Coloco – gemeen goed

gepubliceerd op 16.11.2015 | tekst Charlotte Lheureux, Elodie Degavre
Meryl Septier

Gilles Clément en Coloco, Tuin-inrichting in de onderzee-basis van Saint-Nazaire, 2011 © Meryl Septier

Het Franse landschapsatelier Coloco heeft tal van projecten van ruimtelijke ordening op zijn naam staan, maar was in België nog maar één keer actief, namelijk bij de aanleg van de Dikke Beuktuin in de Brusselse Modelwijk. Met het projectonderzoek ‘Metropolitan Landscapes’ buigt dit multidisciplinaire collectief zich nu opnieuw over ons grondgebied. Op 30 november geven zijn oprichters, Miguel en Pablo Georgieff, een lezing in Bozar, maar hier lichten we al een tipje van de sluier op.

A+ Hoe is Coloco ontstaan?

Pablo Georgieff

Het collectief is officieel tot stand gekomen in 1999, toen Nicolas Bonnenfant, Miguel en ikzelf beslisten al onze projecten samen uit te werken. Een stage bij Philippe Madec, met wie we nog steeds samenwerken, bracht ons in contact met de stadsproblematiek. Het collectief is gegroeid rond wedstrijden, artistiek onderzoek en het aftasten van de mogelijkheden van braakliggende terreinen en verwaarloosde sites.

A+ Onderzoek voor projecten die een groot gebied betreffen, leidt vaak tot het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen en tot een andere omgang met tijd en tijdsduur. Hoe zit dat bij u?

Miguel Georgieff
Onze belangstelling voor de grote schaal heeft alles te maken met het feit dat wij bezig zijn met het landschap. Dat willen we ook in het vizier krijgen voor projecten met een kleine, welomschreven omvang. Ook daar moeten we onze blik dus op een omvattender gebied richten. En zodra het om grote gebieden gaat, moet je op de lange termijn denken.

Pablo Georgieff
tedenbouwkundigen, koninklijk houtvesters en agronomen hebben altijd gedacht in perioden van 100 tot 150 jaar, want dat is de tijd die je nodig hebt om moerassen droog te leggen of bomen voldoende groot te laten worden. Doordat alles nu sneller moet gaan en de competenties erg versnipperd zijn, denkt men nu hooguit nog in termen van enkele tientallen jaren. Als tuin- en landschapsarchitecten kunnen wij niet anders dan daar tegenin gaan. Als er één ding is dat we op de lange termijn moeten veiligstellen, dan is het wel de vruchtbaarheid van onze aarde. Al goed, die nieuwe technologieën, maar het is van levensbelang dat we snel het vermogen terugvinden om in lange perioden te denken.

A+ Dat langetermijndenken staat haaks op het dringende van projecten zoals de Jardin DeMain in Montpellier. Moet iets soms dringend zijn om het in werkelijkheid te kunnen omzetten?

Pablo Georgieff
Dringend? In mijn ogen gaat het veeleer om de intensiteit waarmee gedeeld wordt. Als je samen iets wil opbouwen, moet je handelen. En daadkrachtig handelen, je 300% inzetten, dat houd je geen honderd of tientallen jaren vol.

Miguel Georgieff Als je bezig bent met het landschap, kan het net zo goed gaan om enkele hectare als om enkele honderdduizenden hectare. Het tijdsgebruik is daarbij niet steeds van dezelfde aard. Er zijn momenten waarop je gewoon moet wachten omdat de zaken niet sneller zouden gaan als je er meer energie of geld in zou pompen. En er zijn de zeer intense momenten waarop er veel ineens gebeurt, bijvoorbeeld als je 24 uur lang met 100 mensen iets aan het opbouwen bent. Hoe je met die vormen van tijdsintensiteit omspringt, is bepalend voor het arsenaal aan werktuigen dat we hebben samengesteld.

A+ Kunt u ons daarover wat meer vertellen?

Pablo Georgieff
De ‘Coloco Tools’, zoals we ze noemen, dienen voor het uitwerken en in handen houden, via dialoog, van een project waarbij meerdere actoren betrokken zijn. Met de ‘metropolitan timeline’ bijvoorbeeld, wordt de veelvormige dynamiek van het project afgestemd op het ritme van mens en kosmos. Zo kunnen we bepalen wanneer we met een minimum aan middelen een maximum aan resultaat kunnen bereiken. Tuin- en landschapsarchitecten moeten een evenwicht vinden tussen grote infrastructuren en grote economische bewegingen. Om het grootst mogelijke hefboomeffect te bereiken moeten we kiezen voor een strategie van de kleine inspanning en het juiste ogenblik.

Miguel Georgieff
Met de ‘carte du bien commun’ (kaart van gemeen goed), een andere Coloco Tool, breng je kaart en kalender samen in één ondeelbaar document. Als met de ruimte niet tegelijk de tijd wordt voorgesteld, zou de kijk op het landschap onvolledig zijn.

 

Julie Guiches

Coloco, Jardins du Centquatre, Paris, 2011© Julie Guiches

A+ Meestal legt de materialiteit van een project zijn vorm vast. Hoe gaat u daar in uw projecten mee om?

Miguel Georgieff
Ik denk niet dat de materie de vorm vastlegt. De Jardin DeMain bijvoorbeeld werd zo opgevat en aangelegd dat zijn vorm kan veranderen en de planten al groeiend steeds meer ruimte gaan innemen. De materialen worden er onderling niet verbonden: de zand- en keihopen liggen er elk voor zich.

Pablo Georgieff
We laten iedereen die bij het project betrokken is – de technische dienst, de verenigingen, de bewoners… – graag zo autonoom mogelijk werken. Over het algemeen wordt de vorm bepaald door de nood aan technologische vereenvoudiging: het moet gemakkelijk te maken zijn.

A+ Uit uw projecten blijkt dat u veel belang hecht aan de deelname van de burger. Kan dat net zo goed voor zeer omvangrijke als voor kleine projecten?

Miguel Georgieff
Als een stedenbouwkundige dienst ons een vraag stelt, spelen we die door aan de tuinman, de boomkweker, de bewoners… Deelname is dus een kwestie van rekening houden met alle aspecten van de gestelde vraag en alle betrokkenen. Op dit ogenblik geven we de technisch medewerkers en de tuinmannen van de stad Montpellier een opleiding die hen moet helpen om een landschapsproject blijvend te beheren doordat ze inzicht krijgen in zijn fasering. Je moet altijd op je stappen kunnen terugkeren, in twijfel trekken, nieuw leven geven…

Pablo Georgieff
Je moet goed beseffen dat een landschap een gemeen goed is, niet het exclusieve bezit van wie het aanlegt of van de vertegenwoordigers van het volk. Wij nodigen uit tot samenwerken. Dat is wat onze eerste projecten ons met schade en schande geleerd hebben. Nu doen we dat systematisch voor we aan een project beginnen: we leggen uit wat we in een lang en complex onderzoekstraject gaan doen.

A+ Kunt u dat toelichten aan de hand van uw onderzoek voor site 2 van Metropolitan Landscapes?

Pablo Georgieff
Voor dit initiatief van de Vlaams en Brussels Bouwmeester, de VLM, Leefmilieu Brussel, Brussel Stedelijke Ontwikkeling en Ruimte Vlaanderen, hebben Bureau Bas Smets en List in een eerste analyse van metropolitane landschappen 20 à 30 representatieve gebiedjes geïdentificeerd. Vier daarvan werden uitgekozen voor nadere bestudering. Toen wij site 2 (Scheutbos-Weststation) toegewezen kregen, vroegen we ons af hoe we te werk moesten gaan en welke werktuigen we nodig hadden voor een tijdruimtelijk arbeidsplan, voor het samen opbouwen van een metropolitaan landschap: hoe konden we ieders competenties, middelen en tijdsgebruik op elkaar afstemmen?

 

schrijf je in voor de nieuwsbrief