nieuwe keuken, opslagruimte, een goederenlift en een loskade. Het hoofdvolume van de uitbreiding staat daarachter en herhaalt het model van de bestaande constructie met twee niveaus. Het omvat de praktijkklassen en de sportzaal en het springt uit het gebouw naar voren, zodat drie gevels van natuurlijk licht profiteren. De toegang tot de verschillende lokalen staat los van het bestaande gebouw, waardoor de nieuwe functies autonoom werken. Een tweede praktijkklas op de verdieping voltooit het geheel. Ze komt uit op een dakterras waar praktijklessen dakwerken kunnen plaatsvinden. Deze buitenruimte bevindt zich boven het speelplein en zorgt voor een ludieke breuk in de volumes. Deze hangende patio beantwoordt aan een bijzondere programmavraag en creà«ert een spanning tussen de uitbreiding en de uniforme basisconstructie. Men heeft toegang tot de verdieping via een rijzige buitentrap tot aan het dak.
Het gevelontwerp en de materialen van de nieuwe constructie helpen de stijlverschillen van de aangrenzende gebouwen te verzachten. Net zoals een legospel laten imposante rechthoekige oppervlakken van hout en polycarbonaat het gebouw verschijnen als een juxtapositie van afzonderlijke dozen, die in hun chromatische palet harmonià«ren met de originele constructie. De enige aanwijzingen voor de functie van deze mysterieuze constructie zijn de open trap aan de gevel aan de kant van het speelplein en de uitgesneden ramen in de doorschijnende wanden. Binnen wordt hetzelfde niveau van abstractie bereikt. De volle oppervlakken en het diffuse licht, gecombineerd met de vloerbekleding van glad beton, definià«ren de zeer pure ruimtes.
Constructief gezien gebruikt het gebouw technieken en materialen die afgeleid zijn uit de industrià«le architectuur. Het gebruik van ruw beton, cementdeklagen en polycarbonaat maakt het mogelijk het bouwbudget maximaal onder controle te houden en tegelijkertijd het werk te karakteriseren. Door de externe circulatie naar de buitenkant te verwijzen, wordt de beschikbare oppervlakte maximaal benut en de onderhoudskosten verlaagd. Met een isolatiewaarde K 20 is de energiebesparing ook maximaal, door het gebruik van performant polycarbonaat, een buitenbekleding van lokaal hout, isolatie en een verwarmingssysteem met warmtepompen en geothermische sondes. Een ludiek overzichtsbord op het speelplein informeert de leerlingen in ‘real time’ over het energieverbruik van de school, een element dat bijdraagt tot het pedagogische project van de instelling, die een afdeling ‘speciale technieken’ heeft.
Vandaag zijn er kwantitatief belangrijke opdrachten door de demografische concentratie in de steden en de verouderde schoolgebouwen die vaak in de jaren 1960 opgetrokken zijn. De renovatie en bouw van scholen vraagt van ons dat we de schoolfunctie opnieuw bedenken, omdat het onderwijs en de samenleving geà«volueerd zijn.
Het project van A229 is het resultaat van een procedure voor overheidsopdrachten en een geslaagd voorbeeld van verantwoorde architectuur op het vlak van energie, die afwijkt van het imago van de klassieke, strenge en puur functionalistische school. Het werk illustreert het architecturale potentieel van de schoolarchitectuur en de publieke opdrachten. In de manier waarop het functioneert en door de diverse functies die het herbergt, creà«ert het gebouw van A229 kwalitatief hoogstaande leerruimtes, waaruit veelvuldige ruimtelijke ervaringen ontstaan. Door de uitgepuurde vorm en taal verduidelijkt het de organisatie van de campus en formuleert het een sterk imago voor de instelling.

download pdf
A229
Court-Saint-Etienne | 2012
A+234
pagina's 24-26

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief