‘Ik ben geen architect meer’

Benoit Dugardyn
gepubliceerd op 21.04.2015 | tekst Alex Mallems niet-residentieel

“Als ik nu een idee heb voor een scenografie, ben ik daar veel meer van overtuigd dan ik ooit van een architectuurconcept geweest ben.” Aan het woord is Benoit Dugardyn, van opleiding architect, maar na zijn afstuderen gebeten door de operamicrobe. Met dank aan Gerard Mortier en de Munt.

© benoit dugardyn Richard Strauss, Der Rosenkavalier, Bolshoitheater, Moskou 2012 Regie Stephen Lawless

© benoit dugardyn
Richard Strauss, Der Rosenkavalier, Bolshoitheater, Moskou 2012, Regie Stephen Lawless

 

Benoit Dugardyn stamt uit een Brugse architectenfamilie en studeerde in 1981 af als ingenieur-architect aan de KU Leuven. Aansluitend volgde hij een postgraduaat monumentenzorg aan het centrum Raymond Lemaire. De jonge Dugardyn solliciteerde bij Gerard Mortier om als gewetensbezwaarde aan de slag te gaan in het gerenommeerde Brusselse operahuis. Hij begon in 1984 bij de Munt als technisch tekenaar en zou er tot 2001 blijven als adjunct-technisch directeur.

De jaren bij de Munt waren bepalend voor Dugardyn: hij kwam er in contact met de fine fleur van de internationale operawereld. De vernieuwing die Mortier uitdroeg, vatte die laatste vaak samen als “opera tot theater maken”. Naast het muzikale wonnen regie, dramaturgie en inhoudelijke concepten aan belang. De rol van de scenografie werd daarbij niet over het hoofd gezien. Vooraanstaande scenografen als Ezio Frigerio, Richard Peduzzi, maar vooral Karl-Ernst Herrmann, drukten hun stempel.

© benoit dugardyn Richard Strauss, Der Rosenkavalier, Bolshoitheater, Moskou 2012 Regie Stephen Lawless

© benoit dugardyn
Richard Strauss, Der Rosenkavalier, Bolshoitheater, Moskou 2012, Regie Stephen Lawless

 

Artistieke tandem

Benoit Dugardyn maakte in 1990 zijn eerste scenografisch ontwerp; al snel profileerde hij zich voluit als ontwerper voor opera. Cruciaal daarbij was zijn ontmoeting met regisseur Stephen Lawless met wie hij sinds 1995 een artistieke tandem vormt en maar liefst 27 operaproducties gemaakt heeft.

Hun langdurige samenwerking biedt grote voordelen. Stephen Lawless is een regisseur met uitgesproken ideeën en concepten. Communicatie daarover is dan ook essentieel om als scenograaf de juiste, gemeenschappelijke beeldtaal te kunnen vatten. Dugardyn: “In de loop der jaren werden onze besprekingen korter en korter, omdat je elkaars taal steeds beter kent.”

© benoit dugardyn  Gaetano Donizetti, L'elisir d 'amore, Oscarsborgs Operaen, 2013 Regie Stein Winge

© benoit dugardyn
Gaetano Donizetti, L’elisir d ‘amore, Oscarsborgs Operaen, 2013, Regie Stein Winge


Rosenkavalier

Een mooi voorbeeld van dat artistieke partnerschap is de productie ‘Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss in 2012 voor het monumentale Bolshoïtheater in Moskou. Door die grootschaligheid was het bedenken van een concept voor deze vrij intimistische opera geen sinecure. Als structuur van zijn eenheidsdecor opteerde Dugardyn voor een citaat uit de Weense architectuur: een appartementsgebouw van Otto Wagner. In de drie bedrijven wordt telkens een sprong in de tijd gemaakt. In het 18e-eeuwse Ancien Régime staat een hemelbed centraal, met het voordoek uit het Theater an der Wien als theatrale verwijzing. In de 19e-eeuwse wereld van de parvenu wordt een grote klok uit die tijd gecombineerd met een historisch citaat van een vijftal gigantische vitrinekasten met porselein, die herinneren aan de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889. Verder een beeld van Johan Strauss als uitvergrote porseleinen figuur. In de jaren ‘50 van de 20e eeuw verwijst onder andere een reuzenrad naar de bekende Weense Praterkermis.

Dugardyn kiest voor sterk contrast: een kale ruimte met een moderne stationsklok vormt het slotbeeld. Zoveel eclecticisme paste binnen het concept om de pastiche van Strauss met veel historiserende referenties uit te werken. De telkens verspringende tijd geeft de veranderende verhoudingen tussen de personages aan.

© benoit dugardyn Giuseppe Verdi, Rigoletto, Oscarsborgs Operaen, 2014 Regie Stein Winge

© benoit dugardyn
Giuseppe Verdi, Rigoletto, Oscarsborgs Operaen, 2014, Regie Stein Winge


Openlucht

Een andere regisseur waar Dugardyn vaak mee samenwerkt is Stein Winge. De voorbije jaren maakten zij een aantal openluchtvoorstellingen op het Noorse eiland Oscarsborg, in een oude kazerne met een arenavormige binnenkoer. Deze setting impliceert meteen een heel andere ontwerppraktijk. Toen ze er in 2013 ‘L’elisir d’amore’ van Donizetti maakten, stond de kazerne in stellingen, wat Dugardyn inspireerde tot een filmdecor met digitale fotoprints van Venetiaanse gevels die achter de stellingen werden gemonteerd. Voor hun ‘Rigoletto’ van Verdi vorig jaar, werd de architectuur van de kazerne juist weggestopt achter abstracte Yves-Klein-blauwe wanden, om het karakter van dit nachtstuk te versterken.

Een opvallende constante in de stijl van Benoit Dugardyn is het manipuleren van perspectief en proportie. In het creëren van die theatrale werkelijkheid ligt de grootste aantrekkingskracht van het vak: de scenograaf als ontwerper en manipulator van de herkenbare wereld. Als scenograaf heb je meer vrijheid om de realiteit naar je hand te zetten dan als architect. Eén parallel met architectuur blijft wel behouden: de universaliteit van ontwerp en beeldtaal.

 

download pdf
Benoit Dugardyn
. | 2015
A+253
pagina's 44-45
http://www.b-dugardyn.be

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief