Gepubliceerd op 05.04.2023 | Tekst: Arnaud De Sutter

In de buurt van het Gentse Sint-Pietersstation vormt Dhooge & Meganck Architectuur een statige, maar in zichzelf gekeerde, 20e eeuwse burgerwoning om tot een huis vol licht en zichten. Op de locatie van een complexe koterij bouwt het een twee verdiepingen hoge kamer, gericht op de stadstuin. Met de ingreep heroriënteert het bureau het interieur van de woning en kan het een gelaagde connectie maken met het groen.

Over de gehele breedte van de zuidgevel opent de kamer de woning. Ze dient vooreerst als keuken en eetkamer, maar is veel meer dan dat. Ze biedt meer leefruimte op het gelijkvloers, naast de praktijkruimte daar is dat erg gewenst. Ze herijkt de hele woning. Doordat ze zo hoog is, transformeert ze de originele achtergevel in een tussengevel. Vanuit de kamer kijken de bewoners naar een compositie van originele en nieuwe openingen, die de connectie met de andere ruimtes vormgeeft. Hoewel het er geen deel van uitmaakt, is het trappenhuis naar beleving een belangrijk element in de kamer. Dhooge & Meganck maken van de bordessen echte rustpunten met een divers uitzicht. De overloop voor de tweede verdieping voorzien ze van een balkon in de ruimte, haar plafond plooien ze er gul rond. Op het balkon ben je zowel deel van het leven beneden, als in je eigen cocon. Het balkon reikt naar een opvallend, rond raam, maar raakt het niet. Geïnspireerd door —maar minder afgelijnd dan— de erkerzithoek in Haus Beer, de Weense villa ontworpen door Josef Frank, biedt het balkon een moment van introspectie.

De uitbreiding maximaliseert de connectie tussen binnen en buiten. Vanuit de eetkamer dalen de bewoners af naar het terras en de tuin, of verder naar een verzonken perk, een permeabele Engelse koer. Ze geeft de kelder ook een gevel en maakt van de ruimte erachter een volwaardige leefruimte. De rest van de gevel is helder opgevat, om tegengewicht te bieden aan de ingewikkelde voorgevel en de rafelige plek waar het huis zich bevindt, tussen diverse types bebouwing. Een bewuste zet van de architecten: “De gevel bestaat uit twee lijnen van glas opgespannen tussen de perceelsgrenzen. Ze heeft iets technisch, zeker door de detaillering en de uitvallende zonwering.” Het gevelvlak is niet rechthoekig, maar heeft een uitsparing bovenaan. Het ronde raam is prominent aanwezig, als frivool tegengewicht voor het lijnenspel.

Morfologisch is de aanbouw niet verwant met het pand, maar in de afwerking is duidelijk dat er veel connecties tussen beide zijn. “We ontwierpen de uitbreiding niet als een radicale breuk met de woning, maar in harmonie ermee, in een andersoortige taal.” Gericht nam het bureau enkele elementen, als echo’s van het oorspronkelijke, erin over. Dit uit zich in terugkerende motieven en kleuren, gebaseerd op een karakteristieke tint, het blauw van de voordeur. Het bureau zet het in als leitmotiv, in dialoog met de context. Als de zon schijnt is de hele kamer in een blauwe gloed gehuld, door de schaduw van de zonweringen en de reflectie van de betegeling. De geverfde lambrisering mengt de kleur met de rode tinten van plafondschilderingen in originele kamers. Deze gevarieerde kleurstelling zet zich in heel de woning door. In de originele kamers vermengden de architecten de aanwezige kleuren met de basiskleur. De kamers zijn zo allemaal anders, maar toch thematisch nauw verwant.

De kamer tussen de tuin en het huis is een ogenschijnlijk eenvoudige ingreep. Door de eigenzinnige afwerking en opmerkelijke accenten overstijgt Dhooge & Meganck echter de anekdotiek van de typologie. Hoewel de ruimte niet centraal ligt in het herenhuis, werkt ze ontegensprekelijk als spil in de woning.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.