Gepubliceerd op 26.03.2024 | Tekst: Pieter T'Jonck

In december 1955 publiceerde Reyner Banham het geruchtmakende artikel The New Brutalism in The Architectural Review. Hij stak daarin de draak met de manie van kunsthistorici om ‘ontwikkelingen’, ‘stijlen’ en ‘verbanden’ te zien waar die er niet waren. Hij toonde zo aan dat Peter & Alison Smithson , die de term als een geuzennaam geclaimd hadden, zich helemaal niet tegenover een of ander vermeend ‘old brutalism’  positioneerden, maar in lijn met de ‘art brut’ van toen een oorspronkelijk antwoord boden op de vragen van hun tijd. De val waarin Atlas of Brutalist Architecture, een uitgave van Phaidon, trapt is om nu net weer dat kunsthistorische perspectief, dat overal vorm- en stijlkarakteristieken ziet, van stal te halen. Het boek ontdoet de term ‘brutalisme’ zo van alle betekenis en kritische scherpte. Het surft op een banale manier op de herlevende interesse in de architectuur van die jaren 1950 tot 1970.

Banham vatte het ‘new brutalisme’ van de Smithsons samen in drie punten. 1. Memorability as an image. 2. Clear exhibition of structure. 3. Valuation of materials ‘as found’. Met een forse dosis bloody-mindedness en het uitgesproken doel om te ontroeren (of, vooral, te storen). De auteurs van de Atlas (hun namen moet je met een vergrootglas zoeken in de verantwoording achteraan het boek) citeren Banham wel – zij het zeer onvolledig – maar concluderen dan vrolijk dat alle gebouwen die ostentatief en spectaculair van beton en ander bruut materiaal gebruik maken meteen ook onder de noemer brutalisme vallen, terwijl Banhams argument was dat het zelfs bij iemand als Louis Kahn twijfelachtig was of je wel van brutalisme kon spreken.

Dat is meteen een vrijbrief om ook in de late twintigste en zelfs in de eenentwintigste eeuw brutalisme op te sporen. De keuzes die de Atlas maakt zijn dan ook soms werkelijk verbluffend. In het hoofdstukje Italië figureren Luigi Moretti, Aldo Rossi en Ernesto Rogers naast elkaar. Ze zouden zich omkeren in hun graf mochten ze vernemen dat ze zo op dezelfde noemer geplaatst worden. Maar ontwerpers als Pier Luigi Nervi of Gio Ponti mankeren dan weer, ook al deden ook zij nogal spectaculaire dingen met beton, toch? Nog gekker wordt het als we naar de Belgische selectie kijken. Wat De Krook in Gent of het Museum aan de Stroom in Antwerpen met brutalisme te maken hebben, Joost mag het weten. Dat de auteurs Juliaan Lampens er toe rekenen valt te begrijpen, maar verder is de selectie gewoon onzin.

Wat het boek extra irritant maakt is dat het helemaal geen atlas is, want zelfs de meest elementaire plaatsaanduidingen, op de gemeente na, ontbreken. Zoek maar eens een kapel van Wotruba als je alleen maar weet dat ze in Wenen staat. Het enige wat leuk is aan het boek is dat je een wereldwijde staalkaart krijgt van gebouwen met de forse wil tot een eigenzinnige, ongeziene vorm. Atlas van baldadige architectuur was een betere titel geweest voor dit werk dat gewoon parasiteert op de herwaardering van naoorlogse experimentele architectuur.

Atlas of brutalist architecture, Phaidon Editors red., Phaidon, London 2020 (reprint), ISBN: 9781838661908. Richtprijs: 65€

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.