De polsslag van de Belgische architectuur

gepubliceerd op 10.12.2013 | tekst Eddy Vanzieleghem

In 1998 stelde arch. JM Fauconnier, toen uitgever van Arch & Life, na vijftien jaar organisatie van de “Belgian Architectural Awards” de prijs ter beschikking van het architectenkorps. Onder impuls van arch. Dan Craet nam de FAB de organisatie over. Deze confraters, beiden onlangs overleden, zullen ons bijblijven omwille van hun jarenlange inzet voor het architectenberoep, zowel nationaal als internationaal.

Na de inloopeditie van 1999 werd de prijs op verschillende punten gewijzigd. Om de drempel te verlagen werd de deelname gratis en de selectie opgedeeld in twee juryronden. De eerste, louter binnenlandse jury, selecteerde op basis van een beperkt dossier. De geselecteerden werden vervolgens uitgenodigd om panelen te maken voor de tentoonstelling en de eindjury. Om een grotere objectiviteit te waarborgen en de wedstrijd naar een hoger niveau te tillen, werd deze jury uitgebreid met enkele gerenommeerde buitenlandse architecten. Commerciële sponsors uit vooral de bouwwereld steunden de organisatie financieel. Door het prijzengeld ter beschikking te stellen, erkenden federale en gewestelijke ministers, bevoegd voor architectuurgerelateerde materies, de culturele waarde en de duurzaamheid van architectuur.

In de beginjaren viel de prijsuitreiking nog samen met Batibouw, waardoor de jaarlijkse tentoonstelling van alle geselecteerden op anderhalve week tijd gemiddeld meer dan 30.000 bezoekers telde. Vanaf 2005 koos de FAB voor een samenwerking met Electrabel, dat toen ook al meer dan 10 jaar de Energieprijs voor architecten organiseerde. De prijs werd tweejaarlijks georganiseerd met een prijsuitreiking in Flagey, onder de naam ‘Architectuur & Energie Awards’, met voor beide thema’s een aparte jury. In 2009 werd ervoor geopteerd de prijsuitreiking in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel te laten doorgaan. Bozar Architecture was toen reeds een begrip en met de ervaring van A+ kreeg de prijs een bijkomende dynamiek. Onder de nieuwe naam ‘Belgische Prijs voor Architectuur & Energie’ en met A+ als officiële mediapartner en auteur van de catalogus, zijn we intussen aan de derde editie toe.

Met nu bijna 400 inzendingen is deze prijs een referentie voor de Belgische architectuur. Het archief van de prijs (meer dan 1000 selecties) geeft een duidelijk beeld weer van de evolutie van architectuur in België. Vijftien jaar geleden situeerde de betere architectuur zich vooral bij residentiële realisaties. De eerste doorbraak op grotere schaal waren de bedrijfsgebouwen met kwaliteitsarchitectuur als marketingstrategie. Door de oprichting van het VAi, het aanstellen van bouwmeesters in Vlaanderen en Brussel, en veel sensibiliseringsacties rond architectuur (o.a. Dag van de Architectuur), verbeterde het klimaat voor architectuur. In de opeenvolgende wedstrijd-edities stelden we vast dat het aandeel kwaliteitsvolle niet-residentiële gebouwen, zowel publiek als privaat, stelselmatig toenam. Dit bewijst dat volgehouden politieke keuzes, wat betreft architectuur in Vlaanderen en Brussel en duurzaam bouwen in Brussel, stilaan maar zeker hun vruchten afwerpen.
Ondanks de oproepen na iedere wedstrijd-editie en de publicatie van het witboek ‘Qui a peur de l’architecture?’(2003), en hoewel de Cellule architecture sinds 2007 het tij in Wallonië probeert te keren, moeten we helaas vaststellen dat het Waals landsgedeelte met een achterstand kampt. Het meer beperkte aandeel in de bouwproductie zit daar voor iets tussen, maar het ontbreken van het architectuurinstrumentarium waarvan Brussel en Vlaanderen zich bedienen, beknot de Waalse architecten in hun ambities. Waar Vlaamse en Brusselse architecten door hun binnenlandse ervaring internationaal een referentie en exportproduct worden, kiest men in Wallonië voor belangrijke opdrachten buitenlandse architecten. Deze nationale architectuurprijs biedt dan ook het platform bij uitstek om ervaringen uit te wisselen en kwaliteiten te delen, over de grenzen van de gewesten heen.

Een bijkomende uitdaging voor de architectuur is het toenemend eisenpakket binnen de bouwwereld. Samen met de professionalisering van het opdrachtgeverschap met als sleutelwoorden energie, duurzaamheid, functionaliteit en bouwkost, dreigt de culturele dimensie van architectuur op de achtergrond te geraken. De ontwerpprocessen worden veelgelaagder en complexer. Architectuur dient veel verhaallijnen te omarmen en dit is ook te merken in de evolutie van de schaal van de architectenkantoren en de betrokkenheid van nevendisciplines. De beoordeling van inzendingen en het overleg tussen de juryleden (steeds architecten uit de praktijk), hanteert vandaag een uitgebreider pakket aan criteria dan vijftien jaar geleden, wat de ervaring ook rijker en boeiender maakt.
Het stimuleren en belonen van architecten die deze uitdagingen aangaan, blijft de drijfveer van deze organisatie voor de toekomst.

schrijf je in voor de nieuwsbrief