A+248
Juni Juli 2014

Edito
Audrey Contesse - hoofdredacteur
Sinds de jaren 1970 heeft de kunst – en ik parafraseer Daniel Buren – de musea verlaten om op straat terecht te komen. De ontastbaarheid en de marktwaarde van de kunst moesten daarbij – in eerste instantie – wijken voor een nadrukkelijke aandacht voor haar inzetbaarheid. Door het kunstwerk een plaats te geven in een ruimtelijke context die met allerlei beteke nissen is beladen, wordt de kunst verplicht een positie in te nemen. De reflecties over vijftien jaar kunst in de openbare ruimte en gebouwen, die in dit nummer zijn opgenomen, laten dit duidelijk zien.
De band tussen het kunstwerk en zijn omgeving ontstaat dus niet enkel meer
op het moment waarop het werk wordt getoond, maar evenzeer op het moment van de creatie. Kunstenaars verlaten trouwens steeds vaker hun ateliers om de confrontatie op te zoeken met nieuwe contexten tijdens een kunstenaarsresidentie. Tegelijkertijd worden de plekken waar het werk wordt gemaakt opengesteld, niet alleen als een alternatieve ruimte om de kunst te laten zien, maar vooral als plek waar de codes voor het rapen liggen om het werk te ontcijferen.
In dit nummer verzamelen we projecten voor kunstenaarsateliers, voor residenties, voor kunstdepots en tentoonstellingsruimtes. Het zijn projecten die stuk voor stuk omgaan met zowel het creëren, het conserveren, het bestuderen als het voorstellen van kunst. Het zijn plekken waar de vaste waarden rond deze kwesties bewust worden omgegooid, om tot nieuwe inzichten te komen die niet noodzakelijk stroken met wat een museum hoort te zijn. Inzichten die nochtans vruchtbaar blijken, zoals de Verbeke Foundation op onnavolgbare wijze laat zien.
Maar laten we tot slot even het inzicht van een kunstenaar bekijken. Dat van Filip Dujardin, wiens werk momenteel te zien is in de expositie ‘City of Fictions’ en in een eerste monografie, door A+ georganiseerd en mede uitgegeven. Zo’n zeven jaar geleden was A+ ook verantwoordelijk voor zijn eerste officiële tentoonstelling. Sindsdien werkte Dujardin gestaag verder aan zijn digitale fotomontages, die zowel de hedendaagse architectuur als haar context in vraag stellen. Wat in 2013 uiteindelijk ook resulteerde in een aantal installaties in situ: ”Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik iets moest bouwen. Of dat mijn werk toch op een of andere manier moest vertaald worden naar een soort werkelijkheid. Mijn interven ties maken gebruik van architecturale typologieën die compleet uit hun context zijn getrokken. Ze hebben geen functie, ze zijn zuiver referentie en spelen met dat statuut.” Of hoe een artistieke interventie op het gebouwde evolueerde naar een architectuur omwille van de architectuur.
Inhoudstafel
Schuine blikken
Home of Art – Pedro Correa
Géraldine Michat
Landelijke expressie
Arcadus architecte, kunstenaarsresidentie | Froyennes | 2014
Christine Roels
Schatkist
Atelier d’architecture
Pierre Hebbelinck – Pierre de Wit, opslag voor kunstwerken | Bergen | 2012
Cécile Vandernoot
Breuklijnen
Philippe Vander Maren en Richard Venlet, atelier en woning | Sint-Gillis | 2014
Christophe Van Gerrewey
Perpetuum mobile
Verbeke Foundation – Kemzeke
Pieter T’Jonck
Felbegeerde ateliers
Atelier d’architecture a i u d , kunstenaarsateliers | Luik | 2013
Christine Roels
ACTUEEL
COLUMN
Alain Richard
Dirk Somers
A PROPOS
ERFGOED
‘De Heug’ 1933–2014?
DoCoMoMo België
PROJECT
Forms of Gardens
Jean Canneel-Claes, Erik Dhont
Bruno Notteboom
TECHNIEK
3D-printen: een nieuwe dimensie
Thierry Dormal, Laurent Voets, Fabienne Monfort-Windels [Sirris]
CELLULE ARCHITECTURE
Tussen industrie en groen landschap
Musée du Folklore, Moeskroen
Olivier Camus
VLAAMS BOUWMEESTER
‘Kunst is geen plichtnummertje meer’
Pilootprojecten
Geert Sels
MATERIAAL
Biocomposieten
Audrey Contesse
PRODUCT
BOEK
STUDENT