Een beroep op intelligentie

Cellule D’étude Immobilière Et Urbaine – Michel Le Paige Et Carole Deferieren/A
gepubliceerd op 02.05.2018 | tekst Zsuzsanna Böröcz publieke ruimte
© Jean-Pierre Bougnet

© Jean-Pierre Bougnet

In november opende Musée L, het eerste universiteitsmuseum van België, de deuren in de voormalige Bibliothèque des Sciences et Technologies in Louvain-la-Neuve. UCL-architecten Michel le Paige en Carole Deferière hebben een herbestemming en restauratie gerealiseerd die de oorspronkelijke (interieur)architecturale waarden optimaal behoudt en de immateriële waarden opwaardeert.

De indrukwekkende Bibliothèque des Sciences et Technologies uit 1973 van de Université Catholique de Louvain, gelegen op de heuveltop van de universiteitswijk in Louvain-la-Neuve, werd ontworpen door de bekende naoorlogse architect André Jacqmain (1921–2014) in samenwerking met de al even opmerkelijke interieurontwerper Jules Wabbes (1919–1974). Qua stijl beantwoordt deze brutalistische architectuur met sculpturale allures aan Jacqmains zoektocht naar een meer persoonlijke architectuurtaal. De monumentale uitstraling van de bibliotheek als middelpunt van kennisvergaring bleef intact, zodat het gebouw onverminderd zijn functie van visueel referentiepunt uitoefent op de Place des Sciences en daar voorbij.

© Jean-Pierre Bougnet

© Jean-Pierre Bougnet

In contrast met de uitstraling van het exterieur was de inkom van de bibliotheek aan het plein bewust als een vernauwing opgevat. Daarop volgden introverte binnenruimtes, begrensd door de repetitieve structuur van baniervormige schijven in ruw bekist zichtbeton. Die ondersteunen op hun beurt een enorme, hellende betonnen dakplaat – als aankondiging van het postmodernisme – waaronder de bezoeker zich een weg baande van de ene donkere mezzanine naar de volgende. De mezzanines hadden een zeer laag plafond en waren volgestouwd met boekenrekken, waardoor alle openheid verloren ging. Enige opluchting bood de open leeszaal langs de lage noordgevel, die voorzien werd van leestafels voor zelfstudie, ontworpen door een minder geïnspireerde Wabbes.

Open structuur

Een tweede bijdrage van Wabbes, de decoratieve plafondbekleding die de ventilatiekanalen herbergt, is van een hogere orde. De reeks lange, organische vormen, die als bronskleurige geleedpotigen het strakke betonnen dakvlak afzakken, bood de leeszaal een legendarische aanblik. In deze context vergde de herbestemming tot museum hoofdzakelijk meer leesbaarheid, licht en openheid. De even drastische als efficiënte ingreep waarmee dit wordt bereikt, is de verplaatsing van de hoofdingang naar de noordgevel om de hoek, weg van het plein. Dat biedt een drietal wezenlijke voordelen: de open structuur van de gevel laat een brede, glazen inkompartij toe; de hoofdingang leidt voorbij het tochtsas onmiddellijk naar een grote, dubbelhoge ontvangstruimte; en vooral: je komt nu binnen op de symmetrieas van het gebouw, evenwijdig met de imposante betonschijven die de blik verder leiden en de structuur direct leesbaar maken.

Om transparante, ononderbroken plateaus te creëren, werden de talrijke kleinere niveauverschillen weggehaald. De leesbaarheid werd vergroot door de buitenmuren in zichtmetselwerk te pleisteren, waardoor ze een heldere achtergrond vormen voor de betonnen structuur. Uit de tentoonstellingsruimten werden de radiatoren zo veel mogelijk geweerd, wat deels werd gecompenseerd door een onopvallende maar efficiënte dakisolatie en nieuwe isolerende ramen. De raamverdelingen werden aangepast voor een betere lichtinval, terwijl de relatief zware profielsectie werd behouden uit respect voor de oorspronkelijke architectuur.

Verdere aanpassingen moesten de functionaliteit en circulatie in het gebouw verbeteren. Tegen de achtergevel werd een goederenlift geplaatst in een onopvallende schacht van gelijkaardig zichtbeton. De bestaande voetgangersbrug naar het naburige gebouw, waarin nu de tijdelijke tentoonstellingsruimtes en administratie zijn ondergebracht, werd behouden maar voorzien van een glazen overkapping. De grote open ruimtes in het bijgebouw, geritmeerd door een sobere maar mooie beton- structuur die vroeger niemand zag omdat het boekendepot er huis hield, zijn nu opengesteld voor het publiek. Op termijn zal op de bovenverdieping van het hoofdgebouw een restaurant komen, rechtstreeks bereikbaar vanaf de begane grond, met een fantastisch panoramisch uitzicht over de stad en de omgeving.

© Jean-Pierre Bougnet

© Jean-Pierre Bougnet

Directe beleving

De wetenschappelijke en didactische collectie van Musée L impliceert een open houding tussen de werelden van kunst en wetenschap, die hier vertaald moest worden. Het museum onderhoudt ook de relatie met het onderwijs door kleinere seminarielokalen en een auditorium ter beschikking te stellen. Tegelijk creëert het de mogelijkheid om de wijk eromheen, die lijdt onder de exclusiviteit van een campus, enigszins open te breken voor het bredere publiek. De scenografie getuigt van een grote gevoeligheid voor deze context. De gegeven architecturale ruimte en oppervlakken worden subtiel, evenwichtig en sober aangewend om museumstukken van diverse aard en herkomst te laten dialogeren met elkaar en het publiek. Doorheen de aanzienlijke technische uitdagingen, onder meer het gevolg van de lage plafonds, tonen de ontwerpers een buitengewoon vertrouwen in de intelligentie van de bezoekers, en realiseren ze een zeldzaam directe beleving van het tentoongestelde erfgoed.

download pdf
Cellule D’étude Immobilière Et Urbaine – Michel Le Paige Et Carole Deferieren/A
Louvain-la-Neuve | 2018
A+270
pagina's 6-7-8-9-10

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief