Gepubliceerd op 11.10.2023 | Tekst: Pieter T'Jonck

Bij zijn overlijden liet de naam van de Franse architect Claude Parent (1923-2016) zelden nog een belletje rinkelen buiten Frankrijk. Toch bekleedde hij tussen de jaren 1960 en 1990 een quasi unieke positie in het architectuurdebat door zijn opvattingen over de verhouding van de mens tot de gebouwde omgeving. Programma interesseerde hem nauwelijks. De capaciteit van architectuur om door zijn vormgeving een nieuwe dynamiek te laten ontstaan in de beleving en betekenisgeving van de ruimte des te meer. Les desseins d’ un architecte van Audrey Jeanroy schetst een uiterst goed gedocumenteerd en geëngageerd portret van de man, zijn werk en zijn leven.

Eerste paragraaf Nederlandstalige editie: Les desseins d’ un architecte is een onvertaalbaar woordspelletje, maar het raakt wel de kern van het oeuvre van Parent. Dessein is het Franse woord voor visie, inzicht en ook wel visioen, terwijl dessin tekening betekent. Maar zoals Dominique Perreault in zijn voorwoord al aangeeft, liepen die twee bij Claude Parent door elkaar. Zeker vanaf de jaren 1960 gaat het om verbeeldingen van ruimtes die de gebruikers aansporen om er zich op een actieve manier toe te verhouden, of zelfs, om ze te bespelen als acteurs.

Parent was van jongs af aan een buitenbeentje: een dandy, zoon van mondaine en ondernemende ouders, maar zonder de ingenieurstalenten van zijn vader. Tekenen daarentegen kon hij als de beste. Een opleiding als architect leek aangewezen. Parent haatte de rigiede vormelijkheid van de Académie in Parijs echter zozeer dat hij, op een zucht van zijn diploma, opstapte. Maar al tijdens zijn opleiding bouwde hij een parallelle carrière op als publiciteitsagent en ontwikkelde hij een breed netwerk in de wereld van modeontwerpers en kunstenaars.

Hij slaagde er ook in om zowel bij bladen als Elle en prestigieuze revues als L’ Architecture d’ Aujourd’hui (AA) voet aan de grond te krijgen. Het eerste levert hem opdrachten voor privéwoningen op, het tweede een stem in het debat van die tijd. André Bloc, de toenmalige hoofdredacteur van AA werd voor lang tijd zijn intellectuele mentor. Zo ontstaan de eerste denkbeelden over een dynamische architectuur, die de gebruiker verleidt/dwingt om zich een ‘ander’ leven voor te stellen.

Parents intellectuele en artistieke doorbraak komt er echter pas na de ontmoeting met Paul Virilio, een glaskunstenaar die zich later zou ontwikkelen tot een toonaangevende linkse én katholieke intellectueel. Virilio was gefascineerd door de bunkerarchitectuur die hij kende uit zijn jeugd in Nantes, maar tegelijk door moderne fenomenen als permanente instabiliteit of oorlog en snelheid als kernmetaforen van de naoorlogse samenleving.

Dat raakte een gevoelige snaar bij Parent. Samen met Virilio ontwikkelde hij het concept van de fonction oblique. Dat is letterlijk te nemen: door alle vloeren in gebouwen te laten hellen wilden ze de permanente instabiliteit tastbaar maken, mensen letterlijk en figuurlijk in beweging brengen. Tegelijk streefden ze naar sterke, compacte betonnen volumes, bunkers inderdaad. Het bracht hen in veel opzichten dicht bij de denkbeelden van de Engelse Team X, waardoor je die ontwerpen met recht brutalistisch kan noemen. Het lijkt een haast bizar idee, maar het vond later, bijvoorbeeld in het Educatorium in Utrecht van OMA of Villa VPRO van MVRDV onmiskenbaar weerklank.

In 1968 volgde echter een breuk: Parent keek met lede ogen toe bij het straatprotest in Parijs, terwijl Virilio er zich actief in engageerde. Maar Parent liet de idee van de fonction oblique niet los, en ontwikkelde die verder in tekeningen die hij zelfs als affiches verspreidde in Parijs.

Vanaf dat moment tekent zich een tweespalt af in het oeuvre. In zijn tekeningen komt Parent tot steeds fantastischer voorstellen voor ongekend soepel golvende, onvoorspelbare ruimtes. Die kant van zijn werk blijkt ook uit zijn bijdrage aan de biënnale van Venetië 1970. Zijn gebouwde oeuvre daarentegen worstelt met de postmoderne wending in de architectuur. Hoewel Parent tot ver in de jaren 1990 blijft bouwen, is de historische betekenis van dat werk geringer, op zijn ontwerpen voor nucleaire centrales en enkele spectaculaire winkelcentra na.

Audrey Jeanroy plaatst dat allemaal precies binnen zijn context. Ze spaart soms haar kritiek niet, maar altijd met sympathie voor haar ‘held’ en de moeilijke positie waarin hij zich vaak manoeuvreerde door zijn onafhankelijke geest. Ze illustreert dat overvloedig met plannen, tekeningen en historische foto’s én een oeuvre-overzicht. Dat is geen geringe verdienste, want zowel opvattingen over de samenleving als de architectuur veranderden toen in een rotvaart. Parent werd zo stilaan the last man standing: de enige die nog geloofde in architectuur als en ankerpunt om zich tot die instabiliteit creatief te verhouden. Dat is het overdenken waard. Dat blijft een relevante positie.

 

Claude Parent /  Les desseins d’un architecte, Audrey Jeanroy (Voorwoord Dominique Perrault), Editions parenthèses, Marseille, 2022. 384 p. ISBN 978-2-86364-390-7. Adviesprijs: 38 €

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.