Slachthuisverdriet

gepubliceerd op 20.03.2018 | tekst De Smet Vermeulen architecten Opinie

Slachthuisprent

In zijn opiniestuk “Welcome in Jaspers Town” klaagt Gideon Boie aan dat als bij twijfelachtige projecten een “goede architect” betrokken is, meteen alle kritiek verstomt. Hij stelt dat alleen de naam van de architect niet volstaat voor architecturale kwaliteit. Daar kunnen we het alleen maar mee eens zijn. Vooral Bouwmeesters zouden zich in slaap laten wiegen eens een vertrouwenwekkende naam aan boord is gehaald. Er zijn meerdere aanleidingen voor zijn klacht. In dit rijtje vormt de saga van de Slachthuissite in Antwerpen “het trieste hoogtepunt”. Die woorden storten ons dan weer in het verdriet, want we zijn samen met Palmbout Urban Landscapes verantwoordelijk voor het stadsontwerp. Meer precies verwijt hij bOb Van Reeth en Leo Van Broeck dat ze ons het vertrouwen schonken zonder het ontwerp ook maar ter sprake te brengen. “De architectuurwereld sloot de rangen.”

Goed, dan moeten we zelf maar het ontwerp ter sprake brengen. Want in die hele saga is het daar nauwelijks over gegaan. Niet alleen de bouwmeesters, ook de politici, opiniemakers, Gideon Boie zelf zwegen erover. Interessant, noodzakelijk zelfs, was het debat nochtans wel. Het ging over hoe een overheid publieke kwaliteit afdwingt, over hoe een overheid tussen privé-investeerders een gelijk speelveld verzekert, over de stem van bewoners bij stadsvernieuwing en over persvrijheid, met de pogingen om de nieuwssite Apache voor zijn onthullingen te kielhalen. Dat wierp geen fraai licht op onze opdrachtgever, en ons stadsontwerp kon alleen maar dienen als bewijs à charge. Het was er de tijd niet naar om het even over architectuur te hebben.

Maar nu moet het dan maar eens. En we willen het niet te binnenskamers houden. We willen de vragen stellen die er toe doen. Zitten er genoeg publieke kwaliteiten in het plan, of zijn alleen de winstmarges van de privé-partij veilig gesteld? Zijn de belangen van de bewoners, de huidige, de toekomstige, in de buurt en in de stad ernstig genomen? Om te beginnen: is de Slachthuissite, de nog niet ontwikkelde helft van de stadswijk Den Dam, een geschikte plaats om aan stadsverdichting te doen?

Dat zeker wel. Het ligt naast Park Spoor Noord, binnen de stadssingel, de tram en de bus stoppen er. Aan de overkant ligt een uitgestrekt waterlandschap: het Lobroekdok, de Schijnvallei en het Albertkanaal. In de laanbebouwing langs de Singel zit een storend gat, net daar waar je dit stadslandschap zou kunnen overzien. Uitgestrekte asfaltvlaktes wachten op ontharding en op stadsleven. De restaurants van de Lange Lobroekstraat, die de herinnering aan het Slachthuis levend houden, wachten op de wijk waar ze het centrum van zouden vormen. Het Sportpaleis, altijd vol hongerige magen en dorstige kelen ligt op loopafstand.

Die waarnemingen hebben het ontwerp gestuurd. We willen niet een nieuwe wijk maken, maar de bestaande wijk verderzetten op de lijnen die er liggen. Het is een langgerekte wijk tussen een spoordijk en een weg, die we vervolledigen met soortgelijke straten, langwerpige pleinen en in het midden een buurtpark dat dwars op de weg zit, dus minder blootgesteld aan hinder. Met meer inwoners kan Den Dam zich winkels en voorzieningen veroorloven. De nieuwbouw roept een warmtenet in het leven, waarvan het naastgelegen waterzuiveringsstation de energieleverancier wordt en het leidingennet, eens het er ligt, door kan lopen in de bestaande straten. De verduurzaming komt ook de bestaande wijk ten goede.

Is de verdichting te ver doorgeschoten? We namen de controverse te baat om alles nog eens na te tellen. De dichtheid voor het hele plan lijkt op die van Nieuw Zuid, het dichtste deel haalt een cijfer net boven dat van de Cadixwijk. Dat zijn relevante vergelijkingspunten: het zijn wijken die nu in de steigers staan, met soortgelijke ambities, op vergelijkbare afstand van het hart van de stad, grenzend aan grootschalig stadslandschap. Hoge dichtheden, maar bijlange niet de Europese of zelfs maar Belgische records waarvan werd gewaagd. En het gaat niet alleen over woningen. Een kwart van het volume is gereserveerd voor voorzieningen en voor werkplaatsen, onder meer in de grotendeels bewaarde Slachthuishallen. Het bewaren van die karaktervolle gebouwen is een strategische zet: daar komen alvast geen woningen, daar stopt het weglekken van arbeidsplaatsen uit de stad, meer bepaald uit een arbeidersbuurt als Den Dam. De lage dichtheid van de hallen wordt gecompenseerd met woontorens aan het buurtpark en aan de nieuwe hoofdstraat. Oude en nieuwe woonvormen zijn buren in een stad van keuzes, samen gehouden door een robuust raamwerk van publieke ruimten.

Voorzieningen en werk stonden hoog op de agenda van het buurtcomité. We hebben de auto’s voor de nieuwbouw uit de bestaande straten gehouden en kleiner verkeersvrij groen toegevoegd. Toch kwam er stevige tegenwind van het buurtcomité. Eigenlijk begrijpen we dat wel. Het evenwicht tussen een grotere dichtheid en een integralere wijk is een hachelijke zaak. Bovendien hadden we het tot hier over kansen, maar bedreigingen zijn er even goed. Op de Singel zou je trager moeten rijden om hem oversteekbaar te maken. En tussen het Lobroekdok en het Albertkanaal ligt de ring, die in de grond en onder een kap zou moeten komen. Die twee cruciale en voor de hand liggende voorwaarden zijn niet gegarandeerd. Daarom moeten de ontwikkelingsmogelijkheden voorwaardelijk gemaakt worden. Druk om die voorwaarden te vervullen blijft nodig. Maar als het lukt, wordt Den Dam een dichte, complete stadswijk rond de Slachthuishallen, tussen twee grote, stadsbrede parken.

De Slachthuissite is niet het dubieuze project van een inhalige ontwikkelaar die zich de naam van een ontwerper als vrijbrief heeft gekocht. Er zijn veel non-profit publieke kwaliteiten binnengehaald door een breed front: het stadsontwikkelingsbedrijf AG Vespa, een waaier van stadsdiensten die heus wel meer dan de logo’s lazen, een strijdbare buurt. Die zullen allemaal nodig blijven om te bewaken dat de beloftes worden ingelost. Niemand wil Gideon Boie zijn gelijk gunnen, dat de ontwerpers een infame schaamlap waren.

 180314_15P05_slachthuis_voorschriften

schrijf je in voor de nieuwsbrief