Gepubliceerd op 26.09.2023 | Tekst: Dag Boutsen

In 2023 bestaat A+ 50 jaar! Om dit te vieren bieden we in elk nummer een unieke blik op ons rijke tijdschriftenarchief, aan de hand van een heruitgave van een oud artikel dat aansluit op de thematiek van het huidige nummer. Deze keer grijpen we terug naar A+067 (1980), A+107 (1990), A+143 (1996), A+177 (2002) et A+224 (2010).

A+303 On Campus: Designing Higher Education

Je kan het volledige artikel lezen in het nummer A+303 On Campus: Designing Higher Education. Bestel hier een exemplaar of neem een jaarabonnement op A+ en mis geen enkel nummer!

Decennialang geloofden we dat universiteiten konden worden ingepland volgens een strak afgelijnd en coherent masterplan dat campussen vooral ver weg van de stad moest houden. Vandaag lijkt een vooropgesteld plan het laatste wat we nodig hebben.

Coherent plan

Voor de Luikse universiteitscampus Sart Tilman (A+067, 1980) werd eind jaren 1960 een coherent, ambitieus en bezield masterplan bedacht. ‘De architectuur is een essentiële bijdrage geworden in de “park-ontwikkeling” van deze “buiten-stedelijke-spie” en dit ter verdediging van het algemeen belang’, zo schreef Jan Bruggemans hierover later (p. 􀀄). We weten nu dat deze uit Amerika overgenomen extra-muro-scampussen, zeker door oubollige te stringente zoneringswetgeving, pijnlijk monofunctioneel blijken.

Voor de Kulak, de lokale campus van de KU Leuven in Kortrijk (A+143, 1996), werd in dezelfde periode een open rooster bedacht: in het begin onaf en dobberend, daarna met ‘spines’ en verbindende gangen verder ontplooid tot een megastructuur. Het resultaat volgt het Luikse voorbeeld, want ook hier is de site ruimtelijk geïsoleerd en kan er geen levendigheid en stedelijkheid meer worden ingeblazen.

Deze aanpak staat haaks op de huidige visie rond de relatie tussen stad en universiteit. De universiteit moet stad zijn, zo weten we nu. Laten we daarom even een blik werpen op artikels die onderwijsinstituten in stedelijke weefsels belichtten.

Voor het architectuurinstituut Saint-Luc in Brussel (A+107, 1990) hield architect Jean Cosse, twee decennia later, zeer subtiel rekening met het geheel van de alom aanwezige smalle en verticale ritmes in de onmiddellijke omgeving. Hij verenigde die kenmerken historiserend en tegennatuurlijk met de veel grotere schaal van de vereiste programmaonderdelen.

Voor het schoolgebouw van de kunsthumaniora Sint-Lucas in Gent (A+107, 1990) wilde architect Dirk Manesse zich losmaken van de ‘déjà-vu travestie-architectuur’ van het fait divers en werd het gebouw niet ontworpen vanuit een frontaliteit, maar vanuit een voortdurend zich wisselend bewegingspatroon, opgenomen in de continuïteit van de straat-wand. “We hebben bewust gekozen voor een architectuur die een begrijpelijke taal spreekt en die daarenboven ook nog draagster is van een iconografische betekenis”, klonk het. Wellicht kunnen we deze uitspraak vandaag nog het best omschrijven als een omfloerste uitleg voor eind-20ste-eeuwse neomodernistische architectuur.

Soepel plan
In de zoektocht naar een grotere soepelheid in het gebruik is het verhaal van de Aula Rector Dhanis in Antwerpen (A+177, 2002) misschien interessant. Daarmee zijn we in het begin van deze eeuw beland. Hier past de universiteit zich aan de stad aan en verdwijnt tussen haar plooien. De oorspronkelijk gevraagde grote zaal werd door de architecten Driessen-Meersman-Thomaes opgesplitst in veel kleinere en om-vormbare auditoria en klassen, waardoor een dialectiek tussen de nieuwe gebouwen en de aanpalende huizen werd geënsceneerd.

Voor de stad zijn de programma’s te groot, buiten de stad worden de programma’s doods. Wellicht is het juist daarom dat het Gentse universiteits-forum van Beel-De Geyter architecten (A+224, 2010) het eerste gebouw is in lange tijd dat het volledige stadscentrum lijkt aan te spreken. Dit gebouw maakt, omdat elke vorm van artistieke creativiteit, sculpturale expressie, gezochte complexiteit of overbodig spektakel radicaal werd geschrapt, de weg weer vrij naar een doordachte confrontatie met het academische onderwijs en het universitaire instituut.

 

Voorbij het ‘plan’
De belangrijkste les uit bovenstaand lijstje van projecten is: het zijn architecturale en stedenbouwkundige antwoorden op de vragen die werden gesteld in de contexten van toen. Vandaag stellen we echter andere vragen en lijken ideale antwoorden nog moeilijk te vinden. Een onderwijsprogramma voor ‘morgen’ uitschrijven is bovendien zowat onmogelijk geworden. Het hogeron-derwijslandschap van de 21ste eeuw, inclusief aanpassing aan de behoeften van de kennismaatschappij, ontsnapt niet aan een maalstroom van veranderingsprocessen. Democratisering, afstandsonderwijs, inclusie, permanente vorming, kleinschalige begeleiding, AI en mondialisering laten geen strakke contouren meer toe. Een heel nieuw ecosysteem van hoger onderwijs zal moeten worden bedacht.

Een reflectie op wat in Vlaanderen een universiteitsstad is, kan zijn en eigenlijk hoort te zijn, dringt zich dan ook op. Een vernieuwde visie op de verwevenheid van stedelijke en universitaire ontwikkeling is broodnodig.

Een uiterst interessant bedacht, maar bewust níét uitvoerig ‘gepland’ experiment is omschreven in WTC Tower Teachings. Dit boek bevat een bundel teksten over anderhalf jaar WTC24, het tijdelijke decor van de Faculteit Architectuur van de KU Leuven op de 21ste verdieping van het WTC-complex in Brussel. Dit was, zo luidt het oordeel van zowat iedereen die aan bod komt in het boek, een geweldige periode die de faculteit in staat stelde om na te denken over de architecturale en 21ste-denbouwkundige productie in Brussel. Het experiment speelde zich af terwijl het grootste trauma van de stad werd beleefd. De huidige ambities om de Noordwijk nieuw leven in te blazen, konden worden gevolgd.

(…)

A+303 On Campus: Designing Higher Education

Je kan het volledige artikel lezen in het nummer A+303 On Campus: Designing Higher Education. Bestel hier een exemplaar of neem een jaarabonnement op A+ en mis geen enkel nummer!

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.