Gepubliceerd op 29.01.2024 | Tekst: Lisa De Visscher | Foto's: Adam Mørk

Op 30 januari 2024 verwelkomen A+ Architecture in Belgium en Bozar Dorte Mandrup en Klaas Goris in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel voor een thematische lezing. De twee architecten zullen enkele bijzondere projecten uit hun architectuurpraktijk toelichten. Na de presentaties gaan beide bureaus in gesprek over How light shapes space.

Zowel Dorte Mandrup als Klaas Goris sprak met Lisa De Visscher en Amaryllis Jacobs van de A+ redactie.

A+ U bezocht alle genomineerde projec­ten van de Brussels Architecture Prize. Wat viel u op aan de architectuur in Brussel?

Dorte Mandrup Ik was onder de indruk van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de ingezonden projecten. Jullie kregen meer dan 170 kandidaturen binnen, dat vond ik persoonlijk erg veel voor een stad als Brussel, die eigenlijk niet zo groot is. Je ziet dat de productie hoog ligt, dat het een stad is waar veel gebeurt en dus ook veel gebouwd wordt. Dit aantal is vooral hoog als je weet dat nagenoeg alle projecten ambitie toonden, een voorbeeld waren van interessante, hedendaagse architectuur.

Ook de diversiteit viel me op, zowel binnen de projecten zelf, op het vlak van materiaalgebruik, detaillering en uitvoering, als wat de bureaus betreft. Ik was verbaasd over de veelheid aan eerder kleine bureaus die op een hoog niveau werken. Het ging niet om enkele architectuurpraktijken die er met kop en schouders boven uitsteken en alle opdrachten wegkapen, maar om een uiteenlopende groep architecten die allemaal hun eigen manier van werken hebben. Toch kan ik hierin een coherentie herkennen, een ‘school’ bijna, waarbij bepaalde bekommernissen en thema’s steeds terugkomen. Zo zie je een groot engagement naar de context toe, een interesse om het project te laten passen in zijn omgeving of in een bestaand gebouw. Dit vertaalt zich ook in de manier waarop materialen worden ingezet, met veel aandacht voor urgente thema’s als hergebruik en circulariteit, maar ook een bijzondere gevoeligheid voor de schaal en het volume in relatie tot die materialen.

Je merkt dat hier vandaag pionierswerk geleverd wordt. Wereldwijd gebeurt dit vaak in golven. Zo had je ooit de Scandinavische golf, de Nederlandse golf met Superdutch, de Zwitserse golf en nu zitten we midden in de Belgische golf.

A+ Zijn er thema’s die volgens u niet of te weinig aan bod komen binnen die Belgische golf?

DM Ik heb natuurlijk voornamelijk projecten in Brussel zelf gezien, maar wat volgens mij ontbreekt, zeker voor de grootste stad van het land, is een doorgedreven interesse en ervaring in woningbouwprojecten op grote schaal. Hoewel er ook in Brussel een wooncrisis woedt, heb ik erg weinig projecten gezien die dit op schaal van de buurt aanpakken, waarbij verschillende woontypologieën, sociale woningen, marktconforme woningen en voorzieningen samen met publieke infrastructuur een wijk vormen en een gemeenschap creëren. Door steeds op kleine schaal te werken krijg je veel individuen naast elkaar, maar de lijm ontbreekt soms. Het valt op dat wij in Denemarken meer met dit soort opdrachten te maken krijgen.

A+ Uw bureau bouwt momenteel verschillende projecten in een volledig andere context: in het hoge noor­den, vlak bij de poolcirkel, ver van de stad. Hoe wordt daar voor de gemeenschap gebouwd?

DM We hebben dit jaar de wedstrijd gewonnen voor het Inuit Heritage Centre in Nunavut, in het noorden van Canada. Dit project is het resultaat van een overeenkomst tussen de lokale Inuitbevolking en de Canadese regering om een plek te creëren waar zowel materieel als niet-materieel erfgoed kan worden bewaard en ontsloten. Vandaag liggen Inuitartefacten verspreid over verschillende musea in het zuiden van het land en door de oprukkende globalisering gaan eeuwenoude tradities, vakmanschap en kennis in een ijltempo verloren. Dit is een eerste stap in een dekolonialiseringsproces waarbij een fysiek gebouw een belangrijke symbolische identiteitswaarde heeft. De opdrachtgever is de Inuitgemeenschap zelf. Via een wedstrijd wilden ze een internationale architect aantrekken die vertrouwd was met extreme klimaatomstandigheden én met een proces waarin de lokale gemeenschap betrokken wordt. Het gebouw komt op een voormalige militaire basis van de Verenigde Staten: een aantal barakken uit de jaren 1940, zonder veel architectonische kwaliteit en ver van de stad. Een heel andere context dus dan de projecten die ik bezocht in het kader van de Brussels Architecture Prize.

De omgeving is er prachtig, maar genadeloos. In de winter is het er -40°C, de bodem bestaat uit scherpe granieten rotsen en er is de nooit aflatende wind. Het ontwerp van het gebouw is geïnspireerd door het landschap en gebaseerd op de patronen die de wind maakt in de sneeuwhopen, de kalutoqaniq, die lange tijd dienden als een natuurlijk bewegwijzeringssysteem voor de Inuit. Het gebouw is gedeeltelijk uitgegraven in de rotsachtige heuvel die uitkijkt over Iqaluit en volgt de hoogtelijnen van het landschap.
Het centrum is niet alleen een museum, het wordt ook een ontmoetingsplaats met een café, workshopruimte, conservatielab, winkel, dagopvang voor kinderen en zelfs een hostel. Het sluit ook aan op een groot domein waar traditionele gebruiken onderwezen worden, zoals houtsnijden, kajaks bouwen, gereedschap maken en bessen plukken.

A+ Ook in Groenland en Noorwegen werken jullie aan projecten dicht bij de poolcirkel. Hoe spelen jullie daar in op het klimaat en het landschap?

DM The Whale in Noorwegen en het Icefjord Centre op Groenland liggen beide nog een stuk noordelijker het project in Canada, maar door de golfstroom is het er veel minder koud. Ook het landschap is er minder vijandig. De rotsen zijn ouder en dus rond en afgesleten door miljoenen jaren ijs. Net zoals voor het Inuit Heritage Centre is het ontwerp van het Icefjord Centre gebaseerd op de wind en de sneeuwophopingen, maar door het iets mildere klimaat en de lagere veiligheidseisen (omdat het geen museum is), konden we het gebouw boven het landschap laten zweven, zonder grote insnijdingen in de bodem.

The Whale ligt 400 km boven de poolcirkel, op een eiland dat voordien als militaire basis gebruikt werd. Het is de meest uitgelezen plek in Noorwegen om walvissen te spotten dankzij een diep onderzees ravijn, waar de walvissen op inktvissen jagen. Het gebouw is in de eerste plaats een informatiecentrum over de walvis. Het dak, dat zo ontworpen is dat het lijkt alsof een deel van de aardkorst zich opricht, is een publieke ruimte die direct overloopt in het omliggende landschap en biedt een prachtig uitzicht over de zee. Op dit moment werken we aan de uitvoeringsplannen en bereiden we de werf voor die in de lente van start gaat. Deze lezing komt dus net op tijd om hierover meer te kunnen vertellen

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.