EDITO A+247

gepubliceerd op 14.04.2014 | tekst Audrey Contesse
© Studio van Son | illustraties © Gérald Ledent
© Studio van Son | illustraties © Gérald Ledent

 

In hun eerste essay hebben onze columnisten voor 2014 het over relevantie. Alain Richard – architect, bureau aaar, Luik – staat stil bij de relevantie van de evaluatie van een project en Dirk Somers – architect, bureau Bovenbouw, Antwerpen – bij die van onze manier van kijken naar de dicht­geslibde stadsproblematiek.
Uiteindelijk schemert dit woord door in alle artikels van dit nummer, waarin de focus ligt op woontorens. In de huidige demografische context is er opnieuw plaats voor de relevantie van de typologie van de woontorens als oplossing voor de verdichting van de steden – en ook het land. Architecten, stedenbouwkundigen en politici schuiven deze typologie naar voren, evenwel voorzichtig, gezien het bijna misselijkmakende erfgoed dat het merendeel van de woontorens uit de jaren ’60-‘70 in België vormt. De vragen moeten opnieuw worden gesteld om dezelfde fouten te vermijden en om vooruit te gaan.

In de huidige demografische context is er opnieuw plaats voor de relevantie van de typologie van de woontorens als oplossing voor de verdichting van de steden – en ook het land.

Uit de reacties van de verantwoordelijken in Brussel, Charleroi, Gent, Geel, Leuven en Doornik op de vraag ‘Voor of tegen torens?’ lijkt het alsof de steden deze nieuwe vraagstelling geïntegreerd hebben. Ze zijn zich allemaal bewust van de noodzaak om torens in hun context te integreren; van het feit dat de toren een oplossing kan zijn voor de verdichting, maar geval per geval; van het feit dat de toren een programmamix moet bevatten; van de complexiteit van hoogbouw; van de toren als een factor in de ontwikkeling van publieke ruimten. Rest nog de vraag hoe de bouwpromotoren hierover denken.
Sommige steden geven zelfs al een impuls aan deze nieuwe benadering. Geel – een stad met 38 094 inwoners en met als bezwerende slogan ‘Je komt er, je blijft er’ – is een van de eerste steden van Vlaanderen die een ‘Ruimtelijke Visie Hoger Bouwen’ heeft om het optrekken van deze gebouwen in een kader te plaatsen – als aanvulling op haar ‘Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan’. Gent doet dan weer een beroep op de participatie van de burger om de burger op te voeden en te winnen voor deze gevreesde en betwiste typologie, in het kader van de herinrichting van de ‘Oude Dokken’.
Parallel hiermee kijken we, enkele pagina’s verder, door kunstenaarsogen naar de relevantie van het slopen van een aantal woontorens: Droixhe en Rabot. Of hoe het gebrek aan middelen en aan begrip van een context en zijn evolutie leidt naar een ‘point of no return’.
We hopen dus maar dat de relevantie van een vraagstelling ook een effectieve voorafspiegeling is van die van het project, zoals onze columnisten suggereren.

Bestel A+247 hier!

schrijf je in voor de nieuwsbrief