Gepubliceerd op 07.02.2024 | Tekst: Inigo Custers

1992. In Sevilla vindt de eerste wereldtentoonstelling in Europa plaats sinds Expo ‘58. De architecten van het Belgisch paviljoen – Driessen, Meersman en Thomaes – werden geselecteerd door middel van een ontwerpwedstrijd, toen nog een schaars fenomeen in België. Het paviljoen met een façade van klimaatbestendige witte jaloezieën oogstte mondiaal lof. Aan deze triomf ging echter heel wat geknoei vooraf. De Regie Der Gebouwen had initieel naar slechte gewoonte de ontwerpopdracht op vrij willekeurige wijze aan het architectenduo Wybauw en Van Halteren toegekend. Zij ontwierpen een glazen gebouw in de vorm van een diamant, uiteraard een verwijzing naar de Belgische (Antwerpse) diamantindustrie. Uit architecturale hoek regende het echter kritiek op dit ridicule ontwerp en op de wijze waarop de opdracht was toegekend. Hierdoor werd het diamantvormige ontwerp uiteindelijk naar de archiefdozen verbannen en werd de ontwerpprijsvraag uitgeschreven. In het tijdschrift van S/AM schreef Marc Dubois destijds:

“Dat België een belangrijk centrum is van de diamantbewerking weet iedereen, maar daarom is het nog geen geniale vondst om het land te visualiseren met dit ene beeld. Een Nederlands paviljoen in de vorm van een tulp, kaasbol of gloeilamp zou even banaal zijn! Anderzijds is het tevens een krankzinnig idee om België te vereenzelvigen met een kristalheldere structuur. Een betere Belgenmop is er niet eens te bedenken.” 1

Fastforward naar 22 september 2016, de plechtige inhuldiging van het Antwerpse havenhuis. Het gebouw is vormelijk een vrij letterlijke kruising tussen een boeg van een schip en een diamant. Waar we in 1992 nog leken te beseffen dat zo een allegorische ontwerpkeuze grotesk en idioot is, blijkt dit besef twintig jaar later – waarschijnlijk gedreven door de internationale trend van protserige bouwpraktijken – grotendeels afwezig. Op de achterflap van “Het Havenhuis Antwerpen,” een publicatie waar (een schijnbaar 180° gedraaide) Marc Dubois aan meeschreef, staat te lezen:

“De gedachte aan een fonkelende diamant zal nooit veraf zijn, wanneer het glazen gedeelte zijn spel van tinten en kleuren opvoert. (…) Het resultaat is een meesterwerk, een landmark aan de skyline van Antwerpen, een nimmer dovend lichtje aan de Schelde.” 2

Fastforward opnieuw, deze keer naar 30 november 2023. Francis Strauven, Erik Wieërs, Leo Van Broeck, Peter Swinnen, Marcel Smets en b0b Van Reeth publiceren in De Standaard een vernietigend opiniestuk over het veelbesproken voorontwerp van de Boerentoren van de Pools-Joodse architect Daniël Libeskind, de volgende “landmark” van de Antwerpse skyline. De auteurs van het stuk verwijzen naar het glazen bouwsel waarmee Libeskind zijn ontwerp kroont als “diamant.” Ze schrijven:

“De stralende “diamant,” die de toren overdondert, zal zowel de Groenplaats als de Meir domineren, en zal ’s nachts wellicht tot in de Seefhoek zichtbaar zijn.” 3

Ze noemen het voorstel voor de Boerentoren opzichtig. Uiteraard hebben ze gelijk. Meer nog, met het ontwerpvoorstel lijkt Libeskind zich over te geven aan dezelfde commerciële oversimplificatie als Wybauw, Van Halteren én Hadid destijds. Een diamanten erfzonde, lijkt het wel. Laat deze diamantisering van Antwerpen halt houden, want de gemiddelde Antwerpenaar heeft niks aan dat soort protserigheid. Ik hoop dat we het precedent uit 1992 volgen en het ontwerp terugdraaien, in plaats van dezelfde fout te maken als in 2016. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, de Stad Antwerpen hopelijk ook niet.

1 Marc Dubois, “Van diamant tot kubus.” In S/AM nr. 1 (1990), 10.

2 Marc Dubois et al., Het Havenhuis Antwerpen (Antwerpen: Pandora Publishers, 2016).

3 Marcel Smets et al., “Laat de Boerentoren toch in zijn waardigheid,” De Standaard, 30 november 2023.

Lees meerVerkleinen

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.