Edito A+278

gepubliceerd op 05.06.2019 | tekst Lisa De Visscher

© Stijn Bollaert

#Bruxellesmabelle. Als je Instagram mag geloven vinden duizenden mensen Brussel prachtig. Niet altijd zonder ironie, want naast de obligate zonsondergang aan het Justitiepaleis uitkijkend over de binnenstad of de idylle van een zomerse pop-up bar, krijg je ook beelden van grauwheid, armoede, zwerfvuil en files. Dat Brussel tegelijkertijd aantrekt en afstoot wisten we al langer. Duizenden pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië willen er misschien wel werken maar zeker niet wonen. Europese ambtenaren willen er geld verdienen maar er niet altijd in investeren. (Trans)migranten komen en gaan. De bevolking groeit snel (20% in tien jaar tijd) op een beperkt en niet uitbreidbaar territorium. Vele gezinnen trekken nog steeds elk jaar naar de Vlaamse Rand. Er is veel beweging, behalve dan op de Ring, daar sta je stil. Dat alles weten we, het is de context waarin de Brusselaar leeft. Maar daarover gaat dit nummer niet.

We wijden deze eerste speciale uitgave van A+ aan Brussel omwille van de rijke gelaagdheid van de stad, de enige in België met een metropolitaans karakter. Omdat het Brussels Gewest, in bovengenoemde context, resoluut de kaart trekt van de territoriale ontwikkeling en demografische, sociale en economische uitdagingen te lijf gaat met ruimtelijke oplossingen. Omdat er opnieuw op grotere schaal nagedacht wordt over strategische projecten die de stad maken. Omdat men over ruimtelijke kwaliteit durft spreken als tegengif voor economische en politieke belangen. Omdat onderwerpen zoals circulaire economie en tijdelijk gebruik ondertussen een prominente plek krijgen op een internationale vastgoedbeurs als de MIPIM.

Brussel is een stadstaat met vele meesters. Het is de hoofdstad van Europa, België en Vlaanderen, maar ook een Gewest dat op dagelijkse basis samenwerkt met 19 gemeenten en twee (taal)gemeenschappen. Deze ‘lasagne’ maakt beslissingsprocessen complex en langzaam. Toch heeft het Brussels Gewest sinds haar ontstaan in 1989 een indrukwekkende evolutie doorgemaakt op vlak van ruimtelijke mentaliteit, diversiteit en participatie.

Ik ben een echte Brusseleir. Ik hoor hier thuis omdat ik hier niet geboren ben. Mijn kinderen groeien op in een taalbad van Nederlands, Frans, Duits, Engels, Turks en Arabisch. Culturele diversiteit is voor hen de standaard, de minderheid is de norm. Als ik naar het werk fiets vloek ik, uiteraard, op het kapotte wegdek, de afwezigheid van fietspaden en het rijgedrag van sommige autobestuurders, maar ik zie ook de inspanningen en de ambitie van een grote inhaalbeweging. Brussel is een jonge en progressieve stad. Een rood/groene enclave in een rechts tot extreemrechts Vlaanderen. Een eiland in een steeds conservatiever Europa.

“Nous n’avons pas du tout besoin de Bruxelles, nous désirons Bruxelles » zei architect Julien De Smedt in A+221. Dat is tien jaar geleden. Ondertussen hebben we Brussel meer dan nodig en worden sommige verlangens vervuld. Omdat ze toont hoe het anders kan. Een proefbuis binnen het het laboratorium van Europa.

A+278 Brussels
25 € | Bestel een exemplaar of abonneer u vanaf € 49 / jaar !

schrijf je in voor de nieuwsbrief