Edito A+248

gepubliceerd op 18.06.2014 | tekst Audrey Contesse

Sinds de jaren 1970 heeft de kunst – en ik parafraseer Daniel Buren – de musea verlaten om op straat terecht te komen. De ontastbaarheid en de marktwaarde van de kunst moesten daarbij – in eerste instantie – wijken voor een nadrukkelijke aandacht voor haar inzetbaarheid. Door het kunstwerk een plaats te geven in een ruimtelijke context die met allerlei betekenissen is beladen, wordt de kunst verplicht een positie in te nemen. De reflecties over vijftien jaar kunst in de openbare ruimte en gebouwen, die in dit nummer zijn opgenomen, laten dit duidelijk zien.

De band tussen het kunstwerk en zijn omgeving ontstaat dus niet enkel meer op het moment waarop het werk wordt getoond, maar evenzeer op het moment van de creatie.

Kunstenaars verlaten trouwens steeds vaker hun ateliers om de confrontatie op te zoeken met nieuwe contexten tijdens een kunstenaarsresidentie. Tegelijkertijd worden de plekken waar het werk wordt gemaakt opengesteld, niet alleen als een alternatieve ruimte om de kunst te laten zien, maar vooral als plek waar de codes voor het rapen liggen om het werk te ontcijferen.
In dit nummer verzamelen we projecten voor kunstenaarsateliers, voor residenties, voor kunstdepots en tentoonstellingsruimtes. Het zijn projecten die stuk voor stuk omgaan met zowel het creëren, het conserveren, het bestuderen als het voorstellen van kunst. Het zijn plekken waar de vaste waarden rond deze kwesties bewust worden omgegooid, om tot nieuwe inzichten te komen die niet noodzakelijk stroken met wat een museum hoort te zijn. Inzichten die nochtans vruchtbaar blijken, zoals de Verbeke Foundation op onnavolgbare wijze laat zien.
Maar laten we tot slot even het inzicht van een kunstenaar bekijken. Dat van Filip Dujardin, wiens werk momenteel te zien is in de expositie ‘City of Fictions’ en in een eerste monografie, door A+ georganiseerd en mede uitgegeven. Zo’n zeven jaar geleden was A+ ook verantwoordelijk voor zijn eerste officiële tentoonstelling. Sindsdien werkte Dujardin gestaag verder aan zijn digitale fotomontages, die zowel de hedendaagse architectuur als haar context in vraag stellen. Wat in 2013 uiteindelijk ook resulteerde in een aantal installaties in situ: ”Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik iets moest bouwen. Of dat mijn werk toch op een of andere manier moest vertaald worden naar een soort werkelijkheid. Mijn interventies maken gebruik van architecturale typologieën die compleet uit hun context zijn getrokken. Ze hebben geen functie, ze zijn zuiver referentie en spelen met dat statuut.” Of hoe een artistieke interventie op het gebouwde evolueerde naar een architectuur omwille van de architectuur.

schrijf je in voor de nieuwsbrief