"Mijn voorgangers zijn mijn vijanden niet". Interview met Go Hasegawa.

gepubliceerd op 08.11.2019 | tekst Carlo Menon Interview

House in Kawasaki, Kanagawa, Japan, 2017. © Hisao Suzuki

Go Hasegawa is een prominent figuur in de Japanse architectuurwereld. Zijn meermaals bekroonde werk is hedendaags, maar tegelijk sterk geworteld in de Japanse traditie. A+ en Bozar nodigen Hasegawa uit om op 19 november een lezing te komen geven in het Paleis voor Schone Kunsten. Bij wijze van inleiding ging Carlo Menon in gesprek met hem.

Carlo Menon: Meneer Hasegawa, ik wil het met u graag hebben over de context van uw werk. Dit gesprek is een uitnodiging om uw werk te ontdekken en ons te verdiepen in bepaalde thema’s die tijdens een lezing zelden aan bod komen. Laat me beginnen met een compliment: wat ik vooral geweldig vind aan uw lezingen is de spontaniteit waarmee u uw projecten presenteert. U legt het ontwerpproces op een heel voor de hand liggende manier uit, vaak met ironie en humor, zelfs wanneer het over de constructie of het technische aspect gaat. Hoe bouwt u een lezing op?

Go Hasegawa: Over architectuur praten is een deel van mijn werk. Door projecten te presenteren, kom ik zelf tot nieuwe inzichten over interessante aspecten uit mijn praktijk: ik blijf het project uitdiepen. Ik geef ook nooit dezelfde lezing, omdat ik me laat beïnvloeden door de ruimte en de houding van het publiek. Het is een uitwisseling in twee richtingen – geen vastgelegde, volledig uitgeschreven voordracht. Ik houd ervan als het publiek reageert op wat ik laat zien. Hetzelfde geldt in feite voor mijn projecten. Mijn aanpak hangt af van de omstandigheden. Ik geef geen kant-en-klare oplossingen en ik streef er niet naar een persoonlijke stijl op te leggen.

Carlo Menon: Kunt u met zulk gemak over architectuur praten omdat u veel ervaring hebt als docent, eerst in Tokio, vervolgens in Mendrisio en nu aan Harvard?

Go Hasegawa: Ik weet niet of ik een goede docent ben, maar het is in ieder geval heel interessant om na te denken met jonge mensen die heel nieuwsgierig en ambitieus zijn. Dat is een heel andere context dan de professionele praktijk; je kunt veel meer vrijheid nemen. Ik vind het mijn taak om hun verbeelding te stimuleren, hun de kans te geven risico’s te nemen en alles te veranderen als dat nodig is, in plaats van hen aan te moedigen om voor een gemakkelijke ‘landing’ te kiezen in de laatste fase. Volgens mij is een levendige geest nuttiger voor een architect dan het gevoel van voldoening als je een perfect gepresenteerd project aflevert.

Carlo Menon: Het lijkt erop dat deze niet-systematische aanpak in uw praktijk terugkeert. U presenteert elk project op een andere manier, u vertelt wat uniek is aan een project en legt alleen de aspecten uit die de basis vormden voor de belangrijkste beslissingen: voor het huis in Kawasaki bijvoorbeeld bepaalt het budget de structuur, alsook de beperkingen die de keuze om te bouwen op een zachte, steil hellende ondergrond met zich meebracht. Voor de indeling van de binnenruimten liet u zich leiden door de specifieke gezinssamenstelling van de bouwheer, een echtpaar met een inwonende schoonmoeder. In andere gevallen, zoals voor het huis in Kyodo of het huis in Komazawa, vertrok het project vanuit de typologie van woningen in Tokio, met twee verdiepingen en een zadeldak: u herdefinieerde de verhoudingen en de hoogte van de verdiepingen in functie van het programma voor het huis (met een grote stripcollectie) of de omgeving (een openbare doorgang, de tuin van de buren). En in bepaalde projecten kiest u een specifiek element uit de geschiedenis van de architectuur, zoals kolommen, een balkon of voordeur, waaruit het hele project wordt ontwikkeld. Die benaderingen leiden tot projecten die sterk van elkaar verschillen. Ik denk dat dit gegeven past bij het concept van ‘amplitude’, wat de titel was van een aantal van uw lezingen.

Go Hasegawa: Absoluut. Ik presenteer projecten op een eenvoudige manier om ze begrijpelijk te maken, maar bij elk architectuurproject komt het er uiteraard op aan een complex geheel van factoren te beheren. Die complexiteit vind ik trouwens zeer stimulerend; ik ben geen minimalist.

In 2017 stelde u uw werk tentoon in Montréal, in het Centre canadien d’architecture, in de tentoonstelling Besides, History, dat de curator beschreef als een dialoog tussen twee hedendaagse architectuurbureaus – met name u en Office Kersten Geers David Van Severen – over jullie relatie met de geschiedenis van de architectuur. Uit deze tentoonstelling en uit uw boek Conversations with European Architects (Lixil, 2015), waarin uw gesprekken met Álvaro Siza, Valerio Olgiati, Peter Märkli, Lacaton & Vassal, Pascal Flammer en Office KGDVS zijn opgenomen, blijkt duidelijk dat u verschillende interesses deelt met architecten van uw generatie en de vorige, vooral met betrekking tot de bestaande architectuur en de geschiedenis.

Go Hasegawa: In het begin deed ik het misschien onbewust, maar sinds deze ervaringen ben ik steeds bewuster op zoek gegaan naar een eigen manier om me tot de geschiedenis te verhouden, wat ook symptomatisch is voor mijn hele generatie. Het is geen antagonistische relatie, zoals bij architecten die koste wat kost willen innoveren, maar ook geen nostalgische, traumatische relatie, zoals het geval was in het postmodernisme. Ik verhoud me op een open, niet-dogmatische manier tot de geschiedenis. Vaak willen mensen, in Japan en elders, zich afzetten tegen hun voorgangers, zoals Kenzo Tange, Arata Isozaki, Toyo Ito en Kazuyo Sejima. Hoewel ik het parcours van mijn voorgangers niet volg, beschouw ik hen niet als mijn vijanden. De geschiedenis is niet zo eenvoudig en lineair.

Wilt u verder lezen? Het artikel wordt gepubliceerd in de bezoekersgids die de avond van de lezing beschikbaar zal zijn!
Meer info over de lezing en tickets vindt u hier.

House in Komazawa, Tokyo, Japan, 2011. ©Hisao Suzuki

schrijf je in voor de nieuwsbrief