Gepubliceerd op 06.05.2024 | Tekst: Pieter T'Jonck

In het indrukwekkende volume Architecture and micropolitics documenteert Farshid Moussavi hoe ze bij vier eerder bescheiden projecten, gebouwd tussen 2011 en 2022, tot de keuze van materialen, detaillering en planopbouw kwam. Op haast obsessieve manier onderzocht ze alle denkbare alternatieven op hun visuele, haptische en praktische consequenties. Het inleidende essay, met de allure van een architectuurtheorie, maakt duidelijk waarom. Kleine veranderingen – micropolitics – doorbreken het status quo van gevestigde vormen en gedachten.    

‘How will we live together’  was de centrale vraag van de 21e architectuur biënnale van Venetië. Farshid Moussavi beantwoordde die door bewoners van haar project Ilôt 19 in Nanterre bij Parijs aan het woord te laten. Die beklemtonen in alle toonaarden dat het gebouw de bewoners dichter tot elkaar bracht. Een klein wonder, want het gebouw tart de eerste regel van projectontwikkeling: vermeng nooit verschillende sociale groepen. In Ilôt 19 staan sociale woningen, studentenkamers en  (dure) duplexen echter zij aan zij. Toch ziet het gebouw van elf etages, vlakbij de prestigieuze Arche de la Défense – er door zijn uitbundig gebruik van glaswanden en screens uit als een stek voor the happy few.  Het gebouw is zo de perfecte demonstratie van Moussavi’s architectuurtheorie. Die denkt de consequenties van het gedachtengoed van filosofen als Félix Guattari & Gilles Deleuze en Jacques Rancière door op het vlak van architectuur. Je merkt al heel snel dat Moussavi niet koketteert met die namen, maar zich hun gedachten echt eigen maakte. Rancière schreef zelf ook een essay voor dit boek, net als toonaangevende collega’s en critici als Iñaki Ábalos of Irénée Scalbert.

Macropolitiek, stelt ze, gaat over harde binaire verschillen en regels: man-vrouw, wit-zwart, etc. Micropolitiek daarentegen ondergraaft die grenzen constant door de chaotische flow van het verlangen te volgen. Beide beïnvloeden elkaar: een bureaucratie kan zich maar handhaven als  mensen de starre regels op microniveau naar hun hand zetten. De creatieve kracht van micropolitiek bestaat erin om binnen de macropolitieke krachtlijnen die momenten te herkennen waar het systeem tegen zijn objectieve logica in verandering toelaat of zelfs vraagt.

Wat dat met architectuur te maken heeft? Elk bouwwerk is vandaag, meer dan ooit, onderworpen aan strakke regelgeving, maar belichaamt het toch vaak nog wilde dromen en verlangens. Architecten opereren in dat krachtenveld, en kunnen daarin keuzes maken. Gaan ze voor de bekende, ‘veilige’ formules, voor de representatie van aanvaarde gedachten en symbolen, of jagen ze het onverwachte en ongedachte na? Dat laatste is niet evident: denkers als Henri Lefebvre of Guy Debord die in de 20e eeuw voor die weg kozen wezen de architect af. Vluchten in de rol van de architect als grote ziener of functionele planner is evenmin een keuze, wegens hopeloos autoritair en overjaars.

Architecten zijn volgens Moussavi vandaag inderdaad niet meer de ‘auteur’ van een project, maar de ‘mediator’ in een complex proces met vele partijen, niet in het minst de gebruiker. Die kunnen op één lijn, in een egalitaire verhouding, komen te staan als de architect er zorg voor draagt om een reeks ruimtelijke proposities aan te bieden, zonder te bepalen hoe gebruikers zich die toe-eigenen. Ze omschrijft dat als een framework van drie ‘actanten’: architect-gebouw-gebruiker.

Uiteraard blijft de architect wel degene die het gebouw assembleert. Die kiest voor bepaalde materialen en vormen, die de positie van deuren en ramen vastlegt. Anders dan zelfs maar 30 jaar geleden is dat ontwerpproces vandaag volkomen onvoorspelbaar geworden door de impact van vele politieke, economische en technische krachten. Een architect is niet langer iemand die één ‘origineel’ idee uitwerkt, maar surft op de kansen die zich aandienen, of nog, beweegt doorheen een rhizoom van mogelijkheden. Maar voor Moussavi blijft het doel om de status quo uit te dagen. Elk project in dit boek begint dan ook met een diagram van zo’n rhizoom.

De ontwerpen die uit zo’n proces ontstaan zien er dan ook niet uit alsof ze op slechts één manier te begrijpen of gebruiken zijn. Doordat ze alternatieve vormen van gebruik toelaten dagen ze volgens Moussavi de maatschappelijke orde uit. Ze vertrekken niet vanuit een groot gebaar, maar vanuit aandacht voor elk detail van de context, de opdracht en het bouwwerk. Die aandacht voor het detail en het proces verhindert echter niet dat de gebouwen van Moussavi toch een sterke intuïtieve samenhang vertonen. Ze vormen een sterke, vaak raadselachtige figuur.

Dit boek biedt zo tegelijk een prikkelende theorie, een schitterende projectdocumentatie en een weelde aan methodisch en helder uiteengezet technisch en esthetisch onderzoek. Dat maakt het tot een belangrijk boek.

Architecture & Micropolitics. Four Buildings 2011–2022. Farshid Moussavi Architecture red. , Park Books Zürich 2022. Paperback 588 pagina’s. ISBN 978-3-03860-194-4 . Adviesprijs 68 € (75 CHF)

 

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.