Tom Emerson: verandering als continuïteit

gepubliceerd op 15.04.2015
© Paul Smith

© Paul Smith

Het Londense architectenbureau 6a architects, opgericht in 2001 door Tom Emerson en Stephanie MacDonald, heeft in de Engelse hoofdstad op korte tijd een aantal opmerkelijke projecten gerealiseerd. Bij wijze van voorproefje van zijn lezing op 11 mei in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel sprak A+ met Tom Emerson over de rol van scenografie, materialiteit en historische context in de projecten van zijn bureau. 

 

In het geheel van uw architecturale oeuvre bekleedt het voorlopige een belangrijke plaats. Ik denk vooral aan uw binneninrichtingen en uw tentoonstellingsscenografie. Cultureel gesproken wordt architectuur geassocieerd met ‘blijvend’. Hoe verhoudt uw aanpak zich hiertoe?

Tom Emerson: Dat is een moeilijke vraag. Onze projecten zijn geconcipieerd om te blijven, maar wij beseffen heel goed dat deze plaatsen vroeg of laat weer zullen veranderen. Het gaat dus niet om onze houding tegenover het voorlopige, maar om het inspelen op de natuurlijke veranderingen in de stad, op wisselende programma’s, op grootschalige verbouwingen van wijken. Wij maken deel uit van die continue verandering.

Onze projecten betreffen vaak bestaande gebouwen en historische wijken die geregeld verbouwd werden. Galerie Raven Row bijvoorbeeld ligt in het Londense East End, meer bepaald in Spitalfields, een wijk die dateert van eind 17e eeuw, sindsdien voortdurend gerenoveerd werd en dertig jaar geleden haast tegen de vlakte ging om een uitbreiding van de City mogelijk te maken. Tien jaar geleden was een galerie voor moderne kunst in dit gebouw totaal ondenkbaar.

De projecten die we nu uitwerken, zijn nieuw, maar sterk beïnvloed door eerdere bouwplaatsen. En altijd is er iets wat van buitenaf opvalt: oude funderingen, een scheidingsmuur… Een goed voorbeeld daarvan is de residentie die we aan het bouwen zijn in Cambridge. Het wedstrijdproject dat we hiervoor indienden, steunt op elementen die in de universiteitsgebouwen van Cambridge gemeengoed zijn. Een daarvan is dat ze opgetrokken zijn rond een groot maar leeg binnenplein met een strak gazon dat je niet mag betreden. Ons binnenplein sluit daar perfect bij aan, alleen hebben we het grasveld vervangen door een bos. We hebben ook ingegrepen in de verdeling van de ruimte tussen kamers en trapzalen die al ‘sinds mensenheugenis’ kenmerkend is voor Cambridge en Oxford.

 

U hebt een boek gepubliceerd met de veelzeggende titel ‘Never modern’ (zie A+253, p. 92). Sluit uw kijk op de tijdelijkheid van projecten aan bij ‘Nous n’avons jamais été modernes’ van Bruno Latour, een boek dat verscheen in 1991 en drie jaar later vertaald werd als ‘Wij zijn nooit modern geweest’?

Tom Emerson: Ja, samen met Irénée Scalbert denken wij al lang na over Bruno Latours stellingen over de scheiding tussen cultuur en natuur en over de noodzaak om ze nu weer samen te brengen, opnieuw wat natuurlijker te worden en in het scheppingsproces revolutie te vervangen door evolutie. Wat wij doen, zou je ‘knutselen met de geschiedenis’ kunnen noemen: we gaan op zoek naar tastbare of culturele tekens, soms anekdotisch van aard maar altijd afkomstig van de situatie waarin we aan het bouwen gaan, en proberen die samen te brengen in een project en de juiste materialen te vinden om vorm te geven aan nieuwe situaties.

 

Op uw website en in uw boek worden uw projecten heel narratief voorgesteld, bijna als geïllustreerde verhalen. Kan vertellen een instrument zijn voor het ontwerpen van architectuur? 

Tom Emerson: We denken daar eigenlijk niet bewust aan. Al onze projecten spelen in op situaties die drager zijn van een veelheid aan onderling samenhangende verhalen waar onze tijd meer dan eens vraagtekens bij plaatst. We gaan dan op zoek naar het onderliggende stramien van al deze historische waarheden. Het is ons daarbij niet te doen om het ontwikkelen van vaste conceptuele principes. We volgen nu eens dit en dan weer dat spoor. Soms leidt dat tot niets, soms laat dat toe een plaats beter te begrijpen en voor ons project stap na stap een ander verhaal uit te werken. Vertellen is een soepeler, wendbaarder manier om niet-retorische oplossingen te vinden. Voor niet-commerciële projecten is de weg van idee naar realisatie in Londen altijd lang en complex. De hindernissen zijn legio. Vertellen is dan een manier om een project aanvaardbaar te maken en te doen evolueren…

 

> Lees het volledige interview eind april in A+253, thema ‘Efemere architectuur’.

 

 

 

 

schrijf je in voor de nieuwsbrief