Brug van Nijmegen - PPS-procedure

Ney Poulissen Architects & Engineers
gepubliceerd op 19.01.2015 | tekst Cécile Vandernoot landschap

De brug van Nijmegen zag het daglicht dankzij een DBM-procedure. Dit kunstwerk, ontworpen door Ney Poulissen Architects & Engineers en gebouwd door BAM binnen de termijn en de toegekende enveloppe, is een zeldzaam voorbeeld van een geslaagde samenwerking.

 

© Stijn Bollaert

© Stijn Bollaert

De procedure die de stad Nijmegen lanceerde omvat het ontwerp, de bouw en het onderhoud (DBM); de financiering werd door de stad verzekerd. Vijf consortiums werden op basis van referenties gekozen, waaronder het team Ney Poulissen Architects & Engineers/BAM. De gevolgde aanbestedingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog, maakte het de aanbestedende macht mogelijk om met de geselecteerde kandidaten te onderhandelen over een oplossing die perfect beantwoordde aan de geformuleerde behoeften en op basis waarvan de gekozen kandidaten hun uiteindelijke offerte indienden.

 

Stadsbrug

De stad had hiervoor een bijzonder volledig document voorbereid, het ‘Ambitiedocument’, met daarin de synthese van vijf jaar reflectie, verrijkt met verschillende voorstudies (financiële en technische haalbaarheid van vier brugtypes, visuele impact en ruimtelijke kwaliteit van de infrastructuur, workshops met de bevolking en ook diverse analyses van de site). In de eerste lijnen van dit document stond de wens om een ‘stadsbrug’ te creëren. De concurrentiegerichte dialoog maakte het mogelijk dit beeld te verfijnen, er de doelstelling van af te bakenen en geleidelijk tot een formele concretisering te komen. Volgens Laurent Ney is deze fase goed verlopen, ondanks de altijd voorzichtige antwoorden van de bouwheer. De ‘stadsbrug’ kreeg een veelzijdige definitie: een brug waar niet de snelheid centraal staat maar die een oversteekplaats is voor iedereen, ongeacht het vervoersmiddel, en waarvan de architecturale details interessant zijn vanuit elk standpunt. Het consortium stelde dan een brug van 1195 meter voor, waarvan de hoofdtravee van een enkele boog – met een lengte van 285 meter – de Waal overspant. De toegangstraveeën op de twee oevers, die naar deze hoofdtravee leiden, worden ondersteund door betonnen pijlers; hun afwerking gebeurt in metselwerk met hetzelfde type baksteen als datgene dat traditioneel in Nijmegen gebruikt wordt. Balkons fungeren als publieke ruimten.

 

Verschillende ambities

“De kwaliteit van een project hangt af van de kwaliteit van de bouwheer. Door het ‘Ambitiedocument’ konden we de visie van de stad interpreteren en concretiseren. Wanneer er geen visie is bij een opdracht, ongeacht wat de schaal ervan is, kun je niets doen. Het is noodzakelijk dat de bouwheren zich hiervan bewust zijn, dat de handeling van het bouwen begrepen wordt”, benadrukt Laurent Ney. Het aannemersbedrijf besteedde ook aandacht aan de kwaliteit van de materialen en de toepassing ervan, omdat het er een bijkomend voordeel in zag voor het onderhoud van de brug.

“Het grootste probleem van een DB zijn de uiteenlopende belangen in de uitwerkingsfase van de offerte en het bouwen. In de eerste fase hebben de aannemer en project-auteur dezelfde doelstelling. Daarna lopen de belangen uiteen. De aannemer wil koste wat het kost binnen de tijd bouwen. De projectauteur wil op zijn beurt de kwaliteit van het werk garanderen; zijn overwegingen vinden niet langer het nodige gehoor tijdens de uitvoeringsfase. Vanaf dat moment krijgt het aannemersbedrijf enorm veel macht. Wij waren onderaannemers en hingen er dus financieel van af. Het alternatief zou zijn dat de bouwheer de projectauteur betaalt, om zijn onafhankelijkheid te behouden en hem te verlossen van een zekere financiële chantage.” Hier was dit iets minder het probleem omdat de stad een kwaliteitskamer opgericht had, die de architecten ondersteunde op kritieke momenten.

 

Verdedigbare belangen

“Een goed uitgevoerde PPS heeft hoe dan ook voordelen. De toegang tot de markt is een eerste. Zonder dit type procedure hadden we niet kunnen mededingen en in een klassieke aanbesteding waren we zeker niet gekozen, omdat de oproep tot mededinging belangrijk is. De overlegde keuzes met BAM die realistisch gevalideerd werden, konden overtuigen.” Dit proceduretype zal steeds vaker terugkomen volgens Laurent Ney. Om te slagen, moet er aan twee elementen tegemoetgekomen worden. Belangstelling van de aannemers voor architectuur zou een begin van de oplossing kunnen zijn, evenals een blijvend engagement van de aanbestedende macht voor zijn begeleidingsopdracht. “Als de volgende generatie aannemers voldoende gecultiveerd is en het verlangen om kwaliteitsvolle objecten te maken deelt, dan zal er een coherente gedachtegang op lange termijn komen. Ik merk al veranderingen op in de manier waarop er tegen de dingen aangekeken wordt. De bouwheer mag op zijn beurt zijn rol niet laten varen en dan op het einde van de werf opnieuw verschijnen om het lintje door te knippen. Om het project tot een goed einde te brengen, is het van primordiaal belang dat competente en betrokken mensen de kracht hebben om ‘neen’ te zeggen en zo hun belangen kunnen verdedigen.”

download pdf
Ney Poulissen Architects & Engineers
Nijmegen | 2015
A+251
pagina's 44

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

schrijf je in voor de nieuwsbrief