Gepubliceerd op 03.06.2024 | Tekst: Pieter T'Jonck

Tussen 1957 en 1966 riepen 32 Afrikaanse staten hun onafhankelijkheid uit. Ghana beet de spits af.  Voor de gebouwen van hun nieuwe instellingen grepen deze landen vaak terug op de vormentaal van de ‘International Style’. Manuel Herz stelde met zijn team van de ETH Zürich een monumentaal boek samen over deze geschiedenis. Volgens Hem bieden deze gebouwen een inzicht in de manier waarop men toen onafhankelijkheid en modernisering vorm wilde geven. Iwan Baan en Alexia Webster documenteerden ze met een overvloed aan foto’s van hun huidige staat en context.

Manuel Herz en zijn mederedacteurs (Ingrid Schröder, Hans Focketyn, Julia Jamrozik) zijn niet blind voor de dubbelzinnigheden die schuilen achter woorden als ‘onafhankelijk’, ‘moderne architectuur’ en ‘modernisering’. Herz ontleedt ze zorgvuldig in zijn genuanceerde openingsessay. Herz schetst hoe de nieuwe staten vaak nog onder de knoet van de vroegere overheersers bleven. In de jaren 1980 zouden de draconische maatregelen van het IMF de prille ontwikkeling zelfs in de kiem smoren. Landen als Zambia, kampten ook met enorme tegenspoed toen de prijs van koper, de belangrijkste delfstof van het land, ineenstortte.

Herz gaat vooral diep in op de vraag waarom ‘modernisering’ –  degelijk onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting – zo’n toverwoord was. De meeste Afrikanen bleven ervan verstoken onder het koloniale regime. De nieuwe staatshoofden gingen ervan uit dat modernisering noodzakelijk was, wilden ze voor vol aanzien worden. Daar hoorde imposante moderne architectuur bij. Met Afrikaanse accenten weliswaar, alleen al om klimatologische redenen. Het waren wel vaal architecten uit ‘bevriende’ buitenlanden die ze ontwierpen, bij gebrek aan Afrikanen met een architectuuropleiding.

Het kon soms niet groot genoeg zijn. De gebouwen landden vaak als fremdkörper in een samenleving die er niet op voorbereid was. Toch blijken ze vaak tot vandaag uitstekende diensten te bewijzen, en herinneren ze aan de sprong vooruit die toen gemaakt werd. Het boek bestudeert hoe dat in vijf landen in zijn werk ging. Congo is daar niet bij omdat ‘the years after independence were unfortunately overshadowed by civil wars and a general state of violence’. Het boek koos voor Ghana, Senegal, Côte d’ Ivoire, Kenia en Zambia, landen die in de Franse of Engelse invloedssfeer vielen en geografisch de verschillende klimaatzones in Afrika weerspiegelen.

Elk hoofdstuk opent met een korte schets van de geschiedenis na de onafhankelijkheid. Daarop volgt telkens een foto essay dat een levendig beeld geeft van Afrikaanse metropolen vandaag. Daarop sluit een uitgebreide documentatie aan van de belangrijkste gebouwen van de prille onafhankelijke staat. Het gaat om scholen, universiteiten, regeringsgebouwen, musea, ambassades en een enkele keer een hotel. Alexia Webster tekent voor de reportage in Ghana, Iwan Baan voor alle andere. Elk hoofdstuk sluit af met een essay door een auteur die vertrouwd is met deze geschiedenis. Een indringend slothoofdstuk met een essay van Ingrid Schröder behandelt de ‘Africa Place’ op de wereldtentoonstelling van Montréal in 1967, de eerste waarop Afrikaanse landen – als groep weliswaar – op gelijke hoogte stonden als andere landen.

Het boek is ondanks al die informatie minder een naslagwerk dan een eye opener. Maar wel één van formaat. Het documenteert de uiteenlopende ontwikkelingen van deze vijf landen op een respectvolle en levendige manier. Het gaf mij alvast een ander, scherper beeld van dit veel te weinig bekende continent en zijn geschiedenis. En onbekend maakt onbemind…

African Modernism / The Architecture of Independence. Ghana, Senegal, Côte d’Ivoire, Kenya, Zambia, redactie Manuel Herz, Ingrid Schröder, Hans Focketyn, Julia Jamrozik,  met foto’s van Iwan Baan en Alexia Webster, Zürich 2022. ISBN 978-3-03860-294-1

640 pp. 909 (kleur) en 303 (zw-w) illustraties. Prijs ca. 94.5 €.

Lees ook

Schrijf je in op onze nieuwsbrief
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.