Gepubliceerd op 09.04.2024 | Tekst: Philémon Wachtelaer (architect), Nicolas Hemeleers (stedenbouwkundige)

Zoals elk jaar in maart sloeg de internationale vastgoedbeurs MIPIM haar tenten op in het Palais des Festivals in het Franse Cannes. La Croisette, paviljoenen, cocktails, conferenties, networking, duizenden professionals uit alle hoeken van de wereld flaneerden er door de gangen van het paleis. De vraag die een culturele speler als A+ zich meteen stelt, is hoeveel plaats er op dit soort evenement wordt gewijd aan architectuur? Wanneer we langs de verschillende stands wandelen, stellen we paradoxaal genoeg vast dat architectuur overal en nergens is. De bezoekers worden gebombardeerd met een overdaad aan visuals, maquettes en 3D-beelden van projecten, het ene nog grootser dan het andere. Maar de slogans klinken vaak hol en we krijgen soms de indruk dat architectuur hier vooral wordt gebruikt om bezoekers te lokken.

De relatie tussen vastgoedontwikkeling en architectuur is altijd al ingewikkeld geweest. Ze lijkt een moeilijk op te lossen vergelijking binnen een gespannen economische context: hoe vind je het juiste evenwicht tussen een gezond kostenplaatje en architecturale ambitie? Als we terugblikken op de Belgische vastgoedproductie, kunnen we ons terecht enkele vragen stellen. Is architectuur niet al te vaak de economische stuurvariabele voor de rentabiliteit van projecten, ten koste van ruimtelijke kwaliteit of duurzaamheid?

Toen in 2007 het collectief DISTURB een grote campagne in de hele hoofdstad organiseerde met als titel ‘Wie bouwt Brussel?’, was het antwoord op de vraag redelijk duidelijk: de particuliere projectontwikkelaars. Met uitzondering van een handvol overheidsprojecten is het duidelijk dat vastgoedontwikkeling in de loop der jaren een financieel product is geworden en dat de ‘nieuwe’ opdrachtgevers particuliere projectontwikkelaars zijn, zoals hier in Cannes.

Het lijkt dus van essentieel belang dat onze steden vastgoedontwikkeling en kwaliteitsarchitectuur (opnieuw) met elkaar verzoenen om zo een structureel antwoord te bieden op de uitdagingen waarmee architecten aan het begin van de 21e eeuw worden geconfronteerd.

Er zijn enkele positieve signalen: sommige ontwikkelaars zijn zich bewust van hun rol in de maatschappij. Ze ontwikkelen een echte architecturale visie, zetten hun architect in de schijnwerpers, nemen een voorbeeldfunctie in op vlak van milieu en proberen nieuwe manieren uit om burgers bij het project te betrekken. Hoewel sommige ontwikkelaars het initiatief nemen, valt echter nog te bezien in hoeverre overleg zal volstaan, of bindende wetgeving nodig is om de hele beroepsgroep aan te zetten tot een deugdzame aanpak.

Een ander positief teken is dat de particuliere sector de afgelopen jaren door het organiseren van architectuurwedstrijden het aanbestedingsproces heeft opengesteld voor nieuwe architectenbureaus, waardoor nieuwe denkwijzen en benaderingen aan bod kwamen.

Dit is ongetwijfeld vooral te danken aan de signalen die de overheid gaf wat haar verwachtingen van de vastgoedontwikkeling betrof om mee in de pas te lopen op vlak van de passiefnorm van 2015, het nadenken over de productiestad, circulariteit,…

We hebben nog een lange weg te gaan en we moeten deze goede praktijken systematiseren, maar de invoering van een Bouwmeester in Vlaanderen in 1999, en later in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de stad Charleroi, heeft in elk geval de termen ‘architectuur’ en ‘stedenbouw’ weer centraal geplaatst in de ontwikkeling van onze leefomgeving.

We moeten de hoop durven koesteren dat dit ook de kunstmatige (en enigszins karikaturale) grens die soms lijkt te bestaan tussen ‘culturele architecten’ en ‘vastgoedarchitecten’ wat zal verkleinen en dat architectuur en stedelijkheid simpelweg een gemeenschappelijke ambitie zullen worden.

De twee MIPIM-awards die het project MIX in de wacht sleepte voor de renovatie van het Royale Belge-gebouw in Watermaal-Bosvoorde, ontwikkeld door Urbicoon, Cores development, Foresite en APE, met architecten Caruso St John, Bovenbouw, DDS, MA2 en atelier Eoleen, zijn misschien een signaal dat er vorderingen worden gemaakt.

Het lijkt belangrijk voor een culturele speler als A+ om deze trends te benadrukken en ze mee te versterken.

 

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.