Gepubliceerd op 19.06.2023 | Tekst: Emmanuel van der Beek

In 2023 bestaat A+ 50 jaar! Om dit te vieren bieden we in elk nummer een unieke blik op ons rijke tijdschriftenarchief, aan de hand van een heruitgave van enkele oude artikels die aansluiten op de thematiek van het huidige nummer. Deze keer grijpen we terug naar A+99 (1988), A+156 (1999), A+236 (2012) en A+241 (2013).

Waterlopen zijn niet meer weg te denken uit de architectuur en stedenbouw. Een duik in het archief van A+ toont dat ontwerpers de voorbije decennia hun blikveld stelselmatig hebben verruimd, maar laat evenzeer zien dat we vandaag, een halve eeuw later, nog maar aan het begin van een omwenteling staan.

A+302 Tackling Water at the Source

Je kan het volledige artikel lezen in het nummer A+302 Tackling Water at the Source. Bestel hier een exemplaar of neem een jaarabonnement op A+ en mis geen enkel nummer!

Ze zijn niet meer bij te houden, de vernieuwingsprojecten waarin steden hun water opnieuw de vrije loop laten. Leuven haalt de Dijle uit haar betonnen kokers, Brussel doet hetzelfde met de Zenne. In Tienen gaat de Gete weer meanderen. Van Halle tot Gullegem: overal worden waterlopen ingezet om een nieuwe habitat te ontwerpen, niet alleen voor de mens. De toekomstbeelden die daarbij horen kennen intussen hun eigen gemeenplaatsen: weelderig begroeide oevers, een zwerm vrolijk fladderende vogels in de lucht, kinderen spelend op stapstenen aan het water.

Wie naar de toekomst durft te kijken, ziet dat we er nog niet zijn. De talloze projecten die ruimte willen geven aan het water zijn vooralsnog een druppel op een hete plaat. België blijft een verhard land, het water heeft nog lang niet de speelruimte die het nodig heeft. Wie een blik in het verleden werpt, ziet tegelijk dat we er ook al even over bezig zijn. Een duik in het archief van A+ leert dat de strijd voor het water al een hele tijd op dezelfde problemen botst. Nu eens doet de redactie haar beklag over talmende overheden, dan weer fulmineert een auteur tegen de traagheid van de architecten zelf.

Maar met wat goede wil lees je in hetzelfde archief ook vooruitgang. Het betoog van Lucien Kroll (zie verder) bijvoorbeeld klinkt vandaag minder avant-garde dan destijds. De selectie die hier volgt is te klein om conclusies te trekken, maar ze lijkt op z’n minst te suggereren dat ontwerpers en onderzoekers hun blikveld stelselmatig hebben verruimd, dat de ideeën over water een stevige schaalsprong hebben genomen, en, vooral, dat de sense of urgency groter is dan ooit. Is het niet bij beleidsmakers, dan wel bij de onderzoekers en ontwerpers die in A+ het woord hebben genomen. Nu de praktijk nog.

De schoonheid van het water

In 1988 wijdt A+ een nummer aan landschapsarchitectuur (A+99). Het num- mer laat Jacques Wirtz (1924–2018) aan het woord, de landschapsarchitect uit Schoten die internationale bekendheid verwierf met privaat en publiek groen overal ter wereld. Van hem worden verschillende projecten toegelicht, waaronder de universiteitscampus in Wilrijk. In het ontwerp voor de universiteitscampus krijgt water een sleutelrol.

Vijvers, dijken en wallen vormen, aldus Wirtz, een barrière tussen het verkeer en de universiteit, en verschaffen het leven op de campus een bijzondere intimiteit. In totaal wordt 3,6 hectare aan nieuwe watervlakken aangelegd. Opvallend is dat het artikel de nadruk legt op de architecturale kwaliteiten van het water. De effecten op het ecosysteem komen nauwelijks aan bod. Misschien zijn ze te vanzelfsprekend om op te merken, misschien vindt de auteur ze niet relevant.

De noodzaak van het water

Dat is tien jaar later wel anders. In 1999 publiceert A+ een nummer met de titel ‘3 x ecologie’ (A+156). Het nummer wordt mee samengesteld door gastredacteur Lucien Kroll (1927–2022), van wie ook een aantal projecten wordt opgenomen. Het editoriaal zet Kroll op het podium als pleitbezorger van radicale experimenten in een landschap waarin, volgens de redacteurs, op dat moment niet veel meer te vinden is dan ‘verdienstelijk ambachtelijk werk’.

Het opvallendste project dat wordtuitgelicht, is zonder twijfel Ecolonia, een wijk in het Nederlandse Alphen aan den Rijn. Hoewel Kroll in de rest van het nummer geregeld het overheidsbeleid op de korrel neemt, richt hij zijn pijlen hier op zijn collega’s: ‘Het lijkt wel eigenaardig dat op het gebied van de milieuvriendelijkheid de ministeries vaak vooruitstrevender zijn dan de architecten.’ Het is van het ministerie van Huisvesting dat Kroll de opdracht krijgt om een masterplan voor honderd milieuvriendelijke woningen te maken.

De spil in het masterplan is een vijver die ‘zorgvuldig vormeloos’ wordt aangelegd. Daarrond komt een autoluwe wijk, met ruimte voor onverwachte ingrepen van bewoners. Veel aandacht wordt besteed aan de afvoer van het water: het wordt zo lang mogelijk aan de oppervlakte gehouden en via greppels afgevoerd naar de vijvers, waar het gezuiverd wordt. Het water, dat door de hele site loopt, wordt op die manier de ruggengraat van het ontwerp.

De dreiging van het water

In 2012 wijdt A+ een nummer aan de Belgische kust (A+236). De toon is intussen veranderd. De gevolgen van de ecologische crisis zijn een werkelijkheid geworden die ontwerpers in rekening moeten brengen. Weerbaarheid is het nieuwe adagium. Tekenend is een voorstel van CcASPAR, een interdisciplinaire werkgroep, om de kustlijn open te breken en ze op nauwkeurig afgebakende plaatsen te transformeren tot een landschap van duinen, slikken, schorren en veengebieden. De natuur zelf, klinkt uit het betoog, is in staat om voor de weerstand te zorgen die de ecologische crisis vraagt, maar ontwerpers moeten haar ruimte geven.

Een soortgelijk geluid klinkt door in een studie van Christian Nolf en Bruno De Meulder (KU Leuven) naar de Stiemervallei in Genk. De studie verschijnt
in 2013 in een nummer dat inzoomt op de wisselwerking tussen water en stad (A+241). Het pleidooi klinkt vandaag vertrouwd: het water moet zo traag mogelijk worden afgevoerd, betonnen kanalen moeten plaats ruimen voor meanderende waterlopen, grachten, overstromingszones en infiltratiebekkens – stuk voor stuk lowtechoplossingen die betaalbaar zijn en meteen toepasbaar. Volgens de auteurs heeft de Stiemer de potentie om de losse elementen van de nevelstad met elkaar te verbinden, zoals de grote hoeveelheid verspreide eengezinswoningen en publieke voorzieningen zoals C-Mine en het (toen nog toekomstige) Sportbos.

De twee laatste studies tonen dat het denkwerk over water een schaalsprong heeft genomen. Plannen tonen nu geen wijken, maar hele waterlopen, kilometers lang. De schaalsprong is zelfs de kern van het betoog dat Nolf en De Meulder houden. De auteurs zien naast talloze initiatieven en wetgevend werk vooral een gebrek aan coördinatie, waardoor veel denkwerk maar moeizaam doorsijpelt in de praktijk, een probleem dat volgens de auteurs echter verdampt zodra ontwerpers de waterloop als één systeem beschouwen.

Waterlopen hebben dus de kracht om structuur in het versnipperde ruimtelijke beleid te brengen. Het optimisme onder de waterlijn van het betoog is frappant. Zelfs al heeft decennialang ruimtelijk beleid het water tot een probleem gemaakt, in het water zelf zou de oplossing kunnen schuilen om de problemen van de nevelstad het hoofd te bieden.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.