Gepubliceerd op 29.01.2024 | Tekst: Amaryllis Jacobs | Foto's: Hisao Suzuki

Op 30 januari 2024 verwelkomen A+ Architecture in Belgium en Bozar Dorte Mandrup en Klaas Goris in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel voor een thematische lezing. De twee architecten zullen enkele bijzondere projecten uit hun architectuurpraktijk toelichten. Na de presentaties gaan beide bureaus in gesprek over How light shapes space.

Zowel Dorte Mandrup als Klaas Goris sprak met Lisa De Visscher en Amaryllis Jacobs van de A+ redactie.

A+ Wat betekent licht voor jou?

Klaas Goris Het licht is niet tasbaar, maar wordt dat wel dankzij de schaduw. Ik hou heel erg van deze Japanse uitspraak. Licht, maar ook schaduw en reflectie, beheersen in architectuur is bijzonder moeilijk.

Mijn eigen woning baadt in licht. Ik noem ze het ‘Huis van het Licht’. Ik bouw momenteel een tweede, kleiner huis op het aanpalende terrein dat ik aankocht en waar een bouwverplichting aan verbonden was. De aanbouw is geïnspireerd op Japanse theehuizen. De theehuizen van weleer worden mooi omschreven in Junichirô Tanizaki’s Lof der Schaduw. Terwijl de Japanse hoofdwoning heel open is, gericht naar het landschap, de natuur romdom als het ware kadrerend, zijn de traditionele theehuizen naar binnen gekeerd. Dat zal ook zo zijn in mijn tweede woning. Er zal weinig licht zijn, wel een mooi spel van schaduwen. Ik noem het graag het ‘Huis van de Schaduwen’.

A+ Ik had het geluk jullie Palisade House te bezoeken. Ik werd er vooral aangetrokken door de sfeer die de centrale binnenplaats opwekt. Ook in andere projecten is er een binnenkoer. Heeft het bouwen rondom een binnenhof te maken met het brengen van licht in de woning?

KG Ik heb altijd gehouden van het bouwen rondom een centrum. Ik hou van woningen waar men naar de eigen gevels kan kijken. Dit is eerder geïnspireerd op rurale architectuur dan op kloostergebouwen. Boerderijstructuren boeien me meer dan het werk van Dom van der Laan bijvoorbeeld.

Het Palisade House is gericht op het mooie Pajottenland rondom. Reageren op het landschap is belangrijk in onze architectuur. Elke opening die we maken naar dat landschap is zorgvuldig gekozen. Er zijn grote raampartijen aan de buitenzijde. Door even grote ramen rondom het binnenhof, maakten we verre doorzichten mogelijk. Het landschap dringt zo geheel binnen in de woning. Alberto Siza is hier een meester in. Ook de Etrusken maakten landschappelijke architectuur. Het contact met het landschap was – in tegenstelling tot de Romeinse architectuur – bijzonder belangrijk. Ik hou ervan hoe het architectuurobject een relatie aangaat met het landschap.

A+ Welk project van Coussee Goris Huyghe architecten is volgens jou het meest geslaagd wat lichtscenografie betreft?

KG Dat is zeker en vast het Crematorium van Holsbeek. Dergelijk gebouw, met emotionele kracht, maak je maar één keer in een leven.

Het ontwerp is geïnspireerd op Etruskische sacrofagen. Een crematorium is steeds een heel technisch gebouw, maar dient een ceremoniele sfeer uit te ademen. We vonden het heel belangrijk dat alle technische installaties niet zichtbaar zouden zijn en dat men afscheid van de dode zou kunnen nemen in aanwezigheid van de kist. Daarnaast brachten we bij middel van een bijzondere lichtscenografie, met bovenal sacraal bovenlicht, een gepaste atmosfeer in het gebouw.

In Hofheide, komt de bezoeker binnen aan de noordzijde van het gebouw in een gang met veel indirect licht. Na de dienst in de zaal, verlaat men het gebouw langs een tweede gang aan de Zuidkant met breed zicht op de waterplas die we lieten aanleggen – trouwens een oplossing voor de talloze overstromingen in het gebied. De grote hoeveelheid aan licht die in de hall binnenvalt is als een openbaring na de ingetogen ceremonie in de zaal.

In de zalen brachten we indirect licht bij middel van een dubbel plafond. Er komt bovenaan heel veel licht binnen en wordt dan door kleine openingen helemaal dichtgesnoerd wat heel krachtige lichtpunten creëert.

A+ De Krook wordt als donker gebouw ervaren. Waarom kozen jullie daar voor zoveel duisternis?

KG De Krook is een samenwerking met RCR en dat zie je ook. Het is waar dat het vrij donker is binnenin. Maar zoals steeds in donkere ruimtes, zie je de omgeving beter, omdat het landschap aangelicht is. Velen zeggen dat er een heel mooi zicht op de stad valt te bewonderen.

Ook Barn I en Barn II baden niet in het licht. Beide zijn een hommage aan de architectuur van Kazuo Shinohara (zijn umbrella balkenstructuur) en de Zeeuwse traditionele schuur. Barn I is een privéwoning voor een grote famlilie en Barn II is een klein restaurant als een huis. Beide gebouwen krijgen gesnoerd maar krachtig bovenlicht dankzij kleine koepels en gekadreerd zicht op het omgevende Zeelandse landschap dankzij hoge doch smalle ramen en overhellende daken. Ook hier is het licht gedempt wat die zichten op de natuur des te mooier maakt.

A+ Jullie hebben veel gebouwd voor kunst en kunstenaars. Ik denk aan de galerie voor Zeno X. En de ateliers van Berlinde De Bruyckere, Peter Buggenhout, Michaël Borremans en Mark Manders. Hoe dienden jullie daar om te gaan met licht?

Natuurlijk licht in museumarchitectuur is een utopie. Licht is te veranderlijk. Kunstwerken hebben constant licht nodig. Heel vaak dient het natuurlijk licht in tentoonstellingsruimtes bijgestuurd te worden met complexe technologie. Zeno X aanvaardde toch natuurlijk doch beheersbaar licht, maar er zijn ook ruimtes waar er enkel kunstlicht is.

Voor kunstenaarsateliers ligt het anders uiteraard. Mark Manders gaf ons een zeer bijzondere opdracht. In zijn vorige atelier in een oude hal was het koud in de winter dus trok hij zich terug in een kleinere, verwarmde ruimte, namelijk een ‘tent’ in plastic die hij rondom zijn werk opzette. Een element dat later trouwens ook terug komt in zijn installaties. In het nieuwe industriële gebouw, wou Mark ook graag een winter- en zomerruimte. We deelden de ruimte op in twee zones en voorzagen een verschillende lichtinval bij middel van heel verschillende balkenstructuren.

In het atelier van Michaël Borremans  is er heel veel licht omwille van grote koepels. Het licht kan wel minder fluctuererend gemaakt worden dankzij korte, hoge gordijnen. De zogenaamde witte ‘rokjes’. Er werd ook een bewegende wand geplaatst die onder of weg van de koepels kan verplaatst worden. Zo kan de kunstenaar zijn werk naar of weg van het licht verschuiven.

A+ Tenslotte wil ik het graag hebben over reconversie. Jullie zijn bezig met de Belgacomtoren. Hoe anders wordt het licht in dit grote voormalige kantoorgebouw dat een woon- en hotelfunctie krijgt?

KG We zijn inderdaad bezig met de Belgacomtoren sinds 2015. De rechthoekige toren verandert volledig van vorm door de toevoeging van zogenaamde ‘enten’. Rond deze enten wordt een nieuwe schil opgespannen, als een mantel om het bestaande gebouw. Zo ontstaat een geplooide gevel, die een nieuw lichtspel doet ontstaan. De afgeschuinde gevelvlakken definiëren genereuze terrassen die het licht zullen filteren.

De reconversie is gebaseerd op de Milanese school van de jaren ’50. Vooral de woontorens van Angelo Mangiarotti – met heel veel groen – zijn voorbeelden. Deze torens zijn uiterst leefbaar. Opmerkelijk is dat de appartementen in deze gebouwen nog steeds in handen zijn van de eerste eigenaars. Ze worden van generatie op generatie doorgegeven. Dat betekent heel veel.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.